Is Super-G een absurde sport?

De skiër Matthias Lanzinger moet na een zware val zijn onderbeen missen. Dat leidde tot emotionele reacties.

„De afdaling is gevaarlijk, de Super-G absurd.”

Ook de Zweed Daniel Ericsson kwam ten van in Kvitfjell. Zijn collega Matthias Lanzinger raakte er zo ernstig geblesseerd, dat zijn linkeronderbeen moest worden geamputeerd. Foto AFP Sweden's Daniel Ericsson injured face is pictured after a fall during the men's official downhill training of the FIS Ski World cup on February 28, 2008 in Kvitfjell. AFP PHOTO / DANIEL SANNUM LAUTEN AFP

Worden alpineskiërs het slachtoffer van hun eigen waanzin of zijn de veiligheidseisen niet hoog genoeg? De verwijten vliegen over en weer sinds het linkeronderbeen van de Oostenrijker Matthias Lanzinger (27) moest worden geamputeerd als gevolg van zijn crash bij de wereldbekerwedstrijd Super-G, anderhalve week geleden in het Noorse Kvitfjell.

De skiërs, met de Oostenrijkse routinier Hermann Meier als voornaamste woordvoerder, verwijten de internationale skifederatie FIS het veronachtzamen van de veiligheid. Maier zei tijdens een discussie voor de Oostenrijkse televisie, dat de Super-G in Kvitfjell veel te licht was uitgezet. „De gemiddelde snelheden lagen hoger dan bij de afdaling”, sprak een verontwaardigde Maier, die FIS-voorzitter Gian-Franco Kasper voor de voeten wierp spektakel te prevaleren boven veiligheid.

De Zwitser riposteerde in de Oostenrijkse krant Die Presse, dat er bij skiën altijd sprake is van een risico, maar zei ook dat „sommige skiërs te eerzuchtig zijn en hun stijl niet bij hun capaciteiten aanpassen.” Kasper herinnerde daarnaast aan de door de FIS aangescherpte veiligheidseisen met betrekking tot het materiaal.

Maar voorzitter Peter Schröcksnadel van de Oostenrijkse skibond (ÖSV) zei in Die Presse dat een verdere taillering van de ski en verandering van de bindingen weinig effect sorteert. Hij stelt voor de hoge snelheden aan banden te leggen. „Wat maakt een toeschouwer of televisiekijker het nu uit of Hermann Maier met 130 of 100 kilometer per uur naar beneden gaat? Hogere snelheden verleiden de mindere skiërs tot het nemen van onverantwoorde risico’s.”

Hoezeer hun meningen ook verschilden, over één onderwerp waren de skiërs en officials het eens: het vervoer van de gewonde Lanzinger naar een ziekenhuis in Oslo had geen zes uur moeten duren. Maar de schuldvraag werd vervolgens wel weer betwist. De Duitse racedirecteur Günter Hujara zei in de krant Müncher Merkur: „Hier beslissen de medici.” En Kasper in Die Presse: „Lanzinger lag buiten onze bevoegdheid.”

Een houding waaraan Maier zich mateloos ergerde. De skiër die zelf bijna zijn been moest missen na een ernstig motorongeluk, zei op de website OE24 het onbegrijpelijk te vinden dat veiligheid voor de FIS niet vanzelfsprekend is. „Als skiër verwacht je dat de veiligheidsstandaard is aangepast aan de eisen van de 21ste eeuw.”

Maier had ook kritiek op de helikopter die Lanzinger naar het ziekenhuis bracht. Dat was geen traumahelikopter, maar een toestel dat toeristen vervoerde, zonder enige medische voorzieningen. Tot overmaat van ramp werd Lanzinger niet rechtstreeks naar Oslo vervoerd, maar naar Lillehammer. Daarmee ging veel tijd verloren. Voor de tv zei Maier: „Onbegrijpelijk. Het model bij de finish was verre van een reddingshelikopter.”

Over de vraag of het tijdverlies uiteindelijk heeft geleid tot beenamputatie bij Lanzinger zijn de deskundigen het oneens. De Oostenrijkse vaatspecialist Thomas Hölzenbein, die in allerijl naar Oslo was gevlogen om Lanzinger te behandelen, zei tegenover Die Presse dat gezien de ernst van de blessure – „delen van het bot ontbraken” – een amputatie hoe dan ook waarschijnlijk was geweest. Maar chirurg Artur Trost, die Maier na het motorongeluk aan zijn beenbreuk opereerde, zei het in de Salzburger Nachrichten „waanzin” te vinden „dat Lanzingers transport zes uur heeft geduurd”.

Het ongeluk van Lanzinger heeft de skiërs geraakt. Met name veel Oostenrijkers zijn nog ontdaan over het lot van hun landgenoot. Maier en Benjamin Raich waren zo geschokt dat zij overwogen te stoppen met skiën. Na gesprekken met de teampsycholoog kwamen zij op dat voornemen terug.

De opgelaaide veiligheidsdiscussie heeft de officials voorzichtiger gemaakt. Deze week werd bij de wereldbekerfinales in het Italiaanse Bormio zowel de afdaling bij de mannen als de vrouwen afgelast. Bij de FIS wenst men geen enkel risico meer te nemen, een houding die een nieuwe discussie opriep. Bode Miller, de Amerikaanse winnaar in het algemene wereldbekerklassement, vond dat de mannen dinsdag hun afdaling hadden kunnen skiën. Hij beschuldigde de FIS ervan hem bewust de kans te hebben ontnomen twee wereldbekers te winnen. Nu ging de Zwitser Didier Cuche er met de afdalingsbeker vandoor.

Een zelfzuchtige houding van de Amerikaan die als recalcitrant te boek staat. Hij ging er aan voorbij dat dit seizoen meer dan dertig ongelukken met ernstige afloop zijn gebeurd. Een groot aantal, dat volgens de Italiaanse slalomspecialist Giorgio Rocca vooral ligt aan de laconieke houding van de FIS ten aanzien van de Super-G. Tegen AP zei hij: „De afdaling is gevaarlijk, maar de Super-G absurd. Voor elke afdaling worden tenminste nog trainingswedstrijden gehouden.” De Oostenrijker Hannes Reichelt won gisteren het eindklassement van de wereldbeker in de Super-G.