In een stoet van pelgrims

We klommen met veel geluid. Zoals sommige zware rokers of astmapatiënten dat doen wanneer ze bij mij thuis, op vier hoog arriveren. Maar dat zijn slechts tweeënveertig treden. Dit waren er 6.442. En ze waren niet van gelijke hoogte. Als extra hindernis, zaten er Sri Lankaanse stelletjes her en der, midden op de trappen, uit te rusten. Soms met slapende kinderen op hun schoot. Het was rond half vier ’s nachts maar Adam’s Peak, een berg in het binnenland van Sri Lanka, leefde meer dan het centrum van Amsterdam. De hele weg omhoog, tot aan de top, waren er kraampjes, bevoorraad door oudere mannen op versleten slippers, met drankjes, roti en rijst en curry. Het was de dag na Poa-dag, volle maan, en als we even pauze namen, viel het ons op hoe ongelofelijk mooi het er was. Maar meestal hadden we er geen oog voor. En keken we met grote tegenzin naar de top van de berg. Die niet dichterbij leek te komen. Als de horizon.

Ik houd van sport maar heb nooit de behoefte gevoeld mijn lichaam op de proef te stellen. Mijn fysieke grenzen op te zoeken. Ik heb marathonlopers nooit begrepen, zelfs deelnemers aan de avondvierdaagse niet. Het was slechts een inschattingsfout dat ik daar beland was. Een verlangen vanuit mijn kindertijd eens mee te gaan in een stoet van pelgrims. Toen ik nog dacht dat er een God bestond. In het christendom, de islam, het boeddhisme en hindoeïsme is de top van Adam’s Peak een heilige plek. De Sri Lankanen worden geacht ten minste eenmaal in hun leven deze pelgrimstocht te ondernemen. De meesten die ik onderweg sprak, deden het al voor de vijfde of zesde keer. Zij werden, soms op blote voeten, een enkele keer zonder benen, voortgedreven door een hoger doel. Wij, atheïsten, moesten op eigen kracht. We sjouwden naar boven onder medelijdende glimlachjes van half bejaarde vrouwen. Die licht waren als jonge meisjes. Niet eerder voelde ik me zo’n ‘blank stuk vlees’. Alsof zelfs de onderkanten van mijn voeten uit zitvlees bestonden. Met veel inspanning bereikten we die ochtend de top. Voor even gelukkig met de zon die opkwam. Foto’s schietend om niet te hoeven kerven: „We were here.”

Janneke van der Horst