Leraar koopt de kinderkleren

Op school in de Haagse Schilderswijk zien leraren elke dag armoede. Het kind dat flesjes vult omdat het water thuis is afgesloten.

Breek schooldirecteur Henk Landman de bek niet open. Kinderen die in armoede leven? Vorige week plukte een van zijn leerkrachten een leerling, zes jaar, van het Centraal Station. Hij stond te bedelen met zijn moeder. Vanmiddag hoort Landman van een woningbouwcorporatie welk bedrag hij moet voorschieten om te voorkomen dat twee leerlingen met hun moeder acuut uit huis worden gezet wegens achterstallige betalingen.

Den Haag staat tweede op de vandaag gepubliceerde ranglijst van gemeenten met het grootste aantal kinderen dat in armoede opgroeit. Landman leidt de Jan Ligthart-basisschool in de Haagse Schilderswijk (300 leerlingen) – „op de grens tussen twee prachtwijken!” – en heeft dagelijks met bitter arme kinderen te maken. Eén graadmeter: bij een kwart van de leerlingen staat geen computer thuis. „In de elf jaar dat ik hier werk is de sociaal-economische positie van de wijk geen spat verbeterd. De bevolking verandert wel. Allochtone ouders die hogeropgeleid raken of een vaste baan vinden, vertrekken zodra ze kunnen. Naar Vinexwijken of andere buurten. We krijgen er andere, armere gezinnen voor terug.”

De nieuwste groep zijn Bulgaarse en Roemeense kinderen. Tientallen heeft hij er al. Pas nog meldde zich een Bulgaarse moeder met haar dochter van tien. „Ik vroeg: is uw dochter naar school geweest? Nee, zei ze: ze heeft net anderhalf jaar olijven geplukt in Spanje.” Voor een Oost-Europees gezin met drie kinderen is een leraar onlangs kleren gaan kopen op de markt.

Het aantal echtscheidingen neemt ook toe; Marokkaanse en Turkse ouders scheiden sneller dan vroeger. „Pa vertrekt en laat het gezin met schulden achter. Dan worden ze afgesloten van gas en licht en het huis uit gezet als ze te lang de huur niet betalen.” Een leraar ontdekte kort geleden dat een gescheiden Marokkaanse moeder haar kinderen elke dag één maal voorschotelde: droog brood.

Stille armoede, gêne, bestaat hier ook, zegt Landman. Het jongetje van elf dat steeds flesjes met water vulde op school en ze meenam naar huis. „We kwamen erachter dat het water thuis al drie maanden was afgesloten.”

Zijn interne begeleider, die eigenlijk over onderwijskwesties gaat, en het school-maatschappelijk werk zijn vaak bezig hulp te regelen voor gezinnen die in de problemen zijn geraakt. Jeugdzorg bellen, de woningbouwcorporatie, het Leger des Heils, schuldhulpverlening. Landman: „Waar wij gestoord van worden, zijn de personeelswisselingen bij jeugdzorg. Je hebt elke keer een ander aan de lijn, die het dossier niet kent.”

De hulpverlening zou scholen sterker moeten betrekken bij haar werk, vindt Landman. „De drempel is laag, omdat ouders hun kinderen hier moeten brengen. Ze vertrouwen ons, wij weten alles. En als school zouden we iemand moeten hebben die hier fulltime aan kan werken.”

    • Frederiek Weeda