Dus geen liedjes over de ozonlaag

Kinderpop is big business geworden en popmusici spelen dan ook steeds vaker voor kinderen. „Gaat de muis de trap op, dan gaat de muziek omhoog en andersom.”

Cowboy Billie Boem en de Indiaan in cultureel centrum De Kattendans in Bergeijk foto’s Vincent van den Hoogen Kinderpop BAS VAN DER SCHOT Popmusici spelen steeds vaker voor kinderen en trekken afgeladen zalen met joelend grut. 16-17 Bergeijk, 20-01-2008; Optreden van Comboy Billie Boem, vroeger Pater Moeskroen. Maken nu muziek voor kinderen en hebben veel succes. Foto Vincent van den Hoogen. Hoogen, Vincent van den

Op het balkon, rij dertien, stoel acht, zit een fan. Luidkeels zingt hij alle nummers mee, over een koe in de wei en een banaan in Afrika. Na het optreden rent hij naar beneden. Even later zit hij te glunderen in de foyer. In de ene hand houdt hij een flesje fris, in de andere hand klemt hij een kaart met de handtekeningen van Cowboy Billie Boem en de Indiaan.

In cultureel centrum De Kattendans in het Brabantse Bergeijk schreeuwen tientallen kinderen door elkaar. Zo-even heeft Cowboy Billie Boem opgetreden. Nu delen de cowboy en de indiaan handtekeningen uit aan gillende fans, als waren het echte rocksterren.

Cowboy Billie Boem treedt zo’n zestig keer per jaar op – meestal zijn de zalen, net als vanmiddag, uitverkocht. Cowboy Billie Boem bestaat uit Bart Pullens, de cowboy, en Marcel Sophie, de indiaan. Ad Grooten schrijft de teksten. De laatste twee maken ook deel uit van de (volwassen) folkband Pater Moeskroen.

Grooten en Sophie zijn niet de enige popmuzikanten die de overstap naar kinderpop hebben gemaakt. De Easy Aloha’s, bekend om hun retro-tunes, brachten eind vorig jaar een nieuwe cd uit: Eddie Ekster maakt een lied. Dj-duo Wipneus en Pim, dat al jaren met een nostalgische discoshow door het land toert, staat sinds een jaar in het theater met een kindershow. En zanger/gitarist Jan van der Plas van sixtiesband Les Zazous maakt tegenwoordig discoliedjes voor kinderen.

Hoewel de muzikanten in hetzelfde genre werken, de minipop, verschilt hun muziek sterk van elkaar. Eddie Ekster van de Easy Aloha’s klinkt nauwelijks als een kinderplaat; eerder doet het album denken aan een jazzy loungeplaat voor volwassenen, met een gedempte trompet en een omfloerste stem – die zingt over een uil die een boer laat, dat dan weer wel.

In de nummers van Cowboy Billie Boem klinkt de invloed van Pater Moeskroen duidelijk door. Hier worden de kinderliedjes op folk-achtige wijze gebracht, met accordeon, banjo en kazoo’s. Op die manier klinkt een liedje over de mosselman als een Ierse folksong.

De minidisco van Jan van der Plas en zijn vrouw Didi Dubbeldam tenslotte, komt het meest in de buurt van een grote kinderact als K3. De teksten zijn eenvoudiger en het ritme is eenduidiger dan bij de Easy Aloha’s en Cowboy Billie Boem; de minidisco immers, is vooral bedoeld om op te dansen.

Misschien is Nederpopband

VOF de Kunst het bekendste voorbeeld. Als een van de eerste stapte die over op kinderpop; van Suzanne en Eén kopje koffie naar Dikkertje Dap van Annie M.G. Schmidt. Inmiddels heeft VOF de Kunst volgens eigen zeggen meer dan een miljoen kindercd’s in Nederland verkocht.

In hun voetspoor volgen andere popmusici – al legt de meerderheid zich nog altijd sporadisch op het kinderlied toe. Dat heeft inmiddels een aantal vermakelijke nummers opgeleverd. Zo circuleert er van de Belgische groep Vive La Fete een Franstalige electro versie van Hop Paardje Hop, inclusief hoefgekletter en van het eveneens Belgische Maskesmachine het dromerige Lief Chineesje.

