Verontrustend: Mahler noch Bach!

Nieuws, verontrustend nieuws zelfs, was er bij de presentatie van het volgende seizoen van het Koninklijk Concertgebouworkest. Geen Mahler en geen Bach in het seizoen 2008-2009! Even leek het of het Concertgebouworkest wel kon worden opgeheven, want de Passionen van Bach en de muziek van Mahler zijn al ruim een eeuw vaste onderdelen van de programmering van het Concertgebouworkest.

Met Mahler valt het gelukkig wel mee. Het werk van de componist die zelf tussen 1903 en 1909 bij het Concertgebouworkest zes van zijn symfonieën en enkele vocale werken introduceerde, komt in de twee seizoenen daarna juist extra uitvoerig aan bod. Ter herdenking van zijn honderdste sterfjaar worden rond 2011 alle symfonieën gespeeld onder leiding van Mariss Jansons en een aantal andere beroemde dirigenten.

Die hommage aan Mahler wordt dan een in de tijd verspreid Mahler Feest en daarmee wordt juist verder gewerkt aan een Amsterdamse traditie. In 1920, bij het 25-jarig dirigentenjubileum van Willem Mengelberg, was er voor het eerst een Mahler Feest. En 75 jaar later, in 1995, organiseerde het Concertgebouw een tweede Mahler Feest.

De Mahlertraditie was nooit zo vast omlijnd, maar de Bach-Passietraditie wel. De Johannes Passion en de Matthäus Passion staan al sinds 1889 op het repertoire van het Concertgebouworkest. Sinds 1899 was er de traditie om de Matthäus elk jaar uit te voeren. Dat gebeurde vrijwel altijd op Palmzondag, vaak nog voorafgegaan door een voor-uitvoering. Alleen in de laatste oorlogsdagen van 1945 was er geen uitvoering. Sinds 1975 is er een afwisseling tussen de Johannes Passion en de Matthäus Passion. In 1995 liet het Concertgebouworkest de Matthäus Passion uitvoeren door het Nederlands Kamerorkest en in 1997 door de Nederlandse Bachvereniging.

Op Palmzondag 2009 klinkt er helemaal geen passie van Bach, maar de St. Johns Passion van de Schotse componist James MacMillan. Het Concertgebouworkest noemt het een combinatie van traditie en vernieuwing. De passietraditie wordt voortgezet, maar aan de Bach-passietraditie komt strikt gesproken een eind. Wie voortaan nog wil spreken van de Bach-passietraditie, moet het voorbehoud maken dat die in 2009 werd onderbroken.

Rampzalig is het natuurlijk niet, een jaar geen Bach-passie van het Concertgebouworkest. Bach-passies genoeg in dit Mahler- en Bachland. En het luisteren naar een eigentijdse Johannes-passie is zelfs hoogst interessant. Maar er is geen enkele reden om niet zowel een Bach-passie als een MacMillan-passie uit te voeren. Dat zou de Bachtraditie hebben gered. Die passietraditie in ons land is, naast de enorme aandacht voor Mahler en Bruckner, nu juist hét unieke kenmerk van het Nederlandse muziekleven. Een fors deel van de zo uiterst belangrijke amateurmuziek is er zelfs op gebaseerd.

De vraag is vooral: hoe gaat het Concertgebouworkest na 2009 verder met de passietraditie: om en om een Johannes, een Matthäus en een nieuwe passie? En in welke stijl wordt Bach voortaan uitgevoerd? Met ‘authentiek’ in enigerlei vorm door barokspecialisten, zoals de afgelopen decennia? Of met meer ‘gewone’ dirigenten, zoals Riccardo Chailly in 1999 en Iván Fischer dit jaar? Lees daarover het verhaal op pagina 4. Die stijlomslag verdient bezinning en debat.

    • Kasper Jansen