Wat blijft komt nooit terug

Jan van Goyen schilderde in 1651 een stadsgezicht van Dordrecht aan de Oude Maas. Hoe ziet Dordrecht er nu uit vanaf de plek waar Van Goyen toen over het water keek?. „Nog steeds staat daar de Grote Kerk met die stevige toren.”

Gezicht op Dordrecht anno 2008 foto Vincent Mentzel " Gezicht op Dordrecht 2008 " vanaf de Scheepmakerijstraat in Zwijndrecht. Een reconstructie naar het schilderij van Jan van Goyen uit 1651. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Zwijndrecht, 11 maart 2008 skyline scheepvaart binnenvaart Mentzel, Vincent

Wie nu naar Dordrecht wil kijken, zoals de schilder Jan van Goyen dat deed in 1651, wacht een moeizame zoektocht langs de Zwijndrechtse oever van de Oude Maas. De Lindtsedijk ten zuiden van de bruggen naar Dordrecht ligt nogal landinwaarts. Langs het water is het industrie- en havengebied Groote Lindt ontoegankelijk en volgebouwd met loodsen. De landelijke oever met daarvoor wat rietkragen in het water, die Van Goyen schilderde, is voorgoed verdwenen. Ook de zeilschepen zijn voor altijd weggevaren.

Aan de noordkant van de bruggen heeft men wel een prachtig zicht op de oude stad. Hier staat de Zwijndrechtse oever vol met steeds hogere flats. Ja, zo wil iedereen wel wonen! Een echte Dordtenaar wil nog niet dood gevonden worden in Zwijndrecht, een saaie verzameling buitenwijken. Maar daar in Zwijndrecht geniet men wel van een gratis en levend gezicht op Dordrecht.

Het was in de Gouden eeuw het beroemdste riviergezicht in Europa, met een hoofdrol voor de Grote Kerk met zijn karakteristieke toren. In bijna elk museum tussen Boedapest en Washington is wel een ‘Gezicht op Dordrecht’ te vinden. Geen stad lag zó schilderachtig aan het water.

Alleen al Jan van Goyen schilderde zijn stad meer dan twintig keer. Maar ook veel andere schilders deden dat, zoals Aelbert Cuyp, eveneens in Dordrecht geboren. Dordrecht was eeuwenlang een stad van schilders. Leendert van Strij, Samuel van Hoogstraten, Ferdinand Bol, Nicolaes Maes en Ary Scheffer werden er geboren. Willem Witsen werkte er, net als Jacob Maris en Franse schilders als Daubigny en Boudin.

Ook Marcel Proust zocht naar het verleden in Dordrecht: „Men zal moeten vertoeven in Dordrecht dat zijn met klimop begroeide kerk spiegelt in het netwerk van stille grachten.” En:

Dordrecht endroit si beau

tombeau

De mes illusions chéries

Maar waar we nu staan

in Zwijndrecht klopt het Gezicht op Dordrecht nog niet goed genoeg. Je ziet minder van de zijkant van het schip van de Grote Kerk kerk dan Van Goyen schilderde. Dus toch maar weer een eindje naar het zuiden. Vlakbij de bruggen kan men naar het water lopen. Scheepmakerij heet dit onaanzienlijke straatje voor de kantoorgebouwen van Westgate, een typische TomTomlocatie. Er zal hier vroeger een werf zijn geweest. Nu kom je op een parkeerterrein, gedeeltelijk onder de spoorbrug.

En dan zie je, staande tussen beton en staal, eindelijk Dordrecht aan de overkant van het water liggen zoals ongeveer op het schilderij van Van Goyen. En na meer dan driehonderdvijftig jaar is het Gezicht op Dordrecht eigenlijk nauwelijks veranderd. Nog steeds staat daar de Grote Kerk met die stevige toren, 65 meter hoog en nooit afgemaakt omdat hij scheef zakte. Uniek zijn die vier klokken bovenop, in classicistische stijl. Nergens ter wereld is er zó’n toren.

