De gehaktmolen van Noord-Ierland draait niet terug

David Park: The Truth Commisioner. Bloomsbury, 374 blz. € 19,65 Vertaald door Ronald Vlek als De verzoening, Atlas, 367 blz. € 19,90

David Park: The Truth Commisioner. Bloomsbury, 374 blz. € 19,65 Vertaald door Ronald Vlek als De verzoening, Atlas, 367 blz. € 19,90

Het Noord-Ierse jongetje Connor Walshe eindigt in 1990 onder een laagje aarde in een natuurgebied, in het stille gezelschap van vingershoedskruid, witte snavelbies, wilde gagel en de IRA- kogel in zijn hoofd. David Park, schrijver van De verzoening, laat Connors lichaam tientallen jaren rusten totdat, in een fictieve toekomst, de Noord-Ierse regering een Waarheidscommissie instelt ter ‘nationale verwerking en verzoening’. Verzoening echter, constateert de lezer samen met de hoofdpersonen, is evenmin mogelijk als gewenst. De gehaktmolen van ‘the troubles’ – de sektarische strijd tussen IRA en Unionisten die Noord-Ierland in dertig jaar tijd 3.500 moorden opleverde – werd gevoed met woede en moordlust en leverde als eindproduct haat en zelfhaat.

Deze terugkeer naar het recente verleden onder leiding van de Waarheidscommissie wekt bij de bevolking vooral walging – van anderen en van zichzelf – en bij de Waarheidscommissaris roept de exercitie het beeld op ‘van een schurftige, door vlooien geteisterde oude hond die terugloopt om nog eens aan zijn eigen kots te snuffelen.’ Deze Henry Stanfield is een laffe, middelbare advocaat die het grote verhaal van het Noord-Ierse bederf prima doorheeft maar er niet in slaagt in het reine te komen met zijn persoonlijke rol tegenover de dood, die van zijn vaak bedrogen vrouw. Hij is, zoals de vijf hoofdpersonen in deze ongewoon literaire thriller, sympathiek en antipathiek en uiteindelijk helaas begrijpelijk.

De verzoening is een gedetailleerde karakterstudie van deze vier falende mannen en hun jonge slachtoffer, die allemaal een rol in het Noord-Ierse conflict spelen. Naast de commissaris zijn er de half-corrupte Britse politieagent Fenton, de IRA- topman Gilroy die zichzelf letterlijk tot minister wist te bombarderen (Cultuur & Jeugdzaken) en de uitgeweken IRA-moordenaar Madden. De verzoening thrillt nadrukkelijk niet met actie of intrige, maar werkt op de zenuwen. Park blijft het erin stampen: hoe godgeklaagd ledig, kleingeestig en bizar was deze ‘godsdienstige’ strijd, waarin alle partijen uit het oog verloren waar het ook alweer om ging en politieagent Fenton voortdurend stukken kind van de muren van ontplofte cafés moest trekken. Waar ging dit conflict over? Uiteindelijk over collectief verval, volgens Park, dat in alle betrokken individuen een proces van bederf in gang zette, gepersonifieerd door het schuldgevoel over de onnodige dood van het jongetje Connor Walshe, dat op het eind van deze melancholieke politieke thriller eindelijk gezelschap krijgt op zijn stille lapje grond: van een graafmachine. In veel opzichten komt hij er daarmee het beste vanaf.

    • Robert Gooijer