Gesink krijgt vleugels op Mont Ventoux

Met een indrukwekkende prestatie op de Mont Ventoux veroverde Robert Gesink gisteren de gele trui in de rittenkoers Parijs-Nice.

Robert Gesink leidt de beklimming van de besneeuwde Ventoux, voor de Australiër Cadel Evans. Foto AFP Dutch Robert Gesink (L) (Rabobank/Ned), second placed of the stage, rides with Australian Cadel Evans (Silence Lotto/Bel), on March 13 2008, during the fourth stage of the 66th edition of the Paris-Nice cycling race between Montelimar and Mont-Serein Mont-Ventoux (176 km). Australian Cadel Evans (Silence Lotto/Bel) won ahead of Dutch Robert Gesink (Rabobank/Ned) and Italian Rinaldo Nocentini (AG2R/Fra). AFP PHOTO PASCAL PAVANI AFP

De ene na de andere toprenner gelost op de besneeuwde flanken van de Mont Ventoux, de mythische ‘Reus van de Provence’. De gele leiderstrui gepakt in de rittenkoers Parijs-Nice, met goede kansen op de eindzege. En nog was Robert Gesink niet tevreden. De pas 21-jarige klimmer van de Rabobankploeg werd in de eindsprint verslagen door medevluchter Cadel Evans, die daarvoor constant in z’n wiel had gereden. „Ik had zo graag zelf gewonnen”, zei Gesink na de finish tegen persbureau ANP.

Alsof zijn prestatie gisteren niet bijzonder genoeg was. Twee weken geleden had Raboploegleider Erik Dekker het met een knipoog al aangekondigd. „Kom naar de Mont Ventoux, daar gaat Gesink Parijs-Nice winnen. Het parcours is ideaal voor hem: kort tijdritje en daarna veel klimmen. En Robert is nu al heel goed in vorm.” Wat bleek in de Tour of California, waar Gesink vorige maand op indrukwekkende wijze de enige bergetappe won. Hij versloeg er Levi Leipheimer, nummer drie van de afgelopen Tour de France, die eergisteren een sms’je naar zijn oud-ploeggenoot Dekker stuurde: Robert is going to win.

Gesink startte zondag in de ‘Rit naar de zon’ als kopman. In de onder barre weersomstandigheden verreden eerste etappe voorkwam hij met hulp van de ploeg dreigend tijdverlies. Zelfs een val vlak voor de finish deerde hem niet. In de eerste bergrit monsterde de tweedejaarsprof de concurrentie. Op de Col de la Croix de Chaubouret, waar in de Tour van 1997 Jan Ullrich in een tijdrit de drie minuten voor hem gestarte Richard Virenque inhaalde, wist Gesink al zeker dat hij een dag later op de Ventoux kon toeslaan voor de eindzege.

Dertig kilometer voor de finish wisselde hij gisteren zijn fiets in voor een superlicht carbonmodel met speciale banden. En op het moment dat hij het moest doen, met alle ogen op zich gericht, deed Gesink het. De renners beklommen de Ventoux vanuit Malaucène, niet volgens de klassieke route langs het Chalet Reynard en het beeld van de in 1967 op de berg overleden Britse renner Tom Simpson. Nog altijd 14,9 kilometer bergop, met een stijgingspercentage van 7,3 procent. Al op zeven kilometer van de top loste Sylvain Chavanel, de Franse klassementsleider die zichzelf vooraf al afficheerde als eindwinnaar.

Gesink zette pas echt aan in de laatste vijf kilometer. Een groep van dertig renners werd uitgedund tot vier: Cadel Evans, Jaroslav Popovitsj, Frank Schleck en Gesink. Gesinks tempoversnellingen waren te veel voor eerst Schleck en vervolgens Popovitsj, tot dan zijn belangrijkste tegenstander voor de eindzege. Evans volgde maar nam nooit over, om zijn ploeggenoot Popovitsj niet op grotere achterstand te zetten. De Australische nummer twee van de afgelopen Tour kon daardoor de eindsprint winnen, maar in het algemeen klassement sloeg Gesink zijn slag. Hij ging vandaag van start met 32 seconden voorsprong op de Italiaanse routinier Davide Rebellin. „Ik heb gewoon volle bak gereden voor de leiderstrui. Ik ben heel blij dat ik die nu heb. Met de ploeg gaan we hem de komende dagen vasthouden.”

De 1.87 meter lange en 68 kilo lichte Raborenner bevestigde op de Ventoux zijn snel groeiende reputatie als klimmer. Vorig seizoen won hij als debuterend prof direct de koninginnerit in de Ronde van België, na een speciaal trainingskamp met Erik Dekker, die naast ploegleider al rennerregisseur was voordat de term bestond. Nog meer indruk maakte hij in de Waalse Pijl, door op de slotklim van de Muur van Huy vijftig renners voorbij te fietsen naar de negende plaats. In de Ronde van Duitsland was hij de beste jongere. Begin dit jaar trapte hij bij een inspanningstest van trainer Louis Delahaye als eerste Raborenner ooit een vermogen van meer dan 500 Watt. Zelfs zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong zou jaloers zijn geweest.

Theo de Rooij, die na de affaire-Rasmussen opstapte als directeur van de Raboploeg, legde de klimmer vorig jaar voor vijf jaar vast. Na Thomas Dekker, twee jaar geleden al winnaar van Tirreno-Adriatico (de Italiaanse tegenhanger van Parijs-Nice), stijgt nu ook Gesink snel in de hierarchie van de ploeg. Dit jaar acht de ploegleiding de Tour nog te zwaar en wordt de Ronde van Spanje z’n eerste grote ronde. Maar ook in de klassiekers wil de renner zelf al een hoofdrol spelen. In Parijs-Nice kan Gesink zondag de vijfde Nederlandse winnaar worden, na Jan Janssen (1964), Joop Zoetemelk (1974, ’75 en ’79), Gerrie Knetemann (1978) en Michael Boogerd (1999).

    • Maarten Scholten