Doemscenario zorg blijkt onterecht

De marktwerking in de zorg begint juist goed op gang te komen. De prijzen zijn nauwelijks gestegen, al lijkt dat wel zo, menen Joan Leemhuis en Hans Wiegel. Mooi is dat meer mensen zijn geholpen.

Marktwerking zorg Tekening Ares Ares

Het artikel ‘Stijgende kosten zorg na invoering marktwerking’ (NRC Handelsblad, 1 maart) zet marktwerking in ziekenhuizen als probleem neer. Wij zien geen probleem, maar juist het begin van de oplossing. De marktwerking in gezondheidszorg begint goed op gang te komen. De ziekenhuizen helpen meer patiënten met planbare ingrepen. Dat is goed, want daarmee werpt de stelselwijziging van twee jaar geleden vruchten af. Dat ook de uitgaven toenemen, hoeft – uiteraard binnen bepaalde grenzen – niet erg te zijn. De concurrentie tussen ziekenhuizen enerzijds en tussen zorgverzekeraars anderzijds is de beste garantie dat de prijs van ziekenhuiszorg beheerst blijft.

Recent onderzoek van bureau Vektis en The Boston Consulting Group (BCG) zou erop duiden dat de omzet in planbare ingrepen bij de ziekenhuizen in 2006 met 12 procent is gestegen. Dat lijkt verontrustend. Maar de onderzoekers hebben gebruikgemaakt van beperkt feitenmateriaal, gaan voorbij aan het feit dat de registratie in 2005 nog niet optimaal was en hebben daardoor conclusies getrokken waarop nogal wat valt af te dingen.

Wie wat scherper naar de omzetontwikkeling kijkt, ziet dat de prijzen met slechts 2 procent zijn gestegen. Het merendeel van de kostenstijging is een gevolg van volumegroei: er zijn meer patiënten geholpen en dat is van begin af aan de bedoeling geweest. De groei doet zich voor bij onder meer orthopedische ingrepen zoals knie- en heupoperaties. Ook mensen die slecht zien vanwege staar worden eerder geholpen. Er is waarschijnlijk sprake van een inhaaleffect.

Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een deel van de groei een gevolg is van meer diagnostiek. Mensen met klachten worden eerder onderzocht en krijgen dus eerder uitsluitsel over de ernst van een aandoening. Second opinions kunnen tot betere diagnosestelling leiden.

Voorts blijkt uit onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) dat marktwerking de afgelopen jaren tot een hogere kwaliteit en betere toegankelijkheid van de zorg heeft geleid. Een paar voorbeelden: het aantal gevallen van decubitus (doorliggen) bij heupoperaties neemt af, door slimmere planning hoeven ziekenhuizen steeds minder operaties af te zeggen, en het aantal niet-geplande nieuwe operaties na een liesbreuk is verminderd.

Vorige week zijn op basis van de cijfers van Vektis en BCG Kamervragen gesteld aan de minister van Volksgezondheid. Tegenstanders van marktwerking in de zorg zien in de omzetstijging bij de ziekenhuizen een reden om verdere liberalisering van de ziekenhuisprijzen stop te zetten.

Niet doen. Dit zijn oude reflexen van partijen die gewend zijn om zorguitgaven alleen te beschouwen als kosten. Het is veel realistischer om zorguitgaven te beschouwen als investeringen in een hogere welvaart en een betere gezondheid van de Nederlanders.

De hogere kosten voor een betere gezondheid zijn te overzien, en maatschappelijk rendabel. Bij de ziekenhuizen ging het in 2006 bij de planbare ingrepen om zo’n 130 miljoen euro extra per jaar. Dat is op een totale ziekenhuisomzet van 11 miljard euro geen substantieel bedrag. Daarnaast houdt ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in de gaten hoe de overgang naar meer markt verloopt.

De ontwikkeling van het zorgvolume wordt primair bepaald door de zorgvraag van de Nederlander. Jaarlijks neemt deze vraag toe ten gevolg van de groei van de bevolking, de vergrijzing, de medisch-technologische ontwikkeling en het groeiende belang dat patiënten hechten aan hun gezondheid. Als de kosten meer stijgen dan de overheid wenst, zou de politiek keuzes kunnen maken. Dan moet gekeken worden naar de omvang van het pakket of eventueel naar meer eigen betalingen.

Natuurlijk moeten ziekenhuizen en zorgverzekeraars wennen aan de nieuwe verhoudingen. We hebben te maken gekregen met een nieuwe financiering waarbij op basis van diagnosebehandelingcombinaties (dbc) moet worden gedeclareerd en onderhandeld. Soms moeten specialisten nog zoeken naar de juiste dbc voor een bepaalde ingreep. In de cijfers van Vektis zitten nog wel wat onverwachte uitschieters, maar er wordt steeds uniformer gedeclareerd.

Ook de zorgverzekeraars moeten wennen aan hun nieuwe rol. Ze concentreren zich niet alleen op de prijs van behandelingen maar ook op de kwaliteit. Dat betekent bijvoorbeeld dat ze met de ziekenhuizen het gesprek aangaan over de naleving van richtlijnen van de wetenschappelijke verenigingen.

Een zwak punt is nog steeds de beschikbaarheid van kwaliteitsinformatie voor zorgverzekeraars en patiënten. De zorgverzekeraars kunnen pas op doelmatigheid sturen als ze aan hun klanten kunnen uitleggen waarom het ene ziekenhuis beter is in een gespecialiseerde behandeling dan het andere. Maar is er beweging in de goede richting. Vooral voor behandelingen die aan marktwerking onderhevig zijn, komt er steeds meer kwaliteitsinformatie beschikbaar. Ook via Kiesbeter.nl krijgen consumenten kwaliteitsinformatie.

De overgang van aanbod- naar vraagsturing is een dynamisch proces. Ziekenhuizen zullen zich de komende jaren meer focussen op behandelingen waar ze goed in zijn. Zorgverzekeraars zullen dit faciliteren waar dat kan. Beide partijen zien de toekomst met vertrouwen tegemoet.

Joan Leemhuis is voorzitter NVZ vereniging van ziekenhuizen.Hans Wiegel is voorzitter Zorgverzekeraars Nederland.

    • Hans Wiegel
    • Joan Leemhuis