ook in première

The Spiderwick Chronicles

Regie: Mark Waters

Sinds het immense succes van The Lord of the Rings-trilogie is fantasy niet meer uit de bioscoop weg te denken. Opvallend veel kinder- en jeugdboeken zijn verfilmd: Harry Potter, The Chronicles of Narnia (C.S. Lewis) en The Golden Compass (Philip Pullman). Nu is het de beurt aan The Spiderwick Chronicles, gebaseerd op boeken van Tony DiTerlizzi en Holly Black. De film begint een eeuw geleden, als de wereldvreemde wetenschapper Arthur Spiderwick (David Strathairn) rare dingen en wezens in zijn tuin ontdekt en ontsluit in zijn Spiderwick-kronieken: een dik boek vol beschrijvingen en plaatjes van vreemde creaturen. De meeste wezens zijn goedaardig, behalve Mulgarath. Om zijn boze krachten te vergroten, wil hij graag in het bezit komen van het toverboek, dat net gevonden is door Simon, de achterneef van Spiderwick. De strijd tussen goed en kwaad die volgt, bevat belangrijke lessen voor de getraumatiseerde Simon, die in het reine moet zien te komen met de recente echtscheiding van zijn ouders. The Spiderwick Chronicles bevat veel speciale effecten die een sprookjeswereld oproepen die zowel betovert als angst aanjaagt. De clichés komen pas op het eind. (AW)

10.000 B.C.

Regie: Ronald Emmerich. Met: Steven Strait, Camilla Belle.

Een buitenaardse invasie (in Independence Day) of het klimaatprobleem (in The Day after Tomorrow); eigenlijk is regisseur Ronald Emmerich filmisch niets te gek of onoverkomelijk. En hij weet er meestal ook nog het soort filmspektakel van te maken waardoor meteen weer duidelijk is dat de oorsprong van het medium op de kermis lag. In 10.000 B.C. gebruikt hij opnieuw de nieuwste foefjes op het gebied van computer generated images (CGI), om reuzentijgers en struisvogels over het Afrikaanse continent te laten denderen en tienduizenden in de computer vermenigvuldigde prehistorische stamleden van het huidige Zuid-Afrika naar Egypte te laten marcheren, om onder leiding van de semi-mysterieuze D’Leh een geroofd meisje te bevrijden. Maar een groots en meespelend verhaal wil 10.000 B.C. maar niet worden, al heeft het iets fascinerends om ruim anderhalf uur lang een stelletje Lenny Kravitz-lookalikes met speren door de Afrikaanse savannes en woestijnen te zien rennen. Er zijn mensen die menen dat de toekomst van de film in dit soort producties ligt: te groot en overweldigend om op een computerscherm of iPod tot hun recht te komen. Maar dat gaat niet erg opschieten als het vermogen om een spannend verhaal te vertellen niet gelijk op gaat met de ontwikkeling van de special effects. Op dat punt is weinig vooruitgang geboekt sinds , pak ’m beet, Raquel Welch in 1966 door een holenman achterna werd gezeten in One Million Years B.C. (DL)

Professione: reporter

Regie: Michelangelo Antonioni. Met: Jack Nicholson en Maria Schneider. (1975)

De vaste plaats van Michaelangelo Antonioni in de filmgeschiedenis is te danken aan zijn klassiekers uit de vroege jaren zestig, van L’Aventura tot Il Deserto rossi. Of de films uit zijn internationale periode in de jaren zeventig ook zo stand zullen houden, is minder zeker. Het soms adembenemende architectonische en compositorische talent van die eerdere films, is in zijn latere periode minder overweldigend. Het nu gerestaureerde en heruitgebrachte Professione: reporter (1975) begint als vanouds meesterlijk. Een televisieverslaggever (Jack Nicholson) in een Afrikaans land, die in een impasse verkeert, neemt de identiteit aan van zijn buurman in een hotel, als deze blijkt te zijn overleden. De man is wapenhandelaar geweest. In zijn voetsporen reist hij naar Londen, München en Barcelona. Maar zijn pogingen om opnieuw te beginnen met leven lopen uit op een echec. De sterke sfeer van de Afrikaanse scènes sijpelt weg uit de film, die in Barcelona vervalt in toeristische plaatjes. Totdat Antonioni zich herpakt met een lang, beroemd shot tegen het einde, waarbij de camera door een getralied raam lijkt te zweven. Jack Nicholson – in volle glorie – zorgt voor wat humor in Antonioni’s lege universum. (PB)