Met Europese steun komt het wel goed

Premier Balkenende sprak gisteren zijn Europese collega’s toe over de film van Geert Wilders. Als het misgaat, kan de gemeen-schappelijke verklaring meteen geschreven worden.

Premier Balkenende sprak gisteren in Brussel met zijn Deense collega Anders Fogh Rasmussen, die zei dat „als het nodig is, Nederland echt wel steun zal krijgen.” Foto AFP Denmark's Prime Minister Anders Fogh Rasmussen (L) talks with Netherlands' Prime Minister Jan Peter Balkenende during the first session of a European Summit at the headquarters of the European Council on March 13, 2008 in Brussels. European Union leaders gather amid tensions over a French proposal for a new Mediterranean Union that Germany warns would exclude other EU members. AFP PHOTO / ERIC FEFERBERG minister-president van Denemarken AFP

Anders Fogh Rasmussen, premier van Denemarken, sprak Jan Peter Balkenende voor het eerst over de film van Geert Wilders in Davos, tijdens het World Economic Forum. Dat was in januari. Daarna belde Balkenende erover. „Hij wilde weten wat onze ervaringen waren met de spotprenten over Mohammed”, zegt Rasmussen afgelopen nacht, na de eerste dag van de EU-top van regeringsleiders in Brussel.

Veel wil Rasmussen niet zeggen over de gesprekken. Maar wel dat hij een belangrijk advies had voor de Nederlandse minister-president: zorg ervoor dat je de steun hebt van de andere Europese lidstaten.

De Europese Unie had pas heel laat, en nog niet eens heel ondubbelzinnig, gereageerd op de gewelddadige reacties in islamitische landen op de Deense cartoons.

En dus nam Balkenende gisteren, aan het eind van het diner met Europese regeringsleiders, het woord. Het wilde zijn collega’s informeren, zei hij, over de film die Tweede Kamerlid Wilders aan het maken zou zijn. Nederland had „signalen” over mogelijke reacties. Dat raakt niet alleen Nederland, had Balkenende gezegd. „Dat kan ook u raken.”

Welke steun kreeg hij toen? Welke toezeggingen? Balkenende zag „begrijpende blikken”, zei hij afgelopen nacht op een persconferentie in zijn hotel. Er werd „instemmend geknikt”. „En na afloop zeiden sommige collega’s er iets over.”

Was dát wat Nederland nu nodig had? Balkenende zei nog een keer dat de „klankkleur”, de „gezindheid” en de „toon” hem hadden gerustgesteld. Met de Europese steun zat het wel goed.

De Nederlandse delegatie was tevreden. Als het over een paar weken misgaat met Nederland in de wereld, door Wilders’ film, hoefde Balkenende alleen nog maar te bellen met de Sloveense premier, die nu voorzitter is van de Europese Unie. Die wist dan nog wel dat iedereen hem had gesteund tijdens het diner. De Sloveen hoefde er geen lidstaat meer over te bellen, de gemeenschappelijke verklaring van solidariteit – die Nederland graag wil hebben – kon dan meteen geschreven worden.

In Brussel gaat het al sinds begin dit jaar over de film. Tijdens een vergadering van ministers van Buitenlandse Zaken, eind januari, begon een Oost-Europese collega van Maxime Verhagen erover. Hij had over de plannen gehoord van VN-secretaris generaal Ban Ki-moon. Die zou hebben gezegd: „Wat gaat de EU doen als die film er komt?” Ban Ki-moon was er ook over begonnen tegen Slovenië, als voorzitter van de EU. De Sloveense minister Dimitrij Rupel van Buitenlandse Zaken had over de film gehoord van Verhagen, tijdens een overleg in Den Haag over Servië. Rupel had bezorgd gereageerd. Vrijheid van meningsuiting was belangrijk, maar kende deze politicus zijn verantwoordelijkheid?

Minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) kreeg tijdens een lunch met Europese collega’s, twee weken geleden, ook vragen van collega’s over de plannen van Wilders. Maar de vragen kwamen niet alleen van de andere lidstaten. Nederland zelf wilde steun als de film er zou zijn en tot geweld zou leiden, of bijvoorbeeld een boycot van Nederlandse – of Europese – producten. Balkenende was bij de Franse president Nicolas Sarkozy, die diplomatieke hulp beloofde. Er was een toezegging van steun uit Zweden.

In Brussel wordt al nagedacht over een gemeenschappelijke verklaring voor Nederland. Die zou van de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, kunnen komen. Of van Javier Solana, die namens de EU het buitenlands beleid coördineert of van de Sloveense voorzitter van de EU.

De belangrijkste vraag is nu: wat voor verklaring wordt het? Zal de nadruk komen te liggen op vrijheid van meningsuiting of op de vrijheid van godsdienst en de verantwoordelijkheid van de maker van de film? Na protesten tegen de Deense spotprenten noemde Europees Commissaris Franco Frattini (Justitie) de publicatie daarvan „onvoorzichtig”. Hij zei ook: „Ik kan de gevoelens van verontwaardiging, frustratie en droefheid van moslimgemeenschappen begrijpen.” Daardoor leek het dat de Denen niet voluit werden gesteund.

Tegen buitenlandse journalisten zei Balkenende afgelopen nacht dat tijdens demonstraties die er nu al zijn tegen de film, Nederlanders en Denen samen worden genoemd. Voor heel Europa dreigde gevaar.

Maar wat vinden ze in Brussel? „We weten niet eens of die film er wel is”, zei de Belgische ambassadeur bij de NAVO, Frans Van Daele, afgelopen woensdag tijdens een publieke bijeenkomst met zijn Amerikaanse en Roemeense collega’s. Gisteravond zei de Deense premier Rasmussen dat het „prematuur” zou zijn om nu al met een gemeenschappelijk standpunt te komen over de film. „Als het nodig is, zal Nederland echt wel steun krijgen van de EU. Maar nu weten we nog helemaal niks.”