Een zwakke dollar is zo slecht nog niet

President George W. Bush zal de dollar waarschijnlijk geen steun kunnen verlenen door de munt vandaag omhoog te praten tijdens zijn bezoek aan de New York Economic Club.

De Amerikaanse kortetermijnrente is duidelijk lager dan het inflatiepercentage, en ook lager dan die van de belangrijkste concurrenten van het land, afgezien van Japan. Intussen heeft de Amerikaanse spaarquote bijna een historisch dieptepunt bereikt en bevindt het begrotingstekort zich op recordhoogte. In zulke omstandigheden zal geen enkele peptalk van een vleugellamme president de dollar baat kunnen brengen.

Een krachtige interventie door de Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) zou kortstondig soelaas kunnen bieden. Maar ook dat effect zou snel wegebben, tenzij de stap van de Fed de opmaat zou zijn van een stevig menu van beleidsveranderingen. In de huidige omstandigheden is een structureel aanpassingsplan van renteverhogingen, totdat de binnenlandse spaarquote een gezonder niveau heeft bereikt, politiek gezien echter vrijwel onmogelijk. Marktinterventies zouden weinig meer bewerkstelligen dan de overdracht van een paar miljard dollar van de Amerikaanse belastingbetaler naar valutaspeculanten.

Er is ook nog een ander probleem voor degenen die de dollar willen steunen. Tegen de tijd dat een stringenter monetair en begrotingsbeleid onvermijdelijk wordt, zou een sterkere dollar wel eens onplezierig kunnen blijken. Een hogere kortetermijnrente, ruim boven het inflatiepercentage, zal uiteindelijk nodig zijn om de prijsstijgingen in te dammen. Een veel strikter begrotingsbeleid zal eveneens vereist zijn als een zwakkere Amerikaanse economie de federale inkomsten zal doen afnemen, waardoor het tekort alleen nog maar groter zou worden.

Deze omstandigheden zouden de dollar een steun in de rug moeten geven. Maar ze zouden ook desastreus zijn voor de Amerikaanse consumentenuitgaven, omdat de consumenten geconfronteerd zullen worden met de driedubbele dreun van lagere huizenprijzen, hogere kredietkosten en zeer waarschijnlijk hogere belastingen.

In zulke omstandigheden zal het Amerikaanse bedrijfsleven de autoriteiten waarschijnlijk smeken de dollar zwakker te laten worden, omdat alleen de export naar ontwikkelingslanden de Amerikaanse producenten in staat zal stellen de inzinking van de binnenlandse vraag te overleven.

Zij die roepen om een sterkere dollar moeten zich afvragen waar ze op uit zijn. Met alleen mooie praatjes zullen ze hun zin niet krijgen. En als de dollar herstelt door toedoen van beleidsveranderingen, kon dat wel eens een pijnlijke aangelegenheid worden.

Martin Hutchinson

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com

    • Martin Hutchinson