Pornopoezië uit 1325

In het omslag van oude stadrekeningen bleek een boekrol uit 1325 te zitten, met Nederlandstalige poëzie.

„Trompen zou vreemdgaan kunnen betekenen.”

Het perkament van de boekrol was gebruikt om de omslag van oude stadsrekeningen te verstevigen. Foto’s Mechelse stadsarchief Mechels Stadsarchief

In de vijftiende eeuw was het afval, zegt literatuurhistoricus Remco Sleiderink. Maar deze week presenteerde hij het als een belangrijke literaire vondst: een boekrol uit circa 1325 met een erotisch getint gedicht. Nederlandstalige boekrollen – van perkament – zijn schaars. „Er zijn er slechts een stuk of tien van”, vertelt Sleiderink in zijn werkkamer in Brussel. „Bovendien is dit een genre dat we nog niet kenden.”

De boekrol bevond zich in het stadsarchief van Mechelen. Het perkament was gebruikt om de omslag van oude stadsrekeningen te verstevigen. „Zie het als de kaft van een boek”, zegt Sleiderink. „Die moet stevig zijn. Iemand heeft wat oud perkament van een stapel gepakt en dat tegen de omslag geplakt om die wat dikker te maken.” Dat gebeurde met lijm, die overigens ook werd gemaakt van oud perkament. Als deze dáárvoor was gebruikt „waren we dit kwijt geweest.”

Remco Sleiderink is werkzaam aan de Hogeschool-Universiteit Brussel. Jaren geleden kreeg hij van zijn voorganger een fotokopie met daarop een deel van de vondst die deze week wereldkundig werd gemaakt. „Hij trok een stuk papier uit een la en zei: misschien kun je hier wat mee.” Een collega van Sleiderink, Herman Mulder van de Koninklijke Bibliotheek van België, had ook zo’n kopie.

Samen gingen ze in december naar het archief in Mechelen om het origineel te bekijken. Daar ontdekten ze naast de 66 verzen die op de fotokopie stonden, nóg 150 verzen. Ook over de eerste 66 verzen zijn nooit wetenschappelijk artikelen verschenen. Voor het merendeel van zijn collega’s zijn ze dus nieuw.

De tekst staat vol dubbelzinnigheden. Met hulp van Remco Sleiderink heeft zanger-dichter Rick de Leeuw enkele fragmenten vertaald naar hedendaags Nederlands. In de originele tekst staat: „Men bliester met basunen seer; Die lijster dede wel meneghen keer.” Dat werd: „Ze bliezen keihard op de fluit; Het meesje ging vaak in en uit.”

,,Basusen zijn bazuinen”, zegt Remco Sleiderink. „Trompetten dus, Maar trompen zou ook vreemdgaan kunnen betekenen.” Heeft de auteur die link ook gelegd? Zo lijkt de tekst vol diepere lagen te zitten.

Sommige zinnen zijn ronduit pornografisch. In de vertaling van Rick de Leeuw is een meesje met zijn meesteres „aan de gang”. Maar het om-ghanghe, in de oorspronkelijke tekst, kan ook vagina betekenen.

Het gedicht zit verder vol verwijzingen naar de politiek. De koning van Frankrijk, die sneuvelde binnen het jaar, dat moet Lodewijk X zijn, zegt Remco Sleiderink. Hij werd gekroond in 1315 en overleed een jaar later. Het gerucht ging dat hij werd vergiftigd door de schoonmoeder van één van zijn broers.

Maar andere passages zijn onbegrijpelijk, bijvoorbeeld wanneer het gaat over een ijsbeer die de mis leest voor het hondje van de koster. De onbekende auteur, wellicht afkomstig uit Mechelen, presenteert zijn tekst als een uitdaging. „Proeft of ghijs te vroeder sijt”, schrijft hij. Zie maar of je er wijs uit wordt. Onderzoeker Sleiderink zegt: „Als je probeert te begrijpen wat hij schrijft dan vraag je je voortdurend af: moet ik nog verder zoeken naar betekenissen? Of is het gewoon nonsens? Het lijkt wel een cryptogram.”

Behalve de ruim tweehonderd verzen experimentele poëzie vonden de onderzoekers tussen de oude stadsrekeningen ook uitgescheurde papierstroken van de roman Jonathas ende Rosafiere. Die was al bekend. De Universiteitsbibliotheek van Amsterdam heeft er een versie van, die dateert van omstreeks 1480. De Mechelse fragmenten zijn bijna een eeuw ouder. Bovendien zijn 150 van de 400 verzen nieuw.

Het is een liefdesverhaal over een incestaffaire. Jonathas ziet af van een huwelijk met Rosafiere nadat hij van een engel heeft vernomen dat zij een kind zal krijgen van haar vader. Hij trouwt met haar zus Egelentine. Rosafiere wil weten wat er is gebeurd en krijgt haar zus zo ver dat zij tijdens de huwelijksnacht naast Jonathas mag liggen. Dan hoort zij van de voorspelling. Later wordt zij door haar vader verkracht en belandt zij in de prostitutie. Maar uiteindelijk komt alles toch goed.

„Qua dichtstijl is Jonathas ende Rosafiere niet hoogstaand”, zegt Remco Sleiderink. „Maar het is een goed verhaal.” Over de boekrol met experimentele poëzie is hij niettemin het meest enthousiast. „In de Franse literatuur is er wel een genre dat hier op lijkt, de fatras. Maar in het Nederlandse taalgebied kennen we dit eigenlijk niet, afgezien van een kort fragment, getiteld de Frenesie, die er wel tegenaan leunt. In Frankrijk worden die fatras beschouwd als pure nonsens. Nu ik deze Nederlandse tekst ken, betwijfel ik of dat wel klopt.”

    • Jeroen van der Kris