Meer altruïsme graag

De NAVO heet een bondgenootschap te zijn. Als één lidstaat wordt aangevallen, staan alle landen zij aan zij. Sinds de oprichting van de Noord-Atlantische alliantie in 1949 is artikel 5 van het verdrag, waarin deze wederzijdse solidariteit is vastgelegd, één keer geactiveerd: namelijk na de aanslagen van 11 september 2001. De operatie Enduring Freedom in Afghanistan was daarvan indirect het resultaat.

Maar sindsdien brokkelt het altruïsme binnen de NAVO gestaag af. De International Security Assistance Force, waaraan ook Nederland deelneemt, is onderwerp van eindeloos gesteggel over middelen en manschappen. In de officiële communiqués wordt een eenheid geveinsd, die er achter gesloten deuren niet is. De alliantie is eerder een archipel dan een falanx. Er dreigt zelfs een tweedeling binnen de NAVO tussen eersterangs lidstaten, die de kastanjes uit het vuur halen, en tweederangs leden, die instemmend toekijken. Dat heeft niet alleen politieke maar ook militaire consequenties.

De meeste Europese troepen [...] zijn nog getraind voor het Rode Leger, liet de Amerikaanse minister Gates van Defensie zich begin dit jaar ontvallen. Hij bedoelde dat Europa denkt in termen van de Koude Oorlog, niet in die van de huidige guerrillaoorlog. Het kwam Gates te staan op een reprimande van zijn Nederlandse ambtsgenoot Van Middelkoop. Maar de Amerikaanse minister had geen ongelijk. De bondgenoten zijn niet geneigd zomaar voor elkaar in te springen, zelfs niet financieel. Dat zet de NAVO als bondgenootschap op het spel.

Daarom is de gezamenlijke interventie van de ministers van Buitenlandse Zaken van Nederland en Slowakije de moeite waard. Op de opiniepagina van deze krant riepen Verhagen en Kubiš gisteren de NAVO-partners in Afghanistan op hun „nationale stokpaardjes” op te geven. De NAVO moet zichzelf geen rad voor ogen draaien. De aanwezigheid in Afghanistan zal niet binnen vijf jaar zijn beëindigd. De bondgenoten moeten zich voorbereiden op een scenario met blauwhelmen à la de Balkan, aldus Verhagen en Kubiš. Vooruitlopend daarop dienen de lidstaten zich nu niet meer te beperken tot hun eigen zone in Afghanistan, maar zouden ze bereid moeten zijn overal in het getormenteerde land te opereren. Zo zouden Nederlandse militairen, nu opgesloten in Uruzgan in het zuiden, naar het noorden moeten kunnen worden gedirigeerd. En Duitse soldaten in omgekeerde richting. Een consequentie is dat er een einde moet komen aan de opsplitsing van Afghanistan in vijf regio’s . De ministers pleiten dan ook voor één commandolijn in het hele land.

Het is de vraag of de grote lidstaten zich hierin kunnen vinden. De invloed van Nederland en Slowakije moet niet worden overschat. Maar het pleidooi van Verhagen en Kubiš, een gezamenlijk initiatief uit het oude én het nieuwe Europa, is niet zonder betekenis. Het dwingt de andere partners in de NAVO, die over drie weken in Boekarest bijeenkomt voor een belangrijke topconferentie, tot een minder egocentrische houding. En dat is op zichzelf al nuttig.