Vragen en antwoorden als woorden zonder kleren

Aharon Appelfeld: Het tijdperk der wonderen. Vertaald door Kees Meiling. Anthos, 242 blz. 19,95 euro

Aharon Appelfeld: Het tijdperk der wonderen. Vertaald door Kees Meiling. Anthos, 242 blz. € 19,95

Hoe te spreken en schrijven over gruweldaden, te verbijsterend voor woorden? Voor dit dilemma zagen overlevenden van de Holocaust zich gesteld. Auteurs als Primo Levi in Is dit een mens en Imre Kertész in Onbepaald door het lot, zochten het in een afstandelijke, van emotie ontdane weergave van de gebeurtenissen. De Israëlische auteur Aharon Appelfeld (1932) nam zijn toevlucht tot een dromerige, bijna sprookjesachtige verteltrant, waarbij metaforen het onzegbare suggereren, en de Holocaust nooit expliciet genoemd wordt.

Appelfeld kwam al op jonge leeftijd met de verschrikkingen in aanraking. In 1940 vielen de Duitsers zijn geboorteplaats Czernowitsch (Bukovina) binnen, vermoordden zijn moeder en voerden zijn vader en hem af naar een Oekraïens concentratiekamp. Daar werd hij gescheiden van zijn vader, die hij pas twintig jaar later weer zou ontmoeten. De achtjarige jongen wist uit het kamp te ontsnappen en zwierf een paar jaar lang alleen door de Oekraïense bossen. In 1946 emigreerde hij naar Israël. Zijn moedertaal was Duits, maar tot zijn veertiende had hij slechts een jaar onderwijs genoten. Hij kende vele talen een beetje, maar was in geen enkele taal echt thuis. Dat maakte de opgave om woorden te vinden voor zijn onbeschrijfelijke ervaringen des te zwaarder. Uiteindelijk werd Hebreeuws de voertaal voor zijn omvangrijke en succesvolle literaire oeuvre, dat een gefictionaliseerde weerslag vormt van de ervaringen uit zijn jeugd.

Na eerdere vertalingen in het Nederlands van zijn bekendste boeken Badenheim 1939, Tzili en zijn meest autobiografische werk Het verhaal van een leven verscheen onlangs Het tijdperk der wonderen. Het verhaal begint en eindigt met treinen, die de op handen zijnde jodenvervolging, maar ook het naoorlogse antisemitisme symboliseren. De nachttrein waarin de jonge joodse hoofdpersoon met zijn moeder na een vakantie op weg is naar huis wordt stilgezet en joodse reizigers moeten onverwachts de trein verlaten om zich te laten registreren. Wanneer de moeder bij thuiskomst over het voorval vertelt, richt de woede van haar man zich op de Oost-Joden, die met hun komst de kwade geesten hebben meegenomen. Het geassimileerde gezin voelt zich niet joods en heeft nog nooit een synagoge bezocht, tot de dag waarop moeder en zoon er bij een razzia in worden opgesloten. Het eerste deel besluit met de even veelzeggende als beknopte zin: De volgende dag zaten we al geketend in een goederentrein die naar het zuiden denderde.

In dit eerste deel roept Appelfeld met veel gevoel voor sfeer en detail de verdwenen joodse wereld van zijn jeugd in herinnering, zonder deze te romantiseren. De ouders in het boek hebben een slecht huwelijk, de moeder is gedeprimeerd, de vader een door joodse zelfhaat gefrustreerde intellectueel. De feesten die hij ondanks geldgebrek aanricht ontaarden in drankgelagen, en uiteindelijk laat de vader het gezin in de steek.

De gesprekken en gebeurtenissen volgen elkaar op met het gebrek aan logica en samenhang dat kenmerkend is voor herinneringen en dromen. Appelfelds keuze om geen verbanden te leggen, en nauwelijks expliciete tijds- en plaatsaanduidingen te vermelden, maakt het verhaal soms wat verwarrend en onevenwichtig. Ook in stilistisch opzicht zijn er onvolkomenheden, maar die worden ruimschoots gecompenseerd door prachtige beeldspraken als ‘De vragen en antwoorden klonken hem in de oren als woorden zonder kleren’.

De Holocaust zelf wordt overgeslagen, maar door onze kennis achteraf kunnen we ons het een en ander voorstellen over het lot van de personages uit het eerste deel. Het korte tweede deel speelt vele jaren later, wanneer Bruno als volwassene met de trein terugreist naar zijn geboorteplaats. Hij komt daar bekenden uit zijn jeugd tegen, die hem zijn komst kwalijk nemen. Zijn aanwezigheid vormt een storende herinnering aan een verleden dat iedereen liever wil vergeten. Weer is het een kort, veelbetekenend bijzinnetje dat de ontmoeting met het vroeger door Bruno aanbeden dienstmeisje typeert: Ze vroeg niet wie van hen het had overleefd en wie niet. Wat valt er verder nog te zeggen.

Appelfeld beheerst de kunst van het zwijgen. Hij bedient zich van stilte om het onzegbare uit te drukken. Het tijdperk der wonderen is een aangrijpend boek de bevreemdende sfeer van ontheemding en ontworteling blijft je nog lang bij.

    • Judith Uyterlinde