Retro-taal

Omdat het Boekenweek is en we dus collectief moeten mijmeren over Oude Menschen en Dingen die Voorbij Gaan: Van oude taal die voorbij gaat.

Taal raakt uit, en dat heeft verschillende redenen. ‘Brillenjood’ was vroeger een normaal en geaccepteerd scheldwoord, maar nu gelukkig alweer een hele tijd not done.

Andere woorden raken uit omdat ze inmiddels iets onbehoorlijks of vies zijn gaan betekenen. Vroeger kon een man bijvoorbeeld best zeggen: ‘Ik ben ongesteld aan mijn hoofd’. Dat roept nu levendige, verontrustende beelden op.

Weer andere woorden zijn zomaar verdwenen. Om niets. Mijn oma riep als iemand iets gemeens of verkeerds had gedaan: ‘Misselijk!’ Ook noemde ze snoepjes ‘lekkertjes’. Knalfuif, dól!, uiig, vrind, jottem, snotjoch, bakvis, boudoir, litteratuur; wie gebruikt het nog? Niemand.

Sommige taal is voorbij, en dat is eigenlijk alleen maar jammer. Waarom is ‘mieters’ verdwenen? ‘Mieters’ is een vrolijk woord van waardering uit de jaren vijftig. Het zou mooi zijn als dit als ‘retrowoord’ weer zou kunnen worden geïntroduceerd in de Nederlandse taal. Als er hele feesten worden georganiseerd rondom jaren tachtigmuziek, zie ik niet in waarom retrotaal niet zou kunnen.

In ieder mensenleven komt een moment dat het besef inslaat als een bom: Ik ben zelf taalkundig óók uit de tijd. De trein is voortgeraasd, maar zonder mij; dat gevoel. Ikzelf merkte het toen ‘vet’ ineens het nieuwe woord voor ‘cool’ was; en dat terwijl ik me juist zo happening voelde dat ik ‘cool’ gebruikte. ‘Vet’ was voor mij een brug te ver.

Ik zeg ook nog wel eens ‘onwijs gaaf’. Kan niet. ‘Wrede bok’ zeg ik ook. Kan al helemaal niet.

Maar nu komt het mooie. Wie merkt dat de veroudering onherroepelijk heeft ingetreden, verzinne een retrotrend om er weer schijnbaar bij te horen: ‘Nee, ik ben niet ouderwets, ik ben juist modern genoeg om ouderwetse dingen weer modern te vinden!’ Mieters mechanisme.