Oude kunst verdraagt geen zuurstokkleurtjes

Zouden ze aan het Museumpark in Rotterdam op verf bespaard hebben door groot in te kopen? Of is het toeval dat zowel op de tentoonstelling Vroege Hollanders in Museum Boijmans Van Beuningen als op de tentoonstelling Thuis in de Gouden Eeuw in de Kunsthal de schilderijen tegen hardroze wanden zijn gehangen?

In Boijmans hebben de kleuren in ieder geval nog een functie. Vroege Hollanders gaat over de schilderkunst in de late Middeleeuwen, toen het graafschap Holland nog deel uitmaakte van het Bourgondische rijk. Door middel van felgekleurde wanden heeft tentoonstellingsontwerper Ramin Visch een onderscheid gemaakt tussen de diverse steden die destijds van belang waren. Zoals Leiden (geel), Haarlem (knalroze) en Amsterdam (babyblauw).

Inhoudelijk is er op de tentoonstelling weinig aan te merken. Het is een knappe prestatie dat het museum zoveel zeldzame bruiklenen bij elkaar heeft weten te brengen. Ook zijn er handige doorkijkjes in de wanden gemaakt, waardoor bijvoorbeeld drieluiken van de achterkant bekeken kunnen worden. Maar toch. Het blijft even wennen om de bijbelscènes van Geertgen tot Sint Jans, ooit gemaakt voor de sobere interieurs van Hollandse kerken, nu in zo’n kinderkamerinterieur te moeten aanschouwen.

In de Kunsthal pakken de zuurstokkleuren helemaal verkeerd uit. Daar worden meer dan honderd schilderijen van de Duitse verzamelaar Thomas Rusche in een kolderieke huiskamersetting gepresenteerd, met als dominante kleuren mintgroen en felroze. De tentoonstellingsroute leidt langs kamers met bedstee en stoofpot. Soms zijn muren van top tot teen beplakt met rijk gedecoreerd behang of, nog erger, met uitvergrote details van schilderijen. Daarop zijn dan vervolgens weer echte schilderijen gehangen. Probeer dan maar eens de concentratie op te brengen om bijvoorbeeld een stilleven van Jacob Biltius op je in te laten werken.

Thuis in de Gouden Eeuw heeft een hoog educatief gehalte. Zo mag het publiek raden naar de huidige waarde van de getoonde schilderijen, en hebben de zaalteksten laagdrempelige thema’s als ‘een wedstrijd tussen schilders’ of ‘de lopende band van David Teniers’. Daar is niks op tegen. Maar als bij het genre ‘landschap’ de lammetjes uit de luidsprekers beginnen te blaten, en even later de geschilderde portretten blijken te kunnen praten, wordt het allemaal wel erg kinderachtig.

Wat is erop tegen om dit soort eeuwenoude schilderijen in een klassieke setting te tonen? Onlangs bracht ik een bezoek aan de National Gallery in Edinburgh, waar de schilderijen van Rembrandt, Velázquez en Rubens in zalen met bordeauxrode wanden en donkergroene vloerbedekking hangen – zelden zo’n harmonieus museuminterieur gezien.

Een ander voorbeeld van een uitstekend decor is de tentoonstelling van stillevenschilder Adriaen Coorte in het Mauritshuis in Den Haag. De intieme schilderijtjes van Coorte, vaak niet groter dan een ansichtkaart en met een paar aardbeitjes of asperges als thema, komen in de kleine, bescheiden gekleurde kabinetjes van het museum prachtig tot hun recht. Deze tentoonstelling laat zien dat oude kunstwerken het best zonder interactieve foefjes of signaalkleuren kunnen stellen.

    • Sandra Smallenburg