‘Nu martelen Tsjetsjenen elkaar’

De Noorse Åsne Seierstad bezocht Tsjetsjenië vóór en na de oorlog. Voor haar schokkende boek over dit onderbelichte drama sprak ze met alle partijen. ‘Het is nu een republiek van de angst geworden.’

Åsne Seierstad: ‘Cynischer ben ik niet geworden, wel emotioneler’ Foto Maurice Boyer Asne Seierstad Noorse journaliste schreef boek over Tsjetsjenie Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080226 Boyer, Maurice

Twaalf jaar is de wees Timur en hij woont in een rioolbuis op een vuilnisbelt aan de rand van Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenië. Hij leeft van afval. Als tijdverdrijf jaagt hij op zwerfhonden. Hij lokt ze naar zich toe. En slaat ze dan plotseling met een baksteen de hersens in.

Met die scène begint De engel van Grozny, het vierde oorlogsboek van de Noorse journalist Åsne Seierstad, die furore maakte met De boekhandelaar van Kaboel, Honderd-en-een dag in Bagdad en Met de rug naar de wereld, over Servië.

Over de vergeten oorlog in Tsjetsjenië is de afgelopen jaren weinig geschreven. De meeste journalisten waagden zich niet in de levensgevaarlijke deelrepubliek van Rusland, waar Tsjetsjeense vrijheidsstrijders c.q. terroristen het jarenlang vanuit de bergen opnamen tegen moordende Russische soldaten, waar alle partijen Russen én Tsjetsjenen gijzelden en van waaruit terreurgroepen bloedige aanslagen pleegden tot diep in het Russische moederland. Ik ken drie recente boeken over de oorlog in Tsjetsjenië. Anna Politkovskaja opereerde open en bloot in Tsjetsjenië, schreef onder meer A Dirty War. A Russian Reporter in Chechnya en werd twee jaar geleden vermoord. In Het Tsjetsjeense labyrint versloeg de Franse journalist Anne Nivat in 1999 undercover de Russische bestorming van Grozny. En nu is er het boek van Seierstad. Alle drie vrouwen. Toeval?

Åsne Seierstad ging in 1995 voor het eerst naar Grozny. Ze was 24, freelancer en stapte onvoorbereid op een militair vliegtuig naar het oorlogsgebied. Een levensgevaarlijke actie. In 2006 ging ze undercover terug en woonde maanden bij ‘de engel van Grozny’, een Tsjetsjeense vrouw die zonder geld een weeshuis runt voor Tsjetsjeense kinderen, het weeshuis waar ook Timur uiteindelijk onderdak vindt. Ze sprak met Tsjetsjenen die getuige waren van martelingen en executies, maar ook met families die slachtoffer werden van eeuwenoude bloedwraak. In april 2007 reisde ze met een officiële delegatie journalisten naar Grozny om de beëdiging van Ramzan Kadyrov als president te verslaan. Ze interviewde hem in zijn zwaar bewaakte datsja in Goedermes, bij Grozny.

Seierstad belicht het conflict door de ogen van álle deelnemende partijen, inclusief de Russen, maar vooral van de belangrijkste slachtoffers, de Tsjetsjeense vrouwen en kinderen. Ze oordeelt niet, houdt geen historische of politieke betogen, ze beschrijft en registreert. Het is een schokkend boek over een onderbelicht drama.

Wat is het belangrijkste verschil tussen het Tsjetsjenië van 1995 en nu?

„Het verschil is enorm. Toen lag Grozny in puin, nu wordt het opgebouwd. Maar de sfeer is totaal veranderd. In de jaren negentig waren de Tsjetsjenen een sterk, trots volk, dat vocht voor zijn onafhankelijkheid. Toen was het een gemeenschappelijke strijd: in de dorpen kookten de vrouwen voor de verzetsstrijders. Nu is het een gebroken volk. De ene Tsjetsjeen martelt de andere. De Russen hebben de republiek totaal kapotgemaakt. Je bent vóór Kadyrov of tegen. Men houdt elkaar angstvallig in de gaten, geeft zijn buurman aan. Iedereen loopt gebogen. De samenleving is sociaal en ethisch vernietigd. Het was vreselijk om er terug te komen”.

Het is een vrij effectieve, maar perverse politiek van Poetin geweest. Hoe verklaart u dat hij daarmee weg komt?

„Dat verbaast mij ook. Om te beginnen heeft Poetin natuurlijk een effectieve informatieblokkade opgeworpen. Er zijn al heel wat journalisten verbannen omdat ze illegaal naar Tsjetsjenië zijn gegaan. Het is heel tijdrovend. Je moet er stiekem zien te komen en je hebt dus iemand nodig die je vertrouwt.

„Daarnaast heeft de oorlog tegen de terreur na 9/11 een rol gespeeld. Poetin heeft Tsjetsjenië zijn ‘War on Terror’ gedoopt. En natuurlijk hebben de Tsjetsjenen zelf Poetin prima geholpen. Hij heeft Kadyrov benoemd, die wreed genoeg is om te bereiken wat de Russen voor ogen stond: oppervlakkige stabiliteit. Je kunt nu veilig door het centrum van Grozny rijden, maar het is een republiek van de angst.”

Waarom heeft Poetin voor deze wrede variant gekozen? Waarom kiest hij iemand die zijn eigen volk martelt?

„Omdat Kadyrov de stabiliteit garandeert die hij nodig heeft. Kadyrov heeft de strijders amnestie beloofd op voorwaarde dat ze zouden toetreden tot zijn veiligheidstroepen, de kadyrovtsy. Maar om te bewijzen dat je aan zijn kant stond, moest je mensen aangeven of martelen. Iedereen heeft nu bloed aan zijn handen. En het verzet is gebroken.”

