Machteloos in elke brandhaard

Ze noemden hem Serbio, omdat hij te meegaand was ten aanzien van de Serviërs: Sergio Vieirra de Mello, de VN-diplomaat die zich altijd terughoudend moest opstellen. Tot ze hem opbliezen.

Sergio Vieira de Mello in Iran, een maand voor zijn dood in 2003 Foto Behrouz Mehri/AFP UN special representative to Iraq Sergio Vieira de Mello meets with Iranian President Mohammad Khatami (not in picture) as a portrait of Iran's late founder of Islamic Republic Ayatollah Ruhollah Khomeini is seen in background, in Tehran, 17 July 2003. De Mello appealed to Iran to lend it support to Iraq's new Governing Council, the official IRNA news agency reported. AFP PHOTO/Behrouz MEHRI AFP

Samantha Power: Chasing the Flame. Sergio Vieirra de Mello and the Fight to Save the World. Penguin, 622 blz. €28,– De Nederlandse vertaling verschijnt in april bij Contact

VN-functionarissen die de aanslag overleefden krabbelen op uit de bergen puin en staan, bedekt met stof, verdwaasd met mobieltjes aan hun oren. Minuten geleden is het VN- kantoor in Bagdad door een zelfmoordterrorist opgeblazen. Ergens onder de rokende betonbrokken ligt Sergio Vieirra de Mello, de speciale afgezant in Irak van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Vanaf een basis in de buurt marcheren Amerikaanse militairen naar de rampplek met orders om de omgeving af te grendelen. In cordon, blijven de 450 GI’s vervolgens urenlang staan, zonder iets te doen, met hun ruggen naar het puin toegekeerd. Het is 19 augustus 2003 in de namiddag. Verantwoordelijkheden liggen in Bagdad politiek zeer gevoelig. Moeten de Amerikanen een reddingsactie voor overlevenden beginnen, of zouden ze dan Bagdads stadsbestuur-in-opleiding passeren? De VN zelf komt ook niet in beweging. Kofi Annan is op vakantie in Finland en neemt de telefoon niet op. Zijn plaatsvervanger in New York ziet het ingestorte gebouw op CNN, neemt aan dat de Amerikaanse soldaten ter plekke al het mogelijke wel zullen doen en belt Bagdad niet eens. Terwijl BBC World de eerste opiniepeiling lanceert (‘Baghdad UN Blast: What Future for the UN?’) begint een handvol omstanders de speciale afgezant van de VN dan maar met de hand uit te graven. Iraakse tieners met koelboxen verkopen Pepsi aan de toeschouwers.

Vieirra de Mello leefde nog een paar uur door onder de brokstukken. Bij de aanslag kwamen behalve hij, nog 22 VN-medewerkers om het leven. Anderhalve maand later doekte de VN de missie op. De vredesstichters hadden in Irak niets meer te zoeken.

Samantha Power (1970), die leven en werken van Vieirra de Mello reconstrueerde, is docente internationale betrekkingen aan Harvard. Haar eerste boek, het internationaal geprezen A Problem from Hell, was een bewerking van het proefschrift dat ze schreef als Harvard-rechtenstudent over de manier waarop de Amerikaanse politiek in de afgelopen eeuw reageerde op genocides. Voornamelijk niet, was haar conclusie. De vlam in de titel van haar tweede boek is die van het ideaal van de betere wereld waar Vieirra de Mello in opdracht van zijn werkgever, de VN, achteraan joeg. In vier jaar sprak Power met ruim 400 mensen die de man of de VN-missies waarin hij vanaf 1969 diende, kenden.

Met haar zwierige pen, en dankzij de vele anekdotes die de geïnterviewden met haar deelden, heeft Power het taaiere historische archiefmateriaal waaruit ze putte aardig weten te verlevendigen. Het boek volgt Vieirra de Mello in zijn 35 jaar durende loopbaan van de ene humanitaire hotspot waarheen de VN hem als onderhandelaar of waarnemer afvaardigde, naar de volgende. Naar Libanon in de jaren tachtig, de oorlog op de Balkan in de eerste helft van de jaren negentig, de eerste nation-building-experimenten van de VN in Kosovo en Oost-Timor rond de millenniumwisseling en het begin van de oorlog in Irak in 2003.

De Verenigde Naties bestaan niet,’ sneerde de Amerikaanse ambassadeur bij de VN, John Bolton eens. ‘De bovenste tien verdiepingen van het VN-kantoor in New York kunnen er afvallen zonder dat het een zier zou uitmaken.’ Een diplomaat in dienst van de machteloze VN neemt nergens beslissingen over, maar is steeds slechts uitvoerder van agenda’s van de VN-lidstaten. Daarin ligt de zwakte van Powers keuze om uitgerekend zo’n VN-diplomaat tot ‘held van onze tijd’ te bestempelen. Uit het boek rijst eerder het beeld op van een man die mét de VN-organisatie moest knokken om door machthebbers een beetje serieus te worden genomen. Soms ging dat zelfs ten koste van de slachtoffers waarvoor de VN geacht wordt pal te staan.

