Houd je gedeisd, en je gaat kapot

‘Verloochen je aard niet’ en ‘geef toe aan je begeerte’. Moralisten kunnen veel leren van de novelle ‘Alexis’ van Marguerite Yourcenar.

Omdat ik het moeilijk vind over twee boeken te schrijven beperk ik me tot Alexis of de verhandeling over de vergeefse strijd, dat me meer aangreep dan het nogal gekunstelde Genadeschot. Had ik dat boek centraal gesteld, dan zou mijn bijdrage voornamelijk uit ergernis hebben bestaan. Hoe is het toch mogelijk dat een ontwikkelde, geëmancipeerde vrouw nog in 1939 voortdurend schrijft over vrouwen die ‘zich geven’. Nu ja, Het genadeschot is een monoloog van de onuitstaanbare verborgen homoseksueel en antisemiet Eric, die zich walgelijk gedraagt jegens het hem aanbiddende meisje Sophie, en hij – niet Yourcenar is het – die denkt in termen van de zich ‘achteloos wegschenkende Sophie’.

Wat me ook niet bevalt aan Het Genadeschot is de vertaling. Eric van Lhohmond, die als militair heeft deelgenomen aan allerhande bewegingen die bijdroegen aan de machtsovername van Hitler, wordt beschreven als iemand ‘die zich altijd hardnekkig aan het rechtse kamp had gehouden’. Grammaticale fouten ontbreken ook niet: ‘Het was nu van weinig belang of mijn leven voortduurde: ik interesseerde de doden niet meer […].’

Nee, dan Alexis, een bewust in een klassieke stijl geschreven en in goed Nederlands vertaalde brief van een 25-jarige homoseksuele musicus, telg uit een arme adellijke, Oostenrijkse familie, aan zijn één jaar jongere echtgenote Monique. Hij heeft haar en hun zoontje verlaten en probeert haar uit te leggen waarom. Het woord homoseksualiteit valt niet één keer. Monique moet het doen met bekentenissen als: ‘heel ons leven wordt bepaald door ontrouw aan onszelf’ en ‘In die tijd wilde ik genezen. Je wordt er moe van alleen heimelijke, geminachte vormen van menselijk geluk te beleven’.

Het is bijna ongelooflijk dat deze met zachte stem geschreven, diepdoorleefde en schitterend gestileerde monoloog, het werk is van een 27-jarige vrouw uit een tijd en samenleving waarin homoseksualiteit nog volkomen taboe was.

In omfloerste bewoordingen krijgt Monique opgedist aan welke ‘misstappen’ haar echtgenoot zich voor en tijdens hun huwelijk heeft schuldig gemaakt. Maar dat is niet het belangrijkste, de kern is dat hij en passant laat zien wat begeerte is en waarom een mens daaraan toe moet geven, ten einde volledig mens te kunnen zijn. ‘Ik ga nu voorbij aan de helderziendheid van de begeerte, aan de plotselinge beslissing die alle andere wegvaagt, aan de vrolijkheid van een lichaam dat eindelijk alleen nog naar zichzelf luistert. Wij beschrijven vaak het geluk van een ziel die zich van zijn lichaam bevrijdt: er zijn ogenblikken in het leven waarop het lichaam zich van de ziel bevrijdt’.

Kijk, dit is loepzuiver én poëtisch formuleren. Wát een antwoord aan religieuze opvoeders en andere moralisten die alleen maar over ‘beheersing’ zeuren en die iedere bevrijding van het lichaam als doodzonde beschouwen, met alle ellendige gevolgen van dien voor het individu en de samenleving.

Bij de leesclubuitgave van Alexis staat een, helaas niet gedateerd, voorwoord van Yourcenar, waarin ze stelt dat het onderwerp van deze roman ‘heden ten dage uitgebreid behandeld en zelfs geëxploiteerd is in de literatuur, en zo min of meer burgerrecht heeft verworven’. Om daar onmiddellijk aan toe te voegen, ‘dat we alleen maar oplettend om ons heen hoeven te kijken om te constateren dat aan de tragedie van Alexis en Monique geen eind is gekomen en dat deze zich zonder twijfel zal blijven afspelen zolang de wereld van de zinnelijke waarheden versperd blijft door verboden. […] Wat men ook beweert, de zeden zijn te weinig veranderd om het hoofdthema van deze roman zijn actualiteit te doen verliezen’.

Terwijl ik dit schrijf anno 2008, hoor ik op de radio over de 19-jarige in een Nederlands uitzetcentrum verblijvende Iraniër Mehdi Kazemi. Zijn vriend is in 2006 in Iran opgehangen wegens homoseksualiteit, een doodstraf die hem zelf boven het hoofd hangt als hij terugkeert. Een asielaanvraag in Groot-Brittannië is afgewezen, omdat het officiële Britse standpunt luidt dat als een homo zich in Iran ‘gedeisd houdt’, hij niet voor zijn leven hoeft te vrezen. Het is om razend en wanhopig van te worden: Yourcenars roman gaat over een homo die zich gedeisd hield (dat wil zeggen zijn homoseksualiteit verborg) en juist daarom voor zijn leven moest vrezen: hij ging er aan kapot. Iedereen die gedwongen is zijn ware aard te verloochenen gaat kapot of maakt zichzelf en anderen diepongelukkig.

Tijdens zijn kortstondige huwelijk met Monique kon Alexis niet meer componeren of pianospelen, alleen maar smachten en dromen. ‘Mijn afkeer van het leven breidde zich langzaam uit tot deze dromen van het ideale leven; een groot kunstwerk is namelijk een stuk gedroomd leven, Monique’. Of Alexis na zijn ‘coming out’ de stukken gedroomd leven tot grote kunstwerken heeft weten te materialiseren, blijft in het midden. Zijn schepster Marguerite Yourcenar is daar in elk geval wel in geslaagd, en ze biedt Alexis grootse perspectieven. Zijn brief aan Monique eindigt zo:

‘Omdat ik niet in staat ben geweest volgens de gangbare moraal te leven, tracht ik in ieder geval mijzelf in overeenstemming met mijn eigen moraal te brengen: op het moment dat je alle principes laat varen hoor je scrupuleus te worden. Ik had jegens jou verplichtingen op mij genomen waartegen het leven in verzet moest komen: zo nederig mogelijk vraag ik je mij te vergeven, niet dat ik je verlaat, maar dat ik zo lang ben gebleven’.

Dit is de tweede aflevering in de discussie over ‘Alexis & Het genadeschot’ van Marguerite Yourcenar. Discussieer mee via www.nrc.nl/ leesclub, waar ook eerdere artikelen te vinden zijn. PROGRAMMA 2007-2008: Het dorp Stepantsjikovo (F.M. Dostojevski, okt.) Bouvard en Pécuchet (Gustave Flaubert, nov.) Jacobs kamer (Virginia Woolf, dec.) Een man wordt ouder (Italo Svevo, jan.) Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull (Thomas Mann, febr.) Alexis & Het genadeschot (Marguerite Yourcenar, maart) Huwelijksverhalen (August Strindberg, apr.) Pnin (Vladimir Nabokov, mei)