‘Geen manager is miljoenen waard’

Globalisering die onzeker maakt, egoïsme onder managers en een economische opleving waarvan werknemers niet profiteren. In Duitsland groeit het onbehagen.

In Berlijn rijden al een week geen bussen, trams en U-bahn. Het personeel staakt, omdat het meer loon eist dan de werkgever bereid is te betalen. Foto AFP A woman stands in front off a locked gate at a subway station in Berlin on March 7, 2008.German transport workers paralysed local train and bus services on the third day of strikes by public workers to back demands for wage increases to counter rising fuel and food prices. The strike in the capital brought the city's public transport network to a near standstill in an action that could last until at least March 14. AFP PHOTO DDP/SASCHA SCHUERMANN GERMANY OUT AFP

‘Stop de sociale roof’, staat op een spandoek van werknemers die bij het Berlijnse openbaar vervoer staken. Zij eisen 8 procent meer loon, een verhoging die voor de gemeentelijke werkgever onbespreekbaar is.

Arbeidsonrust in Duitsland. De publieke diensten voeren actie. Vliegverkeer is uitgevallen, hier en daar wordt het huisvuil niet opgehaald. Regionale ziekenhuizen houden prikacties. In Berlijn rijden al een week geen bussen, trams en U-Bahn.

De verhoudingen in Duitsland tussen werkgevers en werknemers verscherpen zich. De vakbonden zoeken de confrontatie. De loonsverhogingen die ze eisen zijn fors, maar de bonden handelen op gezag van hun leden. Die eisen ondubbelzinnige deelname aan de Aufschwung, de economische opleving waarover de politiek niet uitgesproken raakt, maar die intussen voorbij dreigt te gaan aan veel werknemers.

Om zich heen zien ze managers een greep in de kas doen. Dieter Zetsche, bestuursvoorzitter van Daimler, gaf zichzelf een loonsverhoging van bijna 30 procent. Zijn inkomen in 2007 bedroeg ruim tien miljoen euro. Klaus Zumwinkel van Deutsche Post werd ontmaskerd als belastingfraudeur. Hij sluisde zijn miljoenen onbelast naar Liechtenstein.

Tegelijk groeit bij de werkende middenklasse de onderzekerheid over de gevolgen van de globalisering. Vandaag kan men nog werk hebben, morgen kan de arbeidsplaats naar Roemenië of China worden overgeplaatst. Zoals bij Nokia in Bochum, dat bijna drieduizend arbeidskrachten wil ontslaan, omdat de productie van mobiele telefoons in Duitsland niet meer loont.

Deze drie zaken – de opleving die velen niet terugzien in hun portemonnee, het gegraai onder de elite en de slecht uitgelegde globalisering – zijn koren op de molen van Die Linke, de nieuwe linkse partij in Duitsland. „De kiezers”, zegt fractievoorzitter Gregor Gysