Ja, EU-burgers kunnen zo een eigen oordeel vormen

Het is onbegrijpelijk dat conservatieven als Visser zich blijven verzetten tegen de komst van Europese web-tv.

Inzicht bieden in ons werk kan toch geen kwaad?

Vijftig jaar geleden kwamen de eerste leden van het Europees Parlement bijeen. Over de Europese Gemeenschap hadden zij in die jaren veel te melden, maar niets te vertellen. Meer dan adviezen mochten zij niet uitbrengen. Door het Verdrag van Lissabon kan het Europees Parlement eindelijk het beleid mede bepalen en de controle naar behoren uitvoeren over vrijwel alle Europese beleidsterreinen – een grote stap vooruit.

De kiezer heeft daarom meer dan ooit recht op toegang tot alles wat er in de Europese Unie wordt besproken en besloten. Toegang tot informatie is de hoeksteen van elke moderne democratie met autonome burgers die zelf hun keuzes willen bepalen.

In de 20ste eeuw kwam het nieuws nog top down via redacties tot de burger, die zelf nauwelijks toegang had tot de bron waar de journalist zich op baseerde. Die tijd is dankzij internet voorbij. Iedereen heeft toegang tot de informatiestroom, als producent en als consument, als zender en als ontvanger. De media kunnen niet anders doen dan hun rol opnieuw bepalen. Zij bieden nu via hun sites zowel de bron als de kritische analyse, zowel de brede stroom als het perspectief.

In dit licht moet ook de web-tv worden gezien waarop straks alle vergaderingen van het Europees Parlement online te zien zijn. Natuurlijk blijven correspondenten onmisbaar en zijn nieuwe sites over Europese kwesties prima initiatieven.

De web-tv van het Europees Parlement zal iets heel anders gaan doen. Het gaat om het principe dat elke burger moet kunnen zien wat volksvertegenwoordigers doen. Gaat het over de relatie tussen Europese bedrijven en kinderarbeid, dan zullen andere mensen nieuwsgierig worden dan als er wordt gedebatteerd over de begroting. Maar nieuwsgierige en betrokken burgers zijn er altijd, en het armzalige rijtje stoelen voor de bezoekers in de vergaderzalen is geen optie voor de bijna 500 miljoen Europeanen. Dus gooi de deuren in Brussel open.

Het is onbegrijpelijk dat een aantal conservatieve fractieleden in het Europees Parlement, onder wie Cornelis Visser (CDA) hiernaast, zich blijft verzetten tegen de principiële keuze voor openheid. De web-tv kost het eerste jaar 9 miljoen, daarna wordt dat een miljoen minder omdat dan alle camera’s en computers zijn geïnstalleerd. Een halve cent per Europeaan – er moeten betere argumenten zijn tegen deze web-tv.

Dat blijkt tegen te vallen. De web-tv zou de burgers vertellen wat goed voor hen is? Het omgekeerde is het geval. Online zichtbaarheid staat kritische en onafhankelijke analyse niet in de weg. Integendeel, elke burger krijgt de kans op een eigen oordeel. Toch schijnt het dat een van de conservatieven vertwijfeld heeft uitgeroepen dat het toch niet zo kon zijn dat een nederlaag van de eigen fractie op het web zou worden gezet. Er zijn zelfs pogingen gedaan, uit dezelfde hoek, om de kleine fracties zo min mogelijk aan het woord te laten op de web-tv, en politieke invloed uit te oefenen op de inhoud van de site. Dat was een verbazend staaltje van paternalisme uit een voorbij tijdperk.

Maar het besluit is genomen. Het Europees Parlement stapt de 21ste eeuw definitief binnen, de web-tv komt er en krijgt een onafhankelijke redactie. Die zal naast het doorgeven van de vergaderingen ook eigen programma’s maken met debatten en interviews over de actualiteit. Een beetje inzicht bieden kan geen kwaad.

Het wachten is op de dag dat we ook elke Europese ministerraad online kunnen volgen.

Thijs Berman is europarlementariër voor de PvdA. Eerder was hij journalist en correspondent in Parijs en Moskou.

    • Thijs Berman