Belegger in fonds Carlyle lijdt pijn zonder verdoving

Carlyle Capital krijgt geen hulp meer van banken. Dat doet pijn bij beleggers, maar daarvoor is het ook een speculatief beleggingsfonds.

De reacties op het dreigende failliet van het in Amsterdam genoteerde Carlyle Capital Corporation (CCC) liegen er niet om. De dollar zakt verder weg tegenover valuta als de yen en de euro. De goudprijs staat inmiddels boven de 1.000 dollar per ounce en olie kost ruim 110 dollar per vat. In roerige tijden als deze kan een kleine vonk het smeulende kredietcrisisvuur fel doen oplaaien.

Het kan snel gaan. Driekwart jaar geleden probeerden banken nog angstvallig weg te blijven van twee in problemen verkerende hypotheekfondsen van zakenbank Bear Stearns. De angst verliezen te moeten nemen wegens liquidatie van deze hedgefondsen was groot.

Inmiddels zijn verliezen aan de orde van de dag. Banken hebben in totaal voor 150 miljard dollar afgeschreven op hun beleggingen als gevolg van de crisis. Als er nu een fonds in de problemen komt, springen banken over het algemeen bij. Juist om te voorkomen dat ze nog meer het schip in gaan.

Tot gisteren. De banken die tot nu toe hielpen om CCC overeind te houden, staakten hun noodhulp en vragen het eerder verstrekte onderpand op. Verrassend, omdat moederbedrijf Carlyle, een van de grootste private-equityfirma’s in de wereld, een goede klant is van banken. Daarbij is CCC op het eerste gezicht een stevig fonds. Het fonds belegt nagenoeg uitsluitend in de hoogst gewaardeerde hypotheekobligaties (triple-A), die door de overheid gegarandeerd worden. Maar zelfs die ‘gezonde’ hypotheekleningen zijn niet immuun gebleken voor de angst die op de geldmarkten rondwaart sinds afgelopen zomer de huizenmarkt in de Verenigde Staten inzakte.

Het zijn niet zozeer de zorgen over een faillissement van de triple-A-obligaties die Carlyle de das om doen, maar de enorme hefboom waarmee het fonds werkt. Tegenover elke ingelegde dollar van beleggers, is het fonds – precies zoals aangekondigd in de prospectus in 2006 – voor ongeveer 30 dollar aan schulden aangegaan. Daarmee wordt belegd. Deze zogenoemde leverage (hefboom) werkt extreem goed als de markten doen wat je wilt: elke euro die een investeerder inlegt levert immers 30 keer zoveel winst op dankzij de hefboom. CCC dacht het risico te kunnen lopen, omdat het veilige beleggingen had. Door kort geld tegen een lagere rente aan te trekken om te investeren in leningen met een lange looptijd en een hogere rente, wilde CCC zijn rendement halen. Maar sinds het rendement op de hypotheekobligaties lager is dan de rente die de banken het fonds berekenen voor de schulden, gaat het - juist door die leverage - ook heel hard mis.

Gisteren maakte de Carlyle Group bekend dat het er niet in was geslaagd investeerders te vinden om het noodlijdende CCC te herfinancieren. Dat is pijnlijk voor het fonds en zijn geldschieters, maar ‘wellicht brengt het een structurele oplossing van de al maar voort modderende crisis dichterbij.

De lapmiddelen die overheden en centrale banken tot nu toe gebruikten om de crisis te bezweren hebben niet gewerkt. Reeksen renteverlagingen, honderden miljarden aan geldinjecties, het baat niet. Het enige wat er gebeurde, was dat de grote investeerders keer op keer gered werden van het nemen van verliezen.

Dat is begrijpelijk vanuit de toezichthouder en centrale banken geredeneerd. Zij vrezen een systeemcrisis, waar banken omvallen en het financiële stelsel dreigt in te storten. Maar door continu de helpende hand te bieden, maakten de centrale banken de investeerders lui. Deze week nog pompte de Federal Reserve in samenwerking met onder meer de Europese en Canadese centrale banken voor 200 miljard dollar aan nieuw geld in de markten om de rust terug te laten keren.

Het is een perverse prikkel, waardoor financiële instellingen nooit aangesproken worden op de werkelijke risico’s die ze lopen met hun risicovolle manier van beleggen. De oorzaak van de crisis, het ‘besmette’ hypotheekpapier, bleef waar het was, er werd weinig geliquideerd.

Bij CCC komt de bal nu bij beleggers te liggen. Zij gokten op gigantische rendementen die CCC in een normale markt had kunnen halen, maar moeten in slechte tijden dus ook de verliezen dragen. „Er komt een tijd dat banken hun klanten moeten vragen om hun deel van de pijn te nemen”, zei een bankier vanmorgen in de Financial Times. „Het is ofwel je marge verhogen, of we nemen ons onderpand terug.”

De liquidatie van CCC is nog niet direct een trendbreuk, het kan ook een incident blijken. Vooral omdat een massale liquidatie van dergelijke fondsen de crisis heftiger zal maken. Banken zullen nog meer moeten afboeken, beleggers moeten hun verliezen slikken en het overslaan naar de reële economie komt dichterbij. Het voordeel van de methode-Carlyle is dat de pijn hevig is, maar ook definitief wordt weggesneden. Met alle lapmiddelen kan de crisis zich nog lang voortslepen.

Meer over de kredietcrisis op nrc.nl/kredietcrisis