Vernedering

Op de Balkan bijvoorbeeld is Vieirra de Mello politiek adviseur van VN-gezant Thorvald Stoltenberg. Servische paramilitairen belegeren de VN-enclaves en Vieirra de Mello krijgt de opdracht ze te overreden om daarmee op te houden. De Serviërs negeren de machteloze VN-diplomaat en gaan gewoon door met het uithongeren en afslachten van de ‘vijand’. Als de NAVO ten slotte dreigt om Servische militaire stellingen dan maar te bombarderen, en daarmee de VN-diplomatie als ‘mislukt’ opzij te schuiven, krijgt Vierra de Mello van zijn VN-bazen de opdracht die vernedering voor de organisatie te voorkomen. Hij knijpt dus beide ogen toe als de Serviërs voor ieder geschutstuk dat ze voor het oog van de NAVO terugtrekken elders nieuwe plaatsen, en hij vertelt het de NAVO niet als Servische troepen tóch weer oprukken naar het al zo geteisterde Sarajevo. Zó terughoudend toont Sergio Vieirra de Mello zich in kritiek op Servische uitwassen, dat hij de bijnaam ‘Serbio’ krijgt opgeplakt.

Na een jaar loopt zijn contract af en wordt hij teruggeroepen naar Genève. Power beschrijft hoe hij op de avond van de dag dat Srebrenica valt, in juli 1995, een fles goedkope rode wijn leegpimpelt en zich treurig afvraagt of het verzuim van de VN destijds om de Serviërs streng aan te pakken, debet is aan het drama dat zich nu in Srebrenica voltrekt. De VN-missie voorkwam misschien dat de Bosniërs in de enclaves verhongerden, maar niet dat ze door Serviërs werden afgeslacht. ‘We deelden boterhammen uit bij de poorten van Auschwitz,’ weet Vieirra de Mello in retrospect.

Met dit toch belangrijke inzicht kan de man in het VN-keurslijf echter niets doen. De VN stuurt hem naar Afghanistan om daar wéér die boterhammen uit te delen, gewoon omdat de VN-lidstaten eisen dat de VN dat doet. Vieirra de Mello onderhandelt beleefd met de wreed heersende Taliban over voorwaarden. Ze verbieden vrouwelijke VN-medewerkers zonder een mannelijk familielid naar Afghanistan te komen. Vieirra de Mello krijgt de opdracht akkoord te gaan. De Taliban slaat een VN- gezant in het gezicht en smijt een andere VN-medewerker een thermoskan naar zijn hoofd; Vieirra de Mello moet sussen. Als de Taliban twee VN-employés opknoopt en er twee doodschiet, willen de VN-lidstaten dat Sergio de Taliban belooft dat een en ander voor de hulpverlening geen gevolgen heeft. De lidstaten willen de Taliban nu eenmaal te vriend houden.

De oorlog in Irak maakt ten slotte een einde aan zijn hoop om het ooit tot secretaris-generaal van de VN te schoppen.

De Amerikaanse aanval op Irak in 2003 stortte de VN in de diepste geloofwaardigheidscrisis van haar bestaan. De VN-Veiligheidsraad steunde de aanval niet, maar de Amerikanen deden het tóch. De VN stond er weer eens bij en keek ernaar. Na de invasie ging Kofi Annan dan ook gretig in op de Amerikaanse uitnodiging om een klein VN-kantoor in Bagdad te openen. Volgens de VN-statuten zou de VN zich met de illegale Amerikaanse bezetting van Irak niet mogen associëren, maar Annan vreesde dat de VN door weg te blijven, in totale irrelevantie ten onder zou gaan. Hij wees senior-diplomaat Vieirra de Mello aan als zijn speciale afgezant, met de bedoeling de VN-aanwezigheid in Irak zoveel mogelijk gewicht te geven.

Kreeft

In het vliegtuig van Genève naar New York laat Vieirra de Mello champagne en kreeft aanrukken: het is feest, want de VN mag meedoen in Irak! Maar in de weken daarna krijgt hij niets van de VN-agenda voor Irak gerealiseerd. De VN eist toegang tot Iraakse gevangenen voor het Rode Kruis en een datum voor de terugtrekking van de Amerikaanse troepen in Irak: de VS zegt botweg nee. Het kost Vieirra de Mello zelfs de grootste moeite om voor bijeenkomsten over Iraks toekomst uitgenodigd te worden. Ook in Irak, doen de VN en Vieirra de Mello er niet toe. Zuur genoeg krijgen ze wel de rekening voor hun betrokkenheid bij de Amerikaanse bezetting gepresenteerd. De bom die onder Vieirra de Mello’s Bagdadse kantoorraam tot ontploffing wordt gebracht, woog 500 kilo.

Anderhalf uur na de aanslag kijken de Amerikaanse soldaten in het cordon om het VN-kantoor nog steeds alsof zij water zien branden als mensen zeggen dat er ene Vieirra de Mello onder het puin ligt. Iemand vindt een verdwaalde dameshandtas tussen de brokstukken. Die binden de paar vrijwilligers die naar Vieirra de Mello aan het graven zijn, aan een gordijnkoord dat voorbij komt waaien. Ze hijsen in dat tasje stukjes beton naar boven.

Vieirra de Mello was 19 jaar jong toen hij voor de VN begon en 55 toen hij in VN- dienst stierf.

    • Linda Polman