Allemaal naar Room 101

Hoeveel zinnen zonder een werkwoord kan een mens verdragen?

De columns van Martin Bril kun je snel lezen door alleen die één-tot drie-woordenzinnetjes te lezen die de status van een hele alinea krijgen. Neem bijvoorbeeld de column ‘Bij het raam’. Samengevat:

‘Zwezerik!

Bami dus.

Bij het raam.

Daar was de babi pangang.’

Vanwege de vele werkwoordsloze zinnen, de neiging om van elke zin een complete alinea te maken voor het effect – soms met een uitroepteken! –, vanwege de overmatige aandacht voor babi pangang, het ‘ge-ach’ (‘Ach, Groningen’), de vele ‘Tsja’s’ en vanwege de titel Liefde, seks & regen (‘Regen, ach – als de zon niet schijnt, regent het’).

Deze Bril gaat naar Room 101, de ergernissenkamer! Daar gaat-ie!

Goed. We gaan door naar mijn volgende literaire ergernis.

Van Leon Verdonschot verscheen onlangs Pushing the limits – Het leven van Keith Bakker. Keith Bakker is een man met Björn Borg kapsel, een overdreven Amerikaans accent, een hangende pruillip en zes Cadillacs voor de deur. Hij vertelt overal hoe bad hij used to be en hoe hij als een piece of shit ongelooflijk in de fucking goot lag, maar daar uitklom en nu succesvol andere crackheads helpt.

Er staat een rood stickertje met een quote van Kluun op het boek: ‘Fuck, dit had ik geschreven willen hebben!’

Ik begon dus enthousiast aan de eerste bladzijde van Pushing the Limits:

‘Kom maar op.

Ik liep hier binnen en zei: alles.

Alles om me er vanaf te krijgen. Kan niet schelen hoe, kan me niet schelen wat.

Ik ben er klaar voor.

Kom maar op.’

Mooi, al die ultrakorte zinnen onder elkaar waar veel emotioneel gewicht aan komt te hangen.

Dat werkt best wel.

Maar ik ken die stijl ergens van.

Ik pak James Freys In duizend stukjes erbij en lees willekeurig een stukje van zijn staccatoproza.

‘Er is een Huiskamer.

Ze geeft me een paar pillen.

Daar staat een tv.

Ze geeft me een kamerjas en sloffen.’

Enzovoort.

O ja, Frey is er ook steeds ‘klaar’ voor. Ik citeer de laatste bladzijde:

‘Hij vraagt of ik er klaar voor ben ik glimlach en ik zeg van wel. Hij vraagt het nog een keer van het zeker weten. Ja, ik ben er klaar voor zeg ik.

Ja, ik ben er klaar voor.’

Pushing the limits is de Nederlandse variatie op Freys Amerikaanse wederopstandingsverhaal inclusief opsommingen van middelen en roes, en uiteraard de finale heerlijke huilpartij waarin de hoofdpersoon ‘breekt’ (Verdonschot) dan wel ‘knakt’ (Frey) ‘God en Gezin’ (Frey) dan wel (‘mijn huwelijk en Marjon en God’) voorbijkomen in een groepssessie terwijl een van de groepsleden onze comeback kid omhelst als een ‘nieuwe moeder’(Verdonschot) dan wel hem vasthoudt als een ‘geknakt kind’ (Frey).

‘Ik ben verliefd, stapelverliefd, op mezelf,’ zegt Bakker kernachtig in het boek.

Tsja.

‘Persoonlijker dan dit wordt het niet’, aldus recensent Susan Smit in Goedemorgen Nederland. Daar sluit ik me van harte bij aan.

Pushing the limits duwen wij naar Room 101! Daar gaat-ie!

‘Room 101’ is de martelkamer uit Orwells 1984 waar een persoon aan zijn of haar grootste nachtmerrie wordt blootgesteld. Bittere ernst is het, Orwells martelkamer, en in de populaire cultuur leeft de verwijzing naar deze kamer blijmoedig voort. In de Engelse versie van Big Brother was er bijvoorbeeld een ‘room 101’ waar rot klussen moesten worden uitgevoerd. De BBC heeft al jaren succes met Room 101, waarin gasten hun ergernissen naar ‘room 101’ verbannen. Het meest interessant zijn de beroepsergernissen: een chef de cuisine die zich over intimiderende wijnlijsten opwindt (Gordon Ramsay) of Stephen Fry die acteurs uitfoetert.

Mijn vreugde was groot toen de Nederlandse versie van het Britse tv-programma Room 101 werd aangekondigd, want ik had al langer mijn twijfels over al het lachen op de Nederlandse televisie. Van De tv draait door naar Claudia de Breij, de Lama’s, Raymann is laat en De Nieuwste Show. Al dat lachen, het ging gewoon niet meer. Maar toen was er ineens Room 101. En volgde De wereld draait door met een maandelijkse rubriek ‘ergernissen’. Begon Hugo Borst ineens over zijn dagelijkse inname van antidepressiva te praten. Vreemd genoeg laten de mopperrubrieken zich vooralsnog echter niet helemaal of helemaal niet onderscheiden van humor-tv.

Het zeuren moet bij voorkeur namelijk zo grappig mogelijk. Er worden dan ook vooral beroepsgrappenmakers uitgenodigd of mensen die hun ergernissen bij voorkeur zo leuk en licht mogelijk verwoorden of wier ergeren al een karikatuur is geworden (Jan Mulder komt weer gek doen, Maarten van Rossem bromt zijn brommetje).

Het Gezellige Ergeren, het Mopperen als Entertainment gaat voortaan ook naar Room 101! Daar gaat-ie!

Nee, dan de letteren.

Ach, de letteren.

Mag ik even?

Driewerf hoera voor Doeschka Meijsing: de grumpy old woman van de Nederlandse letteren schreef een van de mooiste boeken van dit jaar: Over de liefde. De mopperpassages vormen het hoogtepunt: ‘Nergens vandaan, van heel diep in me, dook een geweldige woede op. Misschien omdat de thermometer mij elke ochtend hetzelfde vertelde, misschien omdat ik al die voorafgaande jaren van alles gekneusd en gebroken had, wie weet omdat ik me oud en onaantrekkelijk voelde of omdat ik van mijn geboorte af al wist dat ieder ander dan ik in principe ongelijk had, maar ik zei luid en duidelijk: „Het hangt me de keel uit dat je wanneer je uit den vreemde je eerste stap op Nederlandse bodem hebt gezet, je eerste lompe bejegening al te pakken hebt”. ’ Allejezus, God, Maria en Gezin, wat kan die vrouw prachtig mopperen!

Over de liefde hou ik hier. Die gaat niet naar Room 101.

Ik ben toe aan Het Esthetische Ergeren. Het Mopperen met Inhoud. Het Grote Zeuren. Het Wereldse Klagen. Het Ergeren met Denkkracht.

Ik ben er klaar voor.

Kom maar op.

Ja, ik ben er klaar voor.

    • Stine Jensen