Een roze gevel kan als een zwart tandje zijn

Waar winden stedelingen zich over op? In Amsterdam moeten huiseigenaren hun ‘constrasterende’ gevel opnieuw schilderen.

Kleurige gevels zijn „een interventie die bijdraagt aan het versterken van het zelfvertrouwen van de buurtbewoners en die helpt af te rekenen met het verleden van de wijk”. Foto’s NRC Handelsblad, Maurice Boyer Daniel Stalpertstraat in de Amsterdamse Pijp Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080313 straatbeeld Amsterdam Boyer, Maurice

Mogen Amsterdammers de gevel van hun huis schilderen in de kleur die zij zelf mooi vinden? Niet in Oud-Zuid. Het stadsdeel doet verwoede pogingen de „veelkleurigheid” in bepaalde buurten tegen te gaan. Bij de welstandscommissie heeft het stadsdeel zeventien panden in De Pijp aangemeld waarvan de gevels een „afwijkende” kleur hebben.

In één geval heeft het stadsdeel de eigenaar „op heterdaad betrapt” tijdens het beschilderen van zijn herenhuis, in oud-roze, en hem gesommeerd het huis over te schilderen in een minder opvallende kleur. Die man is Tijn Smithuis uit de Saenredamstraat. Hij voelt zich het slachtoffer van „willekeur”, aangezien talloze huizen in soms nog veel afwijkender kleuren zijn geschilderd. Paarse gevels. Een groene gevel. Zwarte gevels. Het buurthuis is fel geel. En de muur van een stadsdeelkantoor is zelfs hard toe aan een verfbeurt. „Wie zijn ze bij het stadsdeel om mij terecht te wijzen terwijl ze hun eigen zaakjes niet op orde hebben?”

Het stadsdeel wil met de maatregel een „signaal” afgeven. Stadsdeelwethouder Egbert de Vries: „Wij willen dat de gevels zo veel mogelijk worden teruggebracht in de oorspronkelijke staat.” Dat houdt in dat gevels kunnen worden schoongemaakt, zodat de oude baksteen weer naar voren komt, of worden geschilderd in een kleur die het oorspronkelijke karakter „zo dicht mogelijk” benadert. Dat is in veel gevallen donkerbruin, bijna zwart, aangezien veel panden ooit zijn bewerkt met lijnolie om de bakstenen waterbestendig te maken, lijnolie die in de loop der jaren is bedekt met patina dat zwartachtig aandoet.

De Amsterdamse welstandscommissie heeft alle begrip voor het „conserverende karakter” dat spreekt uit de welstandsnota van Oud-Zuid. „Stel dat alle grachtenpanden in verschillende kleuren zouden zijn geschilderd. Daar komen de toeristen niet voor”, zegt een medewerker. Secretaris Gerard Schotten van de commissie legt uit dat een buurt doorgaans gebaat is bij eenvormigheid. „Als je in De Pijp met z’n herhalingsbouw als enige je huis roze schildert, dan geeft dat de indruk van een gebit met een zwart tandje erin. Dat vinden veel mensen niet mooi.”

Deze week diende de kwestie voor de Raad van State. Advocaat Titia Fernig van rechtsbijstandsverzekeraar Das betoogde dat er geen sprake is van „ernstige strijd met redelijke eisen van welstand”, aangezien het oud-roze van haar cliënt „kwalitatief mooi oogt en passend is in de omgeving”. Hoe kan het stadsdeel de kleur oud-roze aanmerken als een „buitensporigheid” als ook de rest van de buurt juist „veelkleurig” is? „Het stadsdeel houdt geen rekening met de realiteit. Dat is het schizofrene van deze zaak.”

De voorvechters van veelkleurigheid hebben de steun van planoloog Maarten Hajer, hoogleraar bestuur en beleid aan de Universiteit van Amsterdam. Het schilderen in oud-roze, aldus zijn expertiserapport, moet worden gezien als typerend uiting van de upswing die de buurt de laatste decennia heeft doorgemaakt. Ooit een trieste arbeiderswijk, heeft De Pijp een proces van gentrification doorgemaakt, dat wil zeggen dat de buurt populair is gemaakt door studenten, kunstenaars en yuppen, zoals je ook ziet in wijken als het Londense Chelsea of Friedrichshain in Berlijn. Het oud-roze is, kortom, niets minder dan „een interventie die bijdraagt aan het versterken van het zelfvertrouwen van de buurtbewoners en die helpt af te rekenen met het verleden van de wijk”.

Als de Raad van State het stadsdeel in het gelijk stelt, moeten „honderden huizen” worden overgeverfd, verwacht Tijn Smithuis, die daarover zelfs al een alarmerend persbericht heeft gemaakt. „Honderden huiseigenaren in het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid moeten binnenkort de verf van hun gevel verwijderen, vaak juist nadat ze hun gevel een opknapbeurt hebben gegeven.” Toch zal het zo’n vaart niet lopen, vermoedt de woordvoerder van het stadsdeel. „We zouden heel goed andere prioriteiten kunnen stellen dan handhavend op te treden.” Als het stadsdeel gelijk krijgt, aldus de woordvoerder, dan zullen alle panden met een afwijkende of contrasterende gevel „per geval” worden beoordeeld, en alleen de grootste „excessen” zullen worden aangepakt.

Het beste bewijs dat er sprake is van „onduidelijkheid en willekeur”,stipuleert advocaat Titia Fernig, is dat haar cliënt door de welstandscommissie is opgedragen zijn huis opnieuw te schilderen in een zwartachtige tint die, nota bene, door diezelfde welstandscommissie in het geval van andere huizen juist is afgekeurd. Het stadsdeel ontkent dat het om dezelfde kleuren gaat.

    • Arjen Schreuder