Biografieën

Op 4 maart sprak Hans Renders, hoogleraar Geschiedenis en theorie van de biografie in Groningen, zijn oratie uit (zie Boeken 07.03.08). De hoogste tijd, want ook in Nederland is levensbeschrijving een productief veld gebleken. Naast biografieën verschijnen er ook steeds meer romans over historische figuren. Getuige zijn rede over de zeven grootste zonden die een biograaf kan begaan, is die toegenomen verscheidenheid aan biografische teksten voor Renders een aanleiding om `goed` en `fout` te onderscheiden in de biografie. Het is jammer dat hij voor deze negatieve insteek kiest, en zich op zonden in plaats van deugden richt.

Twee van Renders` hoofdzondes (hoogmoed en hebzucht) hebben betrekking op de problematische relatie van de biografie en de roman. Schrijvers die beide vormen willen verenigen zijn `hebzuchtig`; en als ze te ver doorschieten naar fictie levert dat een `schandalig` resultaat op. Maar is zo`n `schandalige` tekst niet gewoon een doorgevoerde versie van het vermengen van feit en fictie in bijvoorbeeld De thuiskomst van Anna Enquist en De liefde dus van Joke J. Hermsen? Is levensbeschrijving niet eerder een spectrum van teksten die allemaal, zij het in verschillende gradaties, geschiedschrijving en literatuur combineren? Renders gebruikt achterhaalde termen als `high` en `low` om binnen dit spectrum ordening aan te brengen, terwijl hij nieuwe tendensen in de biografie onbevooroordeeld zou moeten signaleren en duiden.

Ik zie het ontstaan of de toename van mengvormen van biografie en fictie als een verrijking van het genre. Het lijkt mij niet de taak van Renders` Biografie Instituut om als een biografiepolitie te bepalen wat je wel en niet mag doen in levensbeschrijvingen. Het mag op onderzoeksgebied geen blinde vlek ontwikkelen voor biografische teksten die op romans lijken of volgens Renders` definitie in de categorie `low` vallen. Dat zou pas een doodzonde zijn.

    • Dennis Kersten