Nachtelijke telefoontjes en vals alarm

Telefoon om drie uur ’s nachts is altijd schrikken, ook als je niet in het Witte Huis woont. Goed nieuws is het zelden. Niet opnemen en doorslapen is verleidelijk, maar meestal onverantwoord.

Zbigniew Brzezinski was in 1980 de Nationale Veiligheidsadviseur van president Carter, toen er zo’n telefoontje kwam. Het was zijn militaire assistent, met de boodschap dat de Sovjet-Unie 220 raketten had afgevuurd in de richting van de Verenigde Staten. Brzezinski wist dat de president in zo’n geval hoogstens zeven minuten de tijd heeft om te besluiten tot een tegenaanval.

Hij vroeg zijn assistent om na te gaan of het bericht klopte, en zo ja op welke doelen de raketten gericht waren. Ook gaf hij opdracht alvast Amerikaanse bommenwerpers richting Sovjet-Unie te sturen.

Even later belde de assistent terug: het verhaal klopte, maar het bleken 2.200 raketten te zijn, een massale aanval dus. Brzezinski was ervan overtuigd dat Amerika moest terugslaan, en terwijl hij zich opmaakte om Carter wakker te bellen ging voor de derde keer de telefoon. Het was vals alarm, meldde de assistent nu: iemand had bij vergissing de bandjes van een oefening in de computer gestopt.

Brzezinski had zijn vrouw maar laten slapen, in de verwachting dat binnen een half uur toch iedereen dood zou zijn. En ook de president werd pas de volgende ochtend op de hoogte gesteld.

Dit verhaal vertelt Robert Gates, de voormalige CIA-chef en huidige minister van Defensie, in zijn boek From the Shadows (1996), over Amerikaanse presidenten in de Koude Oorlog. De wereld was aan een ramp ontsnapt, maar had rustig doorgeslapen.

Hillary Clinton schijnt in haar strijd met Barack Obama veel succes te hebben met een televisiespotje dat draait om zo’n nachtelijke telefoontje – een klassiek beeld van leiderschap dat op de proef wordt gesteld. De telefoon rinkelt in het Witte Huis, ergens anders ligt een kindje vredig ligt te slapen, een bezorgde moeder komt even in de kinderkamer kijken of alles goed is.

In het Witte Huis blijft ondertussen de telefoon onheilspellend rinkelen: een stem die het midden houdt tussen God en ons geweten vraagt: wie wilt u dat er opneemt? En dan verschijnt Hillary Clinton aan de telefoon: opgemaakt en aangekleed, messcherp en besluitvaardig. Zo zien we een leider graag, 24 uur per etmaal oproepbaar om de wereld te redden.

In praktijk, weten we, verlopen dit soort momenten nogal eens anders en chaotisch. Vaak wordt de president er zelfs buiten gehouden, en soms met goede reden.

Richard Nixon dronk nogal stevig en had tegen het eind van zijn presidentschap regelmatig emotionele buien – vooral vanwege het Watergate-schandaal dat zijn presidentschap steeds meer overschaduwde. Toen Moskou zich in oktober 1973 dreigde te gaan bemoeien met de Jom-Kipoer-oorlog in het Midden-Oosten, besloot veiligheidsadviseur Henry Kissinger midden in de nacht om de Russen een duidelijk signaal te geven: zonder de president ermee lastig te vallen nam hij met enkele collega’s het belangrijke en niet ongevaarlijke besluit de Amerikaanse kernmacht in een hogere staat van paraatheid te brengen. Nixon werd pas om acht uur ’s morgens ingelicht.

Bij de huidige president kwam het telefoontje dat zijn leiderschap op de proef stelde niet om drie uur ’s nachts in de slaapkamer, maar om negen uur ’s ochtends in een schooltje in Florida, waar de leider van de westerse wereld heen gereisd was om voor te lezen uit een boek over een geitje. Nadat een medewerker hem had ingefluisterd dat een tweede vliegtuig op het World Trade Center was ingevlogen (‘America is under attack’) zakte de president pijnlijk voor de leiderschapstest: hij bleef, zoals iedereen later heeft kunnen zien, minutenlang zwijgend in het klasje zitten met een mistige blik in zijn ogen: op dit cruciale moment wilde hij rust en kracht uitstralen tot er meer informatie beschikbaar was, zou hij later verklaren tegenover de commissie die de gebeurtenissen van 9/11 onderzocht.

De man die op 11 september 2001 wél in het Witte Huis bij de telefoon zat was vicepresident Cheney. Maar ook deze ervaren rot, die onder eerdere presidenten chefstaf van het Witte Huis en minister van Defensie was geweest, slaagde er niet in om daadkrachtig en effectief op te treden. Toen een gekaapt vliegtuig op Washington bleek aan te vliegen gaf hij wel het bevel om het uit de lucht te schieten, maar door slechte communicatie en bureaucratische chaos bleef die opdracht ergens steken in de commandoketen. Als het toestel niet in Pennsylvania was neergestort maar was doorgevlogen, dan had het waarschijnlijk niet onderschept kunnen worden en had vicepresident met al zijn daadkracht en ervaring machteloos in de bunker van het Witte Huis gezeten.

Over een jaar zit er een nieuwe president in het Witte Huis, op zijn of haar manier voorbereid om het gevreesde urgente telefoontje op te nemen. Je kunt je maar beter niet voorstellen wat er dan zal gebeuren. Want wie de verkiezingen in november ook wint, als je de geschiedenis serieus neemt moet je er rekening mee houden dat een slagvaardige reactie van een leider die weet wat hij doet er misschien wel niet in zit.

Maar leiderschap bewijst een president ook op andere momenten en manieren. Bijvoorbeeld als hij voor de vraag staat of hij durft in te gaan tegen de heersende stemming in land of Congres, wanneer de situatie dat vereist. Of wanneer hij de adviseurs selecteert die hem moeten helpen zijn oordeel te vormen, de mensen die midden in de nacht voor hem de telefoon opnemen en besluiten of ze hem wakker maken of niet.

Obama heeft zich volgens Amerikaanse media onlangs gedistantieerd van een prominente adviseur: Brzezinski. De veteraan uit de regering-Carter was omstreden geraakt bij pro-Israël-groepen door zijn opvatting dat een akkoord tussen Israël en de Palestijnen geen kans heeft, zolang Hamas er niet bij wordt betrokken.

Toen niemand Obama nog veel kans gaf was de steun van Brzezinski een belangrijke opsteker voor hem. Nu gooide hij hem, zoals een columnist het uitdrukte, voor de bus – geen teken van grote koelbloedigheid, noch van het besef dat als de telefoon ’s nachts rinkelt het niet alleen aankomt op de ervaring van de president, maar ook op de kwaliteit van adviseurs.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Filmpje Clinton via weblog van correspondent Tom-Jan Meeus: nrc.nl/race08

    • Juurd Eijsvoogel