Oerdegelijk en simpel kookgerei voor buiten

De Zweedse veldoven, al eeuwen beter bekend als ‘Dutch oven’ Foto Wouter Klootwijk voor boven een open vuur, Klootwijk, Wouter

De beste koekenpan, stond in deze krant geschreven, is er een uit Zweden. Van de ijzergieterij Skeppshult te Skeppshult. Maar nergens in Nederland te koop. Dat lieten de lezers van deze rubriek niet op zich zitten. Ze schreven de auteur, mailden naar Zweden en vielen winkeliers ermee lastig: „Bestel de pan uit de krant.”

Er kwam ook een e-mail met een vraag van de commercieel directeur van Skeppshult. „Heeft u naam en adres van een geschikte agent in Nederland voor onze pannen, en weet u een goed hotel?”

Maanden niks meer gehoord, tot vorige week plotseling een bericht kwam uit Utrecht. Van de eigenwijze kookwinkel die wel vaker zelf kook- en keukengerei importeert, Potten & Pannen. Die meldde triomfantelijk de aankomst van een schip vol gietijzer. Skeppshult is gearriveerd.

Het zijn niet alleen pannen. Er is ook een gietijzeren kogel, vuistgroot, bedoeld om geurige zaadjes te pletten. En een gietijzeren beker waarin net zo’n beker past, om geurige zaadjes en gedroogde kruiden te vermorzelen door de kleine beker in de grotere rond te wringen met het kruid ertussen.

Maar de bak- en braadpannen maken de dienst uit en om te schateren is de kampeerpan. De pan met zware gietijzeren deksel weegt leeg net geen tien kilo en kost per kilo 15 euro.

Hij heet in het Zweeds veldoven maar is al eeuwen, behalve in Nederland, bekend als Dutch oven. De pan kan aan een ketting aan een driepoot boven een vuurtje hangen. Plompverloren in een smeulend vuur zetten kan ook. De deksel heeft een opstaande rand.

Een paar merken Franse gietijzeren pannen hebben dat ook en de Fransen willen dat je water op de deksel doet, zodat de dampen in de pan onder tegen de deksel afkoelen, druppels vormen die terugvallen en aldus het gebraad automatisch bedruipen zodat het niet taai wordt.

Dat kan met de Zweedse Dutch oven, maar de minder verfijnd culinair aangelegde zwervers van weleer schepten gloeiende kooltjes op de deksel. Zo werd het ook werkelijk een oven, met rondom warmte.

Amerikaanse verzendhuizen van keukenspullen noemen op internet de geëmailleerde braadpan van Creuset een Dutch oven, net als de Amerikaanse fabrikant van geanodiseerde aluminiumpannen Calphalon, die een braadpan ter grootte van een afwasteil Dutch oven noemt.

De eerste pannen die werden genoemd, waren allemaal van gietijzer, kwamen uit Europa en ze kregen de naam in Amerika. Twee verhalen over de naam. Het ene zegt dat Hollandse kooplui ze naar Amerika brachten. Het andere verhaal is gedetailleerder. Een Engelsman bestudeerde in Nederland de kunst van het ijzergieten, begin 18de eeuw. Toen hij wist hoe het moest, ging hij pannen gieten, verscheepte ze naar Amerika en noemde ze naar de afgekeken methode van gieten Dutch ovens. Er waren varianten op pootjes waar het vuur beter onder kan branden en er wordt geschreven dat cowboys ze bij zich hadden onderweg als kampeeruitrusting.

De Zweedse gieterij herintroduceerde ze vorig jaar in een serie oerdegelijk en doodsimpel kookgerei voor buiten. Voor kamperen met een Volvo, want met zo’n pan op je rug kom je niet ver. Niet te tillen. Maar de pan is uitnemend geschikt voor sloom koken. Je doet uien en lamsschouder in een pan met wat water, zout en een enkel kruid en zet hem op het kleinste pitje op de laagste stand of op je kleinste vuurtje buiten. Na drie tot zes uur in het zware warmtevasthoudende gietijzer is het eten klaar en wist je even niet dat je zo goed kon koken.

Wouter Klootwijk