Anna Politkovskaja beschrijft Kadyrov als een psychopaat, u als een gekooide tijger.

„Politkovskaja heeft hem geïnterviewd in 2004, ik in 2007. In de tussentijd kreeg hij een strikte scholing van de Russen. Tegen Politkovskaja was hij heel agressief. Nu draagt hij geen militair uniform meer maar een pak. De Russen hebben hem geleerd hoe hij zich moet gedragen. Hij heeft zich het beschaafde vocabulaire aangemeten van ‘Poetin’, ‘grondwet’ en ‘democratie’. Maar over de psychopaat zit maar een heel dun laagje vernis. ‘De waarde van de vrouw is zó gedevalueerd!’, zei hij tegen me. Wat een progressief standpunt, reageerde ik. ‘Ja’, zei hij toen, ‘je kunt nu al een vrouw kopen voor 40 dollar, vroeger kostten ze 100 dollar’. Hij is zoals de Talibaan: vrouwen mogen geen korte rokken dragen, geen muziek draaien, geen mobieltjes hebben. Ook zijn godsdienst is vernis. Je wordt misselijk als je naar hem kijkt. En Poetin heeft hem benoemd!”

Het is cynisch dat juist Tsjetsjenië, dat vele doden aan Poetin te danken heeft, met overweldigende meerderheid op hem stemde.

„Ja, de opkomst was 99 procent en 99 procent zou voor Poetin hebben gestemd. Kadyrov bepleitte steeds een derde presidentstermijn voor zijn vriend Poetin.”

Was u bang voor hem?

„Ik was bang dat ik eruit zou worden gegooid. En ik zou nu niet graag teruggaan. Het zijn geen fijne jongens daar. Ik weet niet of Kadyrov de opdracht heeft gegeven om Politkovskaja te doden. Zij had zoveel vijanden. Het kan ook de wraak van een Russische militair zijn geweest die door haar toedoen is veroordeeld. Voor Poetin was Politkovskaja geen probleem. Maar hij heeft wel een systeem gecreëerd waarbij mensen weten dat er een goede kans is dat ze wegkomen met zo'n moord.”

Een van de treurigste hoofdstukken in het boek gaat over de piepjonge Russische soldaat die blind terugkeert uit de oorlog en geen pensioen krijgt omdat hij officieel nog steeds in Tsjetsjenië geregistreerd staat. Zijn leven ligt in puin, maar hij heeft geen woord van kritiek op de politiek leider die hem die oorlog heeft ingestuurd.

„Dat vind ik typisch Russisch, de traditie van het tsarisme. Het land, de vlag, de natie, het leger zijn belangrijker dan de mensen. Die jongen is alles kwijt, behalve zijn geloof in zijn Russische identiteit. Het is je reinste Kafka, dat hij geen pensioen krijgt omdat ze vergeten zijn hem af te melden in Tsjetsjenië! Uiteindelijk krijgt hij zijn pensioen wél, maar het is een fooi. Dat gesprek met hem was zó pijnlijk. Hij zit maar opgesloten in die flat met zijn moeder. Ik denk dat hij gek wordt. Maar zo is Rusland: het individu is niets, de staat is alles. En dat komt niet alleen van boven: hij denkt er zelf net zo over.”

Hoe lukte het u het vertrouwen van die getraumatiseerde Tsjetsjeense kinderen te winnen? Neem Timurs zusje Liliana, die jaren door haar oom is misbruikt..

„Niemand is geïnteresseerd in hun verhaal. Hadizat, de engel van Grozny, hun pleegmoeder, moet zorgen voor 50 kinderen. Ze worden dus goeddeels aan hun lot overgelaten. Hadizat was geschokt toen ik haar vertelde dat Timur honden doodsloeg. Die kinderen interviewen is een zware verantwoordelijkheid. Ze weten niet wanneer ze moeten stoppen met praten over de verschrikkingen. Hadizat is fantastisch, maar van psychologie heeft ze geen kaas gegeten. Ik ook niet trouwens. Mijn redacteur zei tegen me: kinderen praten niet zo volwassen over oorlog. Maar ik heb mijn boek aan een Noorse psychiater voorgelegd. Hij zei: dit is exact hoe oorlogskinderen praten.”

Is er hoop voor Tsjetsjenië?

„Alles wat daar gebeurt wordt in Moskou besloten. Kadyrov moet snel vervangen worden door een normalere persoon. Hij heeft te veel bloed aan zijn handen. Ik weet niet of een Waarheidscommissie zoals in Zuid-Afrika in Tsjetsjenië zou werken. De tradities van bloedwraak zijn er heel sterk. Ze maken elkaar af, net zoals in Albanië. Hoe kun je dan compromissen sluiten?”

Heeft schrijven over oorlog u veranderd?

„Mijn eerste oorlogservaring in Tsjetsjenië was toeval. Ik vond dat ik daarheen moest. Toen zag ik voor het eerst verminkte kinderen, die niet snapten wat er met hen was gebeurd. Terug in Moskou werd ik depressief. Maar cynisch ben ik er niet van geworden, eerder emotioneler. Het werd me steeds duidelijker dat er een link is tussen de politics of war en de burgers. En wij blijven dat maar vergeten.”

Åsne Seierstad: The Angel of Grozny. Inside Chechnya. Virago, 340 blz. €17,95.Åsne Seierstad: De engel van Grozny. Vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar. De Geus, 377 blz. €19,90.