Keuze tussen twee keer conservatief ‘Hervormers zouden geen verschil maken in Iran’

In Iran worden morgen parlementsverkiezingen gehouden. De dominante factie van president Ahmadinejad is in tweeën gespleten.

De Iraanse autoriteiten hebben een portret van parlementskandidaat Asadollah Kian Ersi afgedekt omdat het de maximaal toegestane afmetingen overschrijdt. Foto Reuters A cloth covers a picture of Asadollah Kian Ersi, a candidate for Iran's upcoming parliamentary elections, in Tehran March 9, 2008, as it is bigger than the allowed official size. The elections will be held on March 14. REUTERS/Morteza Nikoubazl (IRAN) REUTERS

Wandel door Teheran en niets wijst op de steeds verslechterende economie. Nieuwe, westerse luxewagens staan in de eeuwige file langs boomrijke lanen. Overal wordt gebouwd aan appartementencomplexen en winkelcentra. Maar schijn bedriegt, slechts een kleine elite pikt een graantje mee van Irans torenhoge olie-inkomsten. Het proletariaat, dat in 2005 president Mahmoud Ahmadinejad aan een verkiezingsoverwinning hielp, verwachtte verbetering. Maar die is niet gekomen.

Morgen gaan de Iraniërs weer stemmen, dit keer voor een nieuw parlement. Veel keuze hebben ze niet; de meeste kandidaten zijn afkomstig uit dezelfde factie die Ahmadinejad aan de macht bracht. Maar zorgen over de Iraanse economie hebben de groep verdeeld en een meerderheid keert zich nu tegen de president. Wat de uitslag ook wordt, veel verandering voor de gewone man zit er niet in, maar het nieuwe parlement zal het Ahmadinejad wel moeilijker gaan maken.

Voorzover de verkiezingen hen bezighouden, is voor de kiezers de economie het belangrijkste punt van zorg. „Ik heb geld nodig om mijn familie overeind te houden, maar onze regering geeft het weg aan landen als Irak en Palestina”, zegt fabrieksarbeider Ahmad. „Zeg me welke politicus het met me eens is. Op hem ga ik morgen stemmen.”

Vrijwel alle kandidaten voor het 290 zetels tellende parlement steunen Irans assertieve buitenlandpolitiek die wordt geregisseerd door Opperste leider ayatollah Ali Khamenei. Ook de nucleaire stellingname, publiekelijk altijd hard verdedigd door president Ahmadinejad, kan op brede steun rekenen. De ‘principalisten’, de factie die in een paar jaar tijd vrijwel alle machtscentra in handen heeft gekregen, zijn alleen scherp verdeeld over Ahmadinejads economische politiek.

„Iran is als een hogesnelheidstrein op weg naar de economische afgrond. Ahmadinejad is de bestuurder en alle wijze mensen springen eraf”, zegt Amir Hossein Rasael, journalist voor het economische dagblad Sarmayeh.

Volgens olieminister Ghollam Hussein Nozari zal het land dit Iraanse jaar – dat 20 maart eindigt – 63 miljard dollar aan olieinkomsten ontvangen. Drie jaar geleden was dat nog geen derde van dat bedrag.

„We hebben enorme winsten, maar de economie maakt haar ergste crisis ooit mee”, zegt Rasael. „De president heeft alle managers vervangen door jonge medestanders, inflatie is ver boven de 20 procent, er zijn vrijwel geen buitenlandse investeringen en huisvesting- en voedselkosten zijn in veel gevallen meer dan honderd procent gestegen. De werkloosheid is enorm en de benzine is op rantsoen. Veel politici willen hier niet de schuld van krijgen.” Desondanks hebben de critici van de president geen gedetailleerde plannen waarmee ze de economie weer op het juiste spoor kunnen krijgen. Volgens hen zijn er meer ‘technocraten’ nodig.

Tegelijkertijd zijn duizenden kandidaten, veel van hen hervormingsgezinde politici, uitgesloten van deelneming aan de verkiezingen. Het hervormingsgezinde blok, geleid door ex-president Mohammad Khatami, die zelf niet meedoet aan de verkiezingen, bepleit hervormingen en betere relaties met het Westen. Maar de Raad van de Hoeders van de Grondwet, die onder andere oordeelt over de kandidaten, heeft slechts een klein deel van Khatami’s aanhangers toegelaten. Ze kunnen nu niet meer dan maximaal 130 van de 290 zetels krijgen.

Irans politieke systeem is gebaseerd op individuen en niet op partijen, maar het is duidelijk dat de twee kampen binnen de principalisten het nieuwe parlement zullen domineren. De principalisten, bestaand uit voormalige commandanten van de Revolutionaire Garde, ambtenaren en idealistische jongeren, zijn neoconservatieven die de beloftes van de revolutie van 1979 willen nakomen. Net als Ahmadinejad beloven ze een beter leven voor de armen en een grotere rol voor de islam in de samenleving.

Ze voorzien een sterk Iran met een belangrijke rol in de wereldpolitiek. Opperste Leider Ayatollah Ali Khamenei heeft hen verscheidene malen publiekelijk gesteund.

Vervolg Iran: pagina 5

‘Hervormers zouden geen verschil maken in Iran’

Vervolg Iran van pagina 1

De kritiek van de grootste groep, geleid door voormalig nucleair onderhandelaar Ali Larijani, richt zich op het „roekeloze” economische beleid van de president. Daarnaast beschuldigen ze zijn overheid ervan hongerig naar macht te zijn. Ahmadinejad zegt dat het vertrekkende parlement zijn economische plannen heeft gesaboteerd en zelf schuld is aan de problemen. Afgelopen maand probeerde hij de macht van de regering te vergroten, ten koste van het parlement. Een rel was het gevolg. De Opperste Leider kwam tussenbeide en oordeelde dit keer in nadeel van de president. Volgens de aanhangers van Ahmadinejad heeft hij meer tijd nodig om zijn plannen waar te maken.

Buiten de steeds krimpende machtscirkel neemt de kritiek toe. „Deze verkiezingen voldoen niet aan de internationale standaard”, zegt activist Abdullah Momeni. „Burgers hebben niet het recht om gekozen te worden of om zelf te kiezen wie ze willen. Dat doen de kiesraden grotendeels voor ze.”

Hij vreest dat zelfs als een stevige minderheid van aanhangers van Khatami zou worden gekozen, dat geen verschil zou maken. „Uiteindelijk zijn hun ideeën niet veel anders dan die van de principalisten. Ze steunen dit systeem. Daarnaast zouden ze zich moeten aanpassen om in de machtscirkel te mogen blijven.”

Maar Mohammad Ali Abtahi, vice-president onder Khatami, is het niet met hem eens. „We moeten vechten voor iedere zetel om straks invloed op de regering te kunnen uitoefenen. Het belangrijkste is dat we deelnemen”, zegt hij. „Anders mogen we in de toekomst helemaal niet meer meedoen.”

    • Thomas Erdbrink