Natrekken investeerders redde top Air Holland

Het Haagse gerechtshof sprak de voormalige bestuurders van Air Holland gisteren vrij van witwassen en heling. Het zag er wel verdacht uit, maar daarmee was geen misdrijf bewezen.

Hij had het bedrijf nog geen jaar in handen of er waren weer financiële problemen bij luchtvaartbedrijf Air Holland. En dus moest eigenaar Cees van Dormael in 2001 op zoek naar geldschieters. Financieel directeur Paul G. vond ze. Een groep Surinaamse investeerders was bereid 12,5 miljoen gulden in het bedrijf te steken.

Drugsgeld, zei het Openbaar Ministerie later, en Van Dormael en zijn financieel directeur hadden zich schuldig gemaakt aan witwassen en heling van drugsgeld. Eind 2006 werden ze door de rechtbank veroordeeld. Maar gisteren sprak het Haagse gerechtshof de voormalige top van het Air Holland vrij.

Het had er inderdaad allemaal verdacht uitgezien, dat vond het Haagse gerechtshof gisteren ook. Met sporttassen vol geld van de Surinaamse investeerders ging de toenmalig financieel directeur Paul G. van maart 2001 tot en met april 2002 op pad. Hij reisde naar Luxemburg en Engeland, overhandigde het geld aan tussenpersonen en via allerlei investeringsbedrijfjes werd het geld weer in Air Holland gestoken.

Dergelijke constructies lijken op witwassen, zei ook het gerechtshof. Toch volgde er vrijspraak. Want volgens het hof was door het OM niet bewezen dat de miljoenen die Air Holland van de Surinaamse investeerders ontvingen, verkregen waren uit misdrijven.

Bovendien hadden Cees van Dormael en Paul G. volgens het hof wel degelijk hun best gedaan om te achterhalen waar het geld van hun investeerders vandaan kwam. Ze hadden het aan de investeerders gevraagd. Verdiend met import en export en de verkoop van geldwisselkantoortjes in Nederland en Suriname, zeiden die. Ze deden navraag bij een voormalig minister van Financiën van Suriname. Zou goed kunnen, zei hij over de verkoop van geldwisselkantoortjes. En de Citibank gaf op verzoek een verklaring af dat de investeerders goede klanten waren.

De topmannen van het luchtvaartbedrijf waren niet „zonder onderzoek” met de investeerders in zee gegaan. En het OM had volgens het gerechtshof niet onderzocht of de Surinaamse investeerders belangen hadden gehad in wisselkantoortjes en of het geld dus een legale herkomst had. Omdat dit onderzoek niet was verricht, kon dus ook niet worden vastgesteld dat het misdaadgeld betrof.

De rechtbank nam wel aan dat het om misdaadgeld ging, toen het eind 2006 Van Dormael en zijn voormalig financieel directeur Paul G. veroordeelde. Ze kregen toen respectievelijk anderhalf jaar celstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, en drie jaar cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Paul G. was volgens de rechtbank op de hoogte van de dubieuze herkomst van het geld. En Van Dormael had volgens de rechtbank bewust geen vragen gesteld, omdat hij de redding van zijn onderneming belangrijker vond, waarin hij ook zijn totale eigen vermogen had gestoken.

De rechtbank wees op de dubieuze handel en wandel van de Surinaamse investeerders. Zij werden na hun avontuur met Air Holland in andere strafzaken veroordeeld voor drugshandel. Leider Iwan G. werd in 2005 kort achter elkaar in Den Haag en Brazilië aangehouden met 88.000 en 50.000 xtc-pillen in bezit. Hij werd in Brazilië tot acht jaar cel veroordeeld. Zijn broer Piet G. kreeg in 2004 vijf jaar cel voor cocaïnehandel.

Maar volgens het gerechtshof bewezen deze veroordelingen nog niet dat het geld dat zij in Air Holland hadden gestoken ook verdiend was met drugshandel. Want de drugshandel waarvoor zij veroordeeld werden, vond plaats nadat zij geld in het luchtvaartbedrijf hadden gestoken.

Uiteindelijk leidde de investering van de Surinaamse groep tot niets. Het in 1985 opgerichte Air Holland ging in 2004 alsnog failliet. De belangrijkste onderdelen van het bedrijf waren toen al overgenomen door de Exel Aviation Group van zakenman Erik de Vlieger. Dat bedrijf ging in 2005 failliet.

Het OM overweegt in cassatie te gaan bij de Hoge Raad.

    • Tom Kreling