Haat en wraak houden het idyllische dorp bijeen

Jaume Cabré: De stemmen van de Pamano. Vertaling Pieter Lamberts en Joan Garrit. Signatuur, 536 blz. € 22,95

Geen plek is zo vervuld van haat en nijd als een idyllisch dorp, vooral wanneer daar een burgeroorlog overheen gegaan is. Dat ontdekt Tina Bros, de schooljuffrouw die in de roman De stemmen van de Pamano van Jaume Cabré als een ware onderzoekster het verhaal bijeenhoudt dat daarin wordt verteld. Ooit, vlak na de dood van Franco, trok zij met haar aanstaande echtgenote naar de Catalaanse Pyreneeën om daar les te geven. Nu, dertig jaar later, stuit zij bij de afbraak van een schooltje in het gehucht Torena op de handgeschreven memoires van Oriol Fontelles, die daar in het midden van de jaren veertig les gaf.

Fontelles was een fascist, een van de ergsten – dat wist het hele dorp. Maar uit zijn nalatenschap komt een andere geschiedenis naar voren, die door Tina zorgvuldig wordt ontward. Dat relaas is het eigenlijke verhaal van De stemmen van de Pamano en Fontelles is er zo niet de enige, dan toch de meest indrukwekkende protagonist van. In hem heeft Cabré een tragische held geschapen die de lezer vaak pijnlijk voor het blok zet. Wat zou ik, in zijn situatie, hebben gedaan? Zou ik, als het er op aan komt, deugen?

Want deugen doet Fontelles allerminst. Niet uit slechtheid maar uit aarzeling en zwakte. Direct na zijn aankomst in Torena voelt hij zijn knieën slap worden wanneer hij oog in oog staat met de meedogenloze burgemeester die het dorp terroriseert. In de bestrijding van het nog altijd krachtige verzet gaat deze zelfs over kinderlijken – en Fontelles doet daar niets tegen.

Integendeel, hij wordt tegenover deze brute macht almaar gewilliger, net als tegenover de even invloedrijke als betoverende Elisenda: de puissant rijke bewoonster van het dorp die in werkelijkheid de touwtjes in handen houdt. Bijna tien jaar eerder, bij het uitbreken van de oorlog, werden haar vader en haar broer door een bende anarchisten omgebracht. Sindsdien voert zij haar wraak uit, als een ware Antigone wier duistere bezetenheid niet langer wordt verbloemd.

Van dat alles doet Fontelles verslag in een lange brief aan zijn dochter die in zijn aanwezigheid ter wereld moet zijn gekomen. Vlak voor de geboorte vertrok zijn vrouw met onbekende bestemming uit het dorp, walgend van zoveel lafheid. Zij weet niet hoezeer hijzelf die walging deelt – en dat hij, om die uit te boeten, zich neerlegt bij de rol die het verzet voor hem in petto heeft. Nadat hij zich heeft laten rekruteren moet hij de gehate fascist blijven die hij in de ogen van de dorpelingen is – en die ooit vreest te zullen zijn in de ogen van zijn kind.

Rond die tragedie heeft de Catalaanse schrijver Jaume Cabré een roman geweven uit de grote traditie van schuld en boete, breed en meeslepend zoals ze geschreven werden in de 19de eeuw maar met de technieken van de 20ste. Moeiteloos springt Cabré, schrijver van negen romans, talrijke film- en televisiescripts, essays, verhalen en kinderboeken, heen en weer door de bijna vijf decennia die De stemmen van de Pamano omvat. Soepel laat hij zijn verhaal verglijden van beschrijving naar inwendige monoloog, van voor- of terugblik naar verzuchting en van personage naar personage. Hij kent zijn métier en weet dat het in een roman nooit alleen maar op de vorm aankomt.

Want in De stemmen van de Pamano staat er meer op het spel. Wars van de dogma’s van het modernisme raakt Cabré er het morele bewustzijn in dat de lezer er steeds weer toe dwingt zichzelf de pijnlijkste gewetensvraag te stellen. Daarbij schrikt hij niet terug voor enig sentiment, omdat het er op de grens van het pathetische in de literatuur pas echt om spannen gaat. De ironie waarmee zij de afgelopen twee decennia haar verlegenheid daarover heeft trachten weg te lachen, is deze roman allang voorbij. Cabré stelt zijn vragen ernstig en dringend – en toont zich in deze voortreffelijk vertaalde roman als schrijver ook voldoende virtuoos om je van die ernst te overtuigen.

Wie deze overweldigende roman na meer dan 500 bladzijden dichtslaat, is dan ook niet alleen inwoner geworden van een wereld die hem nog lang zal heugen. Hij heeft moeten meevoelen met een paar mensen van wie hij met moeite afscheid neemt, omdat hij zelfs voor de wraakzuchtige Elisenda soms enig mededogen heeft leren voelen.