Iets sigaretachtigs in hun neurotische handjes

Het Boekenbal is geen goede plek om nieuwe trends op te duikelen, omdat alle aanwezigen gekleed zijn in een H&M-zomerjurk uit 1997 met leverkleurige sandalen, of in een verwassen pak met als feestelijk accent een rode vlinderdas van de feestwinkel.

Dit jaar hadden veel mensen als feestelijk accent iets van zilver, omdat het thema ‘Van oude menschen...’ was (een adequaat thema, als ik op het bal zo om me heen keek), dus was er thuis druk geknutseld met aluminiumfolie, kerstspray en pailletten.

En toch ontwaarde ik ondanks alle zilverpapieren halskettingen een trend, en wel onder de hooggeplaatste heren van de kunstelite. De Supersmoker.

Ik heb al eens over de Supersmoker geschreven, die wonderlijke plastic sigaret waarvan de ene kant een beetje nicotine uitstoot en de andere kant iets wat op sigarettenrook lijkt. Een heerlijk ding voor mensen die willen stoppen met roken maar dat eigenlijk niet écht willen (en dat geldt voor alle mensen die willen stoppen met roken). Zo krijgen ze toch nog een basisdosering nicotine, en, niet onbelangrijk, kunnen zij iets sigaretachtigs in hun neurotische handjes houden.

Omdat de Supersmoker zo’n potsierlijk ding is, dacht ik dat ik er nooit een in het wild zou tegenkomen, maar op het Boekenbal was de Supersmoker helemaal de rigeur. De schrijver van het Boekenweekgeschenk, Bernlef, is een Supersmokerroker, en, vernam ik, dirigent Reinbert de Leeuw ook. Terwijl ik op de foyertrap zat, had ik zicht op Rudi Fuchs (iemand die ooit de directeur van het Stedelijk Museum was en nu nog steeds uitstraalt dat hij heel belangrijk is), die uit zijn borstzakje een Supersmoker haalde, daar wat trekjes van nam en hem toen weer terugstopte. Dat was een voordeel van de Supersmoker, bedacht ik me: dat je nooit een asbak nodig had, dat hij nooit heet werd, en dat je hem te allen tijde even in je zak kon verstoppen.

Dat bleek ook nodig, want een Supersmokerroker krijgt constant verzoekjes van nieuwsgierige mensen die er ook aan willen lurken. Zo zag ik Rudi Fuchs dus steeds zijn Supersmoker wegstoppen, maar dan werd hij alweer belaagd door de zoveelste dame met rode wijnlipjes die óók een trekje wilde. De les: een Supersmokerroker rookt nooit alleen.

En ik was ontroerd dat al deze oude mensen op hun oude dag nog even van hun oude verslaving af wilde komen, om de dingen niet al te snel voorbij te laten gaan.

Lees alle columns van Aafop nrcnext.nl/aaf

    • Aaf Brandt Corstius