Een echte Dordtenaar moet er niet aan denken dat het oorspronkelijke plan was uitgevoerd: een toren van 108 meter die erg leek op de Utrechtse Domtoren met zijn doorzichtige, fragiele gotische top. Dordrecht zou dan nooit echt Dordrecht zijn geworden. Nu herbergt de robuuste Dordtse toren een beiaard met 67 klokken, in totaal 52.000 kilo. Het is de zwaarste beiaard van dit werelddeel.

We zien tegenwoordig meer bebouwing aan het water dan Van Goyen schilderde. Maar Van Goyen was topografisch niet erg exact, zegt men bij het Dordrechts Museum. Hij romantiseerde wel eens wat en niet alles staat op de juiste plaats. Van Goyen schilderde een pittoresk beeld van Dordrecht. En het is geen wonder dat Dordrecht dat schilderij nu van de erven Goudstikker wil aankopen om het weer op te hangen in het Dordrechts Museum, waar het sinds 1948 was te zien.

In dat Dordrechts museum heb ik

als kind het schilderij van Van Goyen gezien. Veel indruk maakte het toen niet. Dat de geschilderde kerk en de echte kerk erg op elkaar leken, was vanzelfsprekend. Opmerkelijker vond ik de stillevens met opengesneden zalmen, biefstukrood. Zalm was in de jaren vijftig nog lichtroze en kwam uit blik. En men vertelde de anekdote dat er vroeger zoveel verse zalm uit de rivieren kwam dat dienstboden bedongen niet meer dan één keer per week zalm te hoeven eten.

Dordrecht was een prominente en rijke stad in de Gouden Eeuw. De eerste Vrije Statenvergadering was daar, in 1572. En de Dordtse Synode in 1619-1619, die besloot tot het maken van de Statenvertaling. Dordrecht was de oudste stad van Holland, al in 1220 kreeg het stadsrechten. Sinds de Sint Elizabethsvloed van 1421 de landkaart grondig veranderde, lag Dordrecht op een eiland, omgeven door vijf rivieren.

Die ligging aan het water zorgde aanvankelijk voor handel en welvaart, maar later voor isolement. In alle richtingen waren er veren, de dichtbevolkte boot links op het schilderij moet er ook een zijn. De eerste spoorbruggen kwamen rond 1870, de eerste bruggen voor het wegverkeer pas na 1935.

Dordrecht wil nu met het schilderij van Van Goyen zijn verleden terugkopen. Maar na de oorlog heeft Dordrecht zelf een groot deel van zijn verleden afgebroken, gesloopt en verwoest: krotopruiming, sanering en doorbraken voor het verkeer en de aanleg van een aantal pleinen. Het Spui werd deels gedempt, omdat de nieuwe Spuiboulevard breder moest worden dan de Champs-Elysées.

Vanaf het water ziet men er weinig van, maar wie van het station naar de Groothoofdspoort loopt herkent maar weinig van wat daar vijftig jaar geleden nog stond. Ik heb van 1952 tot 1964 in Dordrecht gewoond, van mijn zesde tot mijn achttiende en ik heb het zien gebeuren. De beide kanten van de Sisarijs of Sarisgang kon je als kind tegelijk aanraken. Nu is die vijfentwintig meter breed. Mijn hart draait om als ik daar rondloop, alles zo chaotisch en lelijk. Alleen het zwevende Tomadogebouw van Maaskant is mooi.

Dordrecht is er deels van teruggekomen. Het Spui werd weer uitgegraven. Een aantal afgebroken geveltjes van het Dordtse type – bogen boven de ramen die eindigen in natuurstenen kinderkopjes – werd teruggebouwd. De beiaard van de Grote Kerk werd fors uitgebreid. In de kerk werd vorig jaar naast het imposante hoofdorgel nog een Bachorgel geïnstalleerd. Maar de Museumstraat met het Dordrechts Museum werd alsnog verziekt met een akelig grote witte winkelgalerij.

Dat dubbelzinnige van Dordrecht werd treffend verbeeld door de onlangs overleden Dordtse stadsdichter Jan Eijkelboom:

Wat blijft komt nooit terug

Water omgeeft de stad die grondig vernieuwt wat zij altijd al had