De redenen voor het maken van kinderliedjes zijn divers. De artiesten die het eenmalig doen, vinden het vooral leuk. De muzikanten die zich op kinderpop toeleggen, hebben daarnaast ook andere motieven. Sommige bands zijn over hun top heen (Pater Moeskroen scoorde in 1991 zijn enige en dus laatste hit, Roodkapje) of hebben die top net niet gehaald (Les Zazous bleef steken in de subtop). Zij gaan op zoek naar een andere, alternatieve afzetmarkt. En, toeval of niet, de rockers die kinderliedjes gaan maken, zitten meestal op dat moment zelf in de kleine kinderen.

De markt voor kinderpop kan het groeiende aanbod aan – die is groot. In 2006 telde Nederland 1,79 miljoen kinderen tot negen jaar. Die leeftijdgrens is van belang, want minipop is geschikt voor kinderen tot circa negen jaar – daarna gaan ze naar hitparademuziek luisteren. In datzelfde jaar werden er ruim 185.000 kinderen geboren. Bijna de helft (ruim 82.000 kinderen) was eerste kind. Hun ouders kopen allemaal een of meer kinderalbums.

Kinderpop is dus big business. Vorig jaar werden er in Nederlandse winkels 645.000 cd’s en dvd’s met kindermuziek verkocht, met een bijbehorende omzet van een krappe vijf miljoen euro, bijna 4 procent meer dan in 2006, zo blijkt uit cijfers van marktonderzoekbureau GfK Benelux. In die cijfers zijn de verkopen van speelgoedketens Intertoys en Toys ‘r Us niet eens opgenomen, evenals de opbrengst uit verkoop van T-shirts, potloden, etuis en andere merchandising.

Dat kinderpop populair is, wisten acts als K3, Djumbo, Kus en Elize al langer. K3 kan zich zelfs meten met de grootste rocksterren; in 2005 verkochten zij twaalf maal de Rotterdamse Ahoy uit. Toen de Britse megarocker Robbie Williams dit hoorde, kon hij zijn ongeloof niet verbergen.

Waar de meiden van al deze kinderacts door de scouts van de platenmaatschappijendoelbewust bij elkaar worden ‘geronseld’, zeggen popmuzikanten vaak „toevallig” met kinderpop in aanraking te zijn gekomen. Zo ontstond het idee voor Cowboy Billie Boem toen Bart Pullens geld wilde inzamelen voor de bouw van een manege bij het verblijf voor verstandelijk gehandicapten waar hij werkte.

Dat neemt niet weg dat kinderacts meer geld in het laatje brengen dan hun oude groepen. Als folkband is Pater Moeskroen nog maar zelden de headliner op een festival, en hun akoestische optredens in het theater verkopen minder vaak uit dan de voorstellingen van Cowboy Billie Boem.

Het succes van Jan van der Plas is in dit geval exemplarisch. Van der Plas was jarenlang zanger/gitarist in de band Les Zazous. Die groep speelde melodieuze popliedjes, in de traditie van The Beatles en andere sixties-groepen.

Op een dag werd Van der Plas gebeld door zijn vroegere buurmeisje, Didi. Didi werkte op Mallorca als entertainer voor een hotelketen, en was op zoek naar muziek waar ze kinderen op kon laten dansen. Van der Plas zette een aantal liedjes op een cd. Het werd een onverwacht succes; binnen de kortste keren werden er 30.000 exemplaren via de hotelketen verkocht. Lachend: „Dat is meer dan het hele oeuvre van Les Zazous!”

Toch, benadrukken zowel Jan van der Plas als Marcel Sophie van Cowboy Billie Boem, is schrijven voor kinderen vooral leuk. Van der Plas: „Er zijn geen regels, geen stijlvoorschriften. Je kunt precies de tekst volgen: gaat de muis de trap op, dan gaat de muziek omhoog en andersom.” De kinderen hoeven ook niet te leren van liedjes, vindt zijn vrouw, het oude buurmeisje Didi. „Een liedje over de ozonlaag zal ik niet zo snel schrijven”, zegt ze. „Zitten die kinderen al niet de hele week op school?”

Wel moeten de liedjes melodieus zijn. Want, weet Sophie: „Kinderen zijn gevoelig voor melodie en herhaling.” Opvallend is dat beide muzikanten liedjes van Les Zazous en Pater Moeskroen gebruiken die ze van nieuwe teksten voorzien.

Maar naast alle overeenkomsten

tussen ‘grote’ en ‘kleine’ pop zijn er ook verschillen. Die gaan vooral over de manier waarop de muziek aan de man wordt gebracht. De Easy Aloha’s verkopen hun cd met bijbehorend boekje in de boekhandel; Cowboy Billie Boem verkoopt zijn albums vooral na afloop van de optredens; DD Company van het echtpaar Van der Plas slijt zijn cd’s via hotelketens, campings en vakantieparken. In alle gevallen vermijden ze de reguliere platenwinkel.

„Ben je wel eens met een kind in een cd-winkel geweest?” vraagt Van der Plas. „Bij binnenkomst slaat hij zijn handen over de oren omdat de muziek zo hard staat. En dan kan hij ook nog eens niet bij de cd’s, want het rek hangt zó hoog.”

Op campings en in hotels gaat dat anders. Daar organiseert de leiding ‘minidisco’ – niet zelden op de muziek van Van der Plas. „En dan moeten pappa en mamma aan het einde van de vakantie wel heel sterk in hun schoenen staan om, met een reis van twee uur of langer voor de boeg, niet met een cd het vakantiepark af te rijden”, zegt hij.

Op die manier (en via hun website) verkochten ze inmiddels 200.000 albums. Ook belandden hun liedjes, in het Engels, Frans en Spaans, op diverse verzamel-cd’s waarvan er naar schatting een miljoen exemplaren werden verkocht.

De overstap van pop voor volwassenen naar pop voor kinderen levert overigens niet altijd waardering op, merkte Van der Plas. „Maar dat is inherent aan het schrijven van liedjes voor kinderen. Harry Bannink is lange tijd ook niet serieus genomen. Die waardering komt later, als de generatie die is opgegroeid met je liedjes erover gaat praten.”

Popmuzikanten mogen dan vaker kinderliedjes spelen, popzalen maken de ommezwaai minder makkelijk. Poppodia zijn moeilijke zalen voor kinderen – en niet te vergeten voor hun ouders. Voor de kinderen zijn de toiletten en de bar vaak te hoog en de ouders vinden dat het er naar bier stinkt.

Dat het programmeren van kinderpop

nogal wat voeten in de aarde heeft, ervoer ook Bettie Plug, voormalig programmeur van poppodium De Groene Engel in Oss. Door de toenemende populariteit van muziek en acts voor kinderen wilde ook zij een kindervoorstelling programmeren. Ze koos voor Djumbo, een groep van drie jonge vrouwen, gemodelleerd naar het Belgische megasucces K3. „Ik zette direct een grote act neer. Maar dat ging fout. Het publiek bleef weg. Ik weet nu dat je zoiets moet opbouwen. Je moet ook ouders trekken die anders niet in de Groene Engel komen. Dat kost tijd.”

Tot overmaat van ramp bleek Djumbo ook in artistiek opzicht geen geweldige act. „Bij de programmering voor volwassenen ligt de lat hoog, bij die voor kinderen vaak niet. Dat brak ons op. Djumbo bleek vooral een commercieel product te zijn.”

Joy Arpots, programmeur bij het Utrechtse muziekcentrum Vredenburg, kent de problemen. Continuïteit is belangrijk, zegt hij. „Zet op iedere eerste zondag van de maand een kinderact neer. Dan weten de ouders dat ze op die dag bij je terecht kunnen.”

Er zijn meer valkuilen. Ouders die het kleine broertje meenemen naar een programma voor kinderen boven de zes jaar. Programmeurs die een act voor driejarigen om half twee ‘s middags neerzetten: „Die vergeten dat deze kinderen ‘s middags nog slapen.” Zalen die niets om het concert heen regelen: „Dan is het kind al verveeld voor het concert is begonnen.” Maar wie zijn zaken regelt, kan volle zalen trekken. De kinderprogramma’s van Vredenburg zijn het eerst uitverkocht, aldus Arpots.

En toch; onvermijdelijk komt het moment dat Cowboy Billie Boem en zijn banaan in Afrika hebben afgedaan. Dan trekken Britney Spears en Enrique Iglesias de aandacht. Wat er dan gebeurt met de handtekeningen van de cowboy en de indiaan? Die belanden, heel ondankbaar, in de vuilnisbak. Of in een doos op zolder. Waar ze langzaam vergelen.