De klaagzang van een contactgestoorde bluesman

Eric Clapton: Clapton, de autobiografie. Nieuw Amsterdam/Manteau, 396 blz. € 24,95

Eric Clapton: Clapton, de autobiografie. Nieuw Amsterdam/Manteau, 396 blz. € 24,95

Hoeveel junkieverdriet kan een matig mens verdragen? Hoeveel zelfbeklag, schuldgevoel, hoe vaak de hoop op verlossing en dan weer de terugval, het staren naar de hoopjes poeder, hoe vaak het Twaalf Stappen verhaal, en hoe vaak de grote dankbetuiging aan God die alles weer in het reine bracht?

Na lezing van Eric Claptons biografie heb ik het er helemaal mee gehad. De Engelse stergitarist, ooit door zijn fans tot God verklaard, is diverse malen door de hel gegaan, heeft een kind en talloze partners verloren, zich naar eigen zeggen altijd onverantwoordelijk opgesteld, maar slaagt er niet in van zijn autobiografie meer dan een lange exercitie in contactarmoede te maken. Het boek is vooral zo onvoorstelbaar saai. Het maakt niet uit hoe het tot stand is gekomen (ghostwriter? ingesproken op tape?) want het eindoordeel is dat Clapton er niet in slaagt dit verhaal ook maar ergens boven privé gelamenteer uit te tillen.

Alles, of het nu over Patti, Delaney, George (u weet wel) of wie dan ook gaat, het wordt vlak en eentonig verteld, volgens een schoolopstelstramien. Zelfs de dood van zijn zoontje Conor, die van de 53e verdieping te pletter viel, leidt tot vlakke beschrijvingen, culminerend in zijn verbazing over de ‘hysterie’ van zijn Italiaanse grootmoeder. ‘Ik vond het nogal schokkend, want ik weet niet goed hoe ik moet omgaan met mensen die hun emoties de vrije loop laten.’ En dit zijn de woorden van een bluesmuzikant. Hij schreef er een mooi liedje over, dat wel. Iemand had hem moeten vertellen dat hij er geen autobiografisch hoofdstuk over had moeten schrijven.

Nu moet het boek gered worden door een tamelijk sensationele recente ontwikkeling, namelijk de verhouding van Sarkozy met Carla Bruni, een gebeurtenis die de Franse president verbindt met tientallen andere beroemde mannen, onder wie, inderdaad, Eric Clapton. Het is vermakelijk Claptons oordeel achteraf over Carla te lezen, die ‘op geen enkel moment had getoond dat ze diepere gevoelens voor me koesterde.’ Dat schrijft een spijtige Clapton nadat hij haar is kwijtgeraakt aan, jawel, Mick Jagger. En hij had hem nog wel gesmeekt, nadat hij diens roofdierblik had gezien: ‘Alsjeblieft Mick, niet deze. Ik geloof dat ik verliefd ben.’

Leuke stof voor de Franse kiezer. Wie zou dat tegen Sarkozy hebben gezegd, ‘alsjeblieft Nicolas, niet deze?’ En tegen wie gaat Sarkozy dat weer zeggen: ‘alsjeblieft, niet deze?’

Het is sneu voor Clapton, maar als deze autobiografie geschiedenis gaat maken dan is het vanwege Sarko en Carla; niet vanwege hem.