De grijze gaswolven

De reeks Russische exposities in het Groninger Museum is een direct gevolg van het contract tussen de Groningse Gasunie en het Russische Gazprom. Welke invloed hebben de gasbedrijven?

Viktor Vasnetsov: ‘Het vliegende tapijt’, 1880 particuliere collectie Tentoonstelling: Groninger Museum, 15 december 2001 t/m 7 april 2002

In het Groninger Museum hangt op dit moment een schilderij van een ridderfiguur bij een driesprong. Hij leest een steen waarop staat dat elk van de drie wegen een ander onheil in petto heeft. Ivan de Tsarenzoon – de sprookjesfiguur waarnaar dit doek verwijst – kiest de weg van het minste kwaad en verliest zijn paard aan de Grijze Wolf, die hem vervolgens helpt om enkele onmogelijke opdrachten te vervullen.

Ridder op een driesprong (1878) van de Russische schilder Viktor Vasnetsov is niet alleen een topstuk op de succesvolle tentoonstelling Russische Sprookjes, het doek verbeeldt ook heel aardig de totstandkoming van ervan. In het Groninger Museum bevinden zich nu drie maanden schilderijen, prenten, boeken en zelfs menu’s en chocoladewikkels die geïnspireerd zijn door Russische sprookjes en legenden. Om al deze voorwerpen hier te krijgen, hebben de Groningse samenstellers in Rusland vaak de juiste weg moeten kiezen, met de hulp van enkele ‘grijze wolven’.

Zo was er een probleem met Gamajoen, de profetische vogel (1898), een schilderij van Vasnetsov dat zich bevindt in Machatsjkala, de hoofdstad van Dagestan. „Heel vaak heb ik moeten bellen, voordat ik erachter kwam wat het probleem was”, vertelt de slaviste Carlijn Ubbens die in vaste dienst is van het Groninger Museum. „Schilderijen moeten voor de verzekering altijd door een koerier worden begeleid, maar de trein van Machatsjkala naar Moskou bleek halverwege te worden gesplitst in een passagiers- en een goederentrein.” Uiteindelijk werd het schilderij vervoerd met een vrachtwagen, die niet ver langs het altijd onrustige Tsjetsjenië reed. Dat transport werd geregeld door medewerkers van het Tretjakovmuseum in Moskou, met wie het Groninger Museum goede banden heeft. Nog spectaculairder verliep het in bruikleen krijgen van de vermaarde prenten van Ivan Bilibin, misschien wel de meest unieke stukken op de tentoonstelling.

Maar wacht even, voordat dit sterke staaltje aan de orde komt eerst iets anders. Hoe komt het dat het Groninger Museum zo goed de weg weet in Rusland en daar zulke goede vrienden heeft? Inderdaad, doordat het museum in zeven jaar vier grote Russische tentoonstellingen had. Maar hoe komt het dan dat de afgelopen jaren zoveel Russische kunst te zien is geweest in Groningen? Het antwoord op die vraag leidt onvermijdelijk tot een ‘er was eens’, het onvermijdelijke begin van wat het Groningse sprookje mag heten.

Er was eens een gasbedrijf

in Groningen, dat Gasunie heette en dat de suikeroom was van het plaatselijke museum. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw sloot Gasunie een groot contract met Gazprom, hét gasbedrijf van Rusland. Voortaan zou gas uit Rusland stromen door pijpleidingen in en rond Nederland, terwijl Russische gasexperts in Groningen een managementopleiding zouden krijgen.

Om de definitieve ondertekening van het gascontract in 2001 te vieren vroeg Gasunie aan het Groninger Museum om in dat jaar een ‘Russische’ tentoonstelling te organiseren. „Wat dat zou moeten zijn, daarover hebben we ons niet uitgelaten”, zegt woordvoerder Ben Warner van Gasterra, een afsplitsing van Gasunie. Het Groninger Museum bevestigt dat sponsor Gasunie/Gasterra zich nooit inhoudelijk bemoeit met het museumbeleid.

De gassector doet steeds vaker een beroep op de kunstwereld om de internationale banden te versterken, zegt energie-expert Volko de Jong van Energy Delta Institute. „Een gascontract is een soort huwelijk; het duurt een leven lang en vergt enorme investeringen en veel vertrouwen. Net als echtelieden moeten contractpartners werken aan hun relatie. Een intensieve en heel elegante manier om dit te doen is culturele uitwisseling, zoals de tentoonstellingen in Groningen.”

Een ander voorbeeld is de tentoonstelling From Russia die nu loopt in Londen. De kunstschatten uit Russische musea moeten het imago van Rusland bij de Britten verbeteren. Groot-Brittannië is bovendien een belangrijke gasmarkt, waarin Gazprom al grote belangen heeft. Toen de tentoonstelling door diplomatieke en juridische problemen niet door dreigde te gaan, heeft Gazprom volgens een onbevestigd bericht in The Observer gezorgd dat de kunstwerken toch werden uitgeleend.

Voor de Russische tentoonstelling koos het Groninger Museum de negentiende-eeuwse schilder Ilja Repin, de ‘Russische Rembrandt’, die toen in het westen nog niet erg bekend was. Dit gebeurde op advies van Henk van Os, hoogleraar kunstgeschiedenis en oud-directeur van het Rijksmuseum. „Repin was een van de onderschatte kunstenaars van de Europese kunst . Ik zelf heb al eens eerder geprobeerd een tentoonstelling rond Repin te maken, maar dat ging toen niet”, zegt Van Os.

Inmiddels leek de tijd wel rijp,

vooral doordat president Vladimir Poetin toen stabiliteit aan het brengen was in Rusland. Het Groninger Museum was zo ongeveer het eerste museum dat probeerde om kunstwerken te lenen in Rusland, dat sinds tien jaar verlost was van het communistische juk.

Het museum deed daarvoor een beroep op de contacten van Gasunie in Rusland. „De mensen van Gazprom vertelden wie je bij welk museum moest bellen”, vertelt Sjeng Scheijen, die destijds begon samen te werken met het Tretjakovmuseum in Moskou. „En voordat we de eerste keer in Moskou arriveerden, hebben functionarissen van Gazprom gebeld met de directie van het Tretjakov. Dat maakte onze entree een stuk makkelijker dan gebruikelijk voor een klein provinciaal museum.”

Gazprom is machtig instrument van de Russische staat. Het bedrijf is goed voor een derde van de Russische belastinginkomsten en geldt als een mondiale energiegrootmacht die een vijfde van 's werelds gasvoorraad controleert. De personele banden tussen Gazprom en de regering zijn hecht: zo bracht de net gekozen president Medvedev vanaf 2001 Gazprom, toen een staat binnen de staat, als voorzitter van de raad van bestuur onder controle van het Kremlin. Het Kremlin gebruikt Gazprom soms als politiek wapen tegen afhankelijke buurlanden.

Na de introductie door Gazprom bleken de mensen van het Tretjakov zeer bereidwillig. In Sint-Petersburg verliepen de onderhandelingen een stuk stroever. Het Russisch Staatsmuseum was niet bereid om De Wolgaslepers, een sleutelwerk van Repin, uit te lenen aan Groningen. Scheijen: „De Repin was in de jaren zeventig een keer te zien geweest op een tentoonstelling in Duitsland. Die expositie was een verlengstuk van de Koude Oorlogdiplomatie. Maar de Russische staat leent dit schilderij niet zo makkelijk uit.”

Het bezoek van toenmalig premier Wim Kok aan Rusland in januari 2001 bood echter kansen. Aan de vooravond van zijn ontmoeting met president Poetin vroeg Kok in Moskou aan enkele Nederlandse bedrijven wat hij zou aankaarten. Na nota te hebben genomen van ‘belangrijke kwesties’ als belastingen en corruptie, vroeg Kok: „Heeft iemand ook nog wat leuks?” Toen begon Ben Warner over Repin en De Wolgaslepers en dat sprak Kok wel aan.

Kok heeft Repin bij Poetin aangekaart, vertelt hij: „Tijdens het informele gedeelte. Ik heb nog eens gewezen op het belang van de culturele betrekkingen”. Kok benadrukte dat het ging om werken uit Sint-Petersburg: „Poetin komt uit die stad en hij is behoorlijk chauvinistisch.” Poetin reageerde welwillend op het verzoek: „Toezeggingen worden in zo’n geval zelden gedaan.”

De bemoeienis van Kok heeft geholpen, net als het feit dat Repin zat in het ‘dossier’ van koningin Beatrix toen zij in juni 2001 een staatsbezoek bracht aan Rusland. Dat is in elk geval de inschatting van Warner: „Toen konden we in Sint-Petersburg al bijna zeggen: Moskou wil ook graag dat jullie die Repins uitlenen.” En het Russisch Staatsmuseum kwam uiteindelijk over de brug.

De tentoonstelling Ilja Repin. Het geheim van Rusland was een eclatant succes. Mag een provinciaal museum zich doorgaans in zijn handen wrijven met enkele tienduizenden bezoekers, Repin bracht ruim 250.000 mensen naar Groningen. Tot de bezoekers hoorden ook Wim en Rita Kok, die een soort privérondleiding kregen van hun vrienden Henk van Os en diens vrouw. „Ik vond De Wolgaslepers indrukwekkend, maar echt ontroerend vond ik De thuiskomst, dat beeld van die man met zijn uitgestoken handen.”

De tentoonstelling bezorgde

de in 1999 aangetreden directeur Kees van Twist een mooie entree in de museumwereld, zegt Henk van Os: „Van Twist kende de museumwereld wel, maar niet als directeur. Repin was zijn doorbraak.”

Repin leidde het Groninger Museum bovendien naar Rusland, dat dankzij de almaar stijgende energieprijzen snel aan invloed en rijkdom begon te winnen. Sinds Repin heeft ‘Groningen’ in Rusland een netwerk van vrienden, zoals bij het Tretjakovmuseum. Bij de samenstelling van de Repin-tentoonstelling ontdekten de Groningse museummedewerkers in de zalen en kelders van de Russische musea tal van kunstschatten die ze ook wel wilden laten zien.

Deze ontdekkingen leidden tot nieuwe Russische tentoonstellingen in Groningen. Het Russisch landschap (2003), die ook nog verhuisde naar Londen, was weer een succes. Hetzelfde geldt voor de tentoonstelling en het festival rondom de Russische dansvernieuwer Diaghilev. Bij In dienst van Diaghilev (2005) kreeg samensteller Scheijen veel (financiële) hulp van de Gasunie, onder meer bij het naar Nederland halen van de dirigent Valeri Gergiev: „Gasunie is er toen echt in gesprongen.”

Patty Wageman, nu interim-directeur van het Groninger Museum, was voor Het Russische landschap enkele malen in Rusland. Op een gegeven moment stond Wageman in Nizjni Novgorod voor het schilderij Het vliegende tapijt (1880) van Vasnetsov: „Toen begreep ik plotseling hoe belangrijk sprookjes zijn voor de Russische schilderkunst. Sprookjes hebben vaak iets zoets, maar in Rusland zag ik hoezeer sprookjes belangrijke kunstenaars hebben geïnspireerd tot krachtige autonome kunstwerken.” Het idee voor een tentoonstelling was geboren.

De verwerkelijking van

de tentoonstelling bleek niet eenvoudig. De gewenste kunstvoorwerpen komen uit zeventien verschillende instellingen, die verspreid liggen over een reusachtig grondgebied – van de Oekraïner hoofdstad Kiev tot het diep in de Oeral gelegen Perm, van de poolcirkel tot de Kaukasus. De communicatie werd verder bemoeilijkt doordat zeker de verafgelegen musea niet gewend waren met een westers museum te onderhandelen.

Met hulp van de vrienden van het Tretjakovmuseum, die het interne transport in Rusland regelden, konden veel problemen worden opgelost. Zo kon een groot schilderij van Vasentsov niet worden vervoerd, omdat de lijst te zwaar was. Het Groninger Museum liet daarvoor een speciale reislijst maken. Het Vasentsovhuis in Moskou wilde het kroonjuweel, De Kikvorsprinses (1901- 1918) pas na langdurig gebedel afstaan.

De grootste moeilijkheden moesten worden overwonnen bij het lenen van de legendarische sprookjesprenten van Ivan Bilibin. „Iedereen in Rusland kent de sprookjes van de boeken die door Bilibin zijn geïllustreerd. Wij konden ons deze tentoonstelling zonder Bilibin niet voorstellen”, zegt Carlijn Ubbens, die de productie van de tentoonstelling deed. Liefdevol laat Ubbens haar vingers glijden over de reproducties van de prenten die Bilibin tussen 1901 en 1903 maakte: „Kijk hoe mooi.”.

De Russische kunstenaar Bilibin was een van de eerste kunstenaars die zich helemaal specialiseerde in drukwerk. Zijn sprookjesboeken maakte hij een eeuw terug in opdracht van Goznak, de toenmalige staatsdrukkerij van de tsaar. Goznak heeft de originele prenten van Bilibin in een kluis liggen, en daar waren ze sinds 1903 niet meer uitgeweest.

In het voorjaar van 2006 gingen directeur Van Twist, adjunct-directeur Wageman en expositie-organisator Ubbens naar Moskou voor de viering van het 150-jarig bestaan van het Tretjakovmuseum. „Het idee was dat we dan meteen bij Goznak konden langsgaan voor Bilibin”, vertelt Ubbens. Na een eerste positieve reactie liet de stichting Goznak – de officiële uitgever van de prentenboeken – weten dat de prenten niet uit de kluis mochten.

Het netwerk van Groningen

was in dit geval minder effectief dan gebruikelijk. Dat kwam doordat Goznak geen museum is, maar een onderdeel van het ministerie van Financiën. De enige die de prenten dus kon vrijgeven was Aleksej Koedrin, minister van Financiën. Om Koedrin zo ver te krijgen, deed het Groninger Museum een beroep op enkele diplomaten en politici. Een van hen was Kirill Gevorgian, ambassadeur van Rusland in Den Haag, die in eigen land behoorlijk wat invloed heeft. Een ander was Michail Sjvydkoj, de onbetwiste cultuurpaus van Rusland.

Sjvydkoj was ooit minister van Cultuur voordat hij door Poetin als te liberaal opzij werd geschoven. Na een tijdje een cultuurprogramma op tv te hebben gepresenteerd, werd hij enkele jaren geleden hoofd van het rijke Agentschap voor Cultuur en Cinematografie van de Russische Federatie, waarmee hij opnieuw veel macht kreeg. De wederopstanding van de Russische filmindustrie wordt mede aan hem toegeschreven. Sjvydkoj is ook degene die het uiteindelijke fiat gaf voor het uitlenen van de kunstwerken voor de tentoonstelling From Russia.

Kort voor Kerstmis 2006 hadden Van Twist en Ubbens een ontmoeting met ambassadeur Gevorgian, die beloofde zijn best te doen. Ubbens had inmiddels aan Goznak een lijst gestuurd met al toegezegde werken, waaronder De Zwanenprinses (1900) van Michail Vroebel. „Dat we dát werk hadden heeft zeker geholpen, want elke Rus kent De Zwanenprinses”, zegt Ubbens. Nu was het zaak om Sjvydkoj snel te spreken te krijgen.

Dat lukt uiteindelijk op 9 januari 2007. De banden zijn goed, zegt Kees van Twist: „Sjvydkoj is ook in Groningen geweest. In zijn tv-programma vertelde hij elke week hoeveel bezoekers naar Repin waren gekomen. Ik kan hem mobiel bellen en heb dat toen gedaan.”

Na een ontspannen gesprek zegde Sjvydkoj zijn hulp toe. Met deze hulp wisten het Tretjakov en Gevorgian de minister van Financiën, Koedrin, te bewegen om de prenten vrij te geven. Niet veel later, in februari, zegde Goznak de prenten toe. Op het nippertje, zegt Ubbens: „Want als je in december een tentoonstelling wil openen, moet je in februari weten wat je kunt brengen.”

Het Groninger Museum kon zo voortbouwen op de bestaande contacten, die voor een groot deel zijn te danken aan Gazprom en Gasterra. Maar met de prenten zelf hebben de gasbedrijven zich niet bemoeid. Pas veel later wel, zegt Patty Wageman, inmiddels plaatsvervangend directeur: „We wilden naast de catalogus ook de sprookjes met de prenten van Bilibin uitgeven in het Nederlands. Dat heeft Gasterra toen betaald.”

De tentoonstelling ‘Russische sprookjes, volksverhalen en legenden’ is tot en met 6 april te zien in het Groninger Museum.

    • Karel Berkhout