Het Engelse Kanaal

Aanmonsteren op een schoener als scheepsarts. Voor de auteur een jongensdroom. Derde deel in een korte serie over zijn ervaringen als parttime-zeeman.

De waarheid van een golf kun je eigelijk alleen maar ervaren door hem te voelen. Foto Daan den Hartog Hartog, Daan den

En dan het Kanaal in. Die taps toelopende zeestraat, die de Zuidelijke Noordzee verbindt met de Atlantische Oceaan. Daar ben je zo doorheen, denk je. Nee dus. Want we blijken eerst helemaal naar het zuidwesten van Engeland te moeten. Eerst als we dáár zijn, mogen we zuidwaarts. De route van de oude zeevaarders.

En al die dagen dat we die kant uit moeten, komt de wind ook uit het zuidwesten. Dus tegen. Of ongeveer tegen. En kunnen we niet zeilen.

Intussen gaan we echt over zee. Of zoals Genesis I: 9-11 het noemt: de Vergadering der Wateren. Nou zijn er rustigere vergaderingen. Bijvoorbeeld als een hogedrukgebied regeert. Dan is het water plat. Als in een badkuip. Lijkt de zee op een erg groot uitgevallen asfaltweg.

Maar als ergens op aarde, door een lokaal warm zonnetje, lucht opstijgt en daar leegte, een lage drukgebied ontstaat, gaat andere lucht, vanuit de omgeving, op zoek naar die leegte. En merk je al snel wat zee eigenlijk voor ding is.

Het gaat waaien. Water blijkt een plastische realiteit. Laat zich opstuwen, voortduwen. Omhoog en omlaag. Wat je kunt zien ja. Maar de waarheid van een golf kun je eigenlijk alleen maar ervaren door hem te voelen. Niet te negeren. Soms is het ritmisch. En vaak juist helemaal niet. Het leidt tot onvrijwillige gedragingen. Tot onverwacht bewegen.

Het lichaam, het evenwichtsorgaan is in principe steeds op zoek naar stabiliteit en regelmatige dynamiek. Maar vroeg of laat moet het altijd zijn meerdere erkennen in die veranderingen van de vorm van het water. En moet het zich aanpassen.

Ja, ik weet wel, er zit nog wat tussen. Tussen het lichaam en het water. Een drijvend voorwerp met een typische vorm. Een kiel. Een voor- en een achterkant. Een paar masten met zeilen. Die nu even met strakke touwen om de gieken zijn gebonden. Het schip, dat ook deels zijn meerdere moet erkennen in de kracht van het water. Maar ook geregeerd wordt door de wetten, van dat wat bóven het water is. De wind, een macht die net zo grillig blijkt, als het water. En gehoor geeft aan wetten die het lichaam ook al niet begrijpt.

En al die dagen dat we door het Kanaal varen, hebben we storm op de boeg, staat de motor aan en glijdt het schip moeiteloos golf op en af. En moet je je steeds overal aan vastgrijpen. Bij wat je ook doet.

Leg je in je kooi jassen, dekens en je reddingsvest om je heen om niet aldoor heen en weer te rollen. Moet je, tijdens het aankleden, je steeds blijven vastpakken om niet naar de andere kant van je hut gelanceerd te worden. Tijdens het douchen! Tijdens het zitten aan tafel. Je moet continu je beker vasthouden of helemaal even niets drinken. Soep rent van je bord. Worst rolt van tafel. Overal op het schip zijn lijnen gespannen waar je veilig langs kunt lopen. Sommige plaatsen op het dek zijn verboden tijdens de nacht. Buiten moeten altijd het reddingsvest om.

En wat ook helpt tijdens een dagenlange storm, is het aan boord zijn van een schipper. De door allen geachte en gerespecteerde autoriteit aan boord die de beslissingen neemt. Ondanks storm en tegenwind. Uitvoert wat elders is bepaald.

Je vaart van Rotterdam naar Lissabon. Je ziet maar hoe je er komt. Storm of tegenwind, stookolie? Doe maar wat je nodig acht. Dus gaan we linksom of rechtsom. En terwijl de boot zich nog wel zou willen overgeven aan de macht van water en wind, zich willoos zou willen laten meevoeren naar lager wal, belichaamt de schipper de gemeenschappelijke wil om in Lissabon aan te komen.

Terwijl onze lichamen, onze evenwichtsorganen, hartstochtelijk verlangen naar rust. Naar een asfaltweg onder onze voeten. Of beter: sommigen snakken ernaar. „Dokter, heeft u nog een pilletje?”

En die wind blijft maar waaien. Niet een dag. Een hele week. Gemiddeld 9 à 10.

Intussen waarschuwt de machinist de schipper. We moeten bunkeren. Dus naar Plymouth. En worden de weerberichten gunstig. De wind ruimt naar het noorden. Kunnen we eens gaan zeilen. Eindelijk echt op weg naar Lissabon.

    • Tarcies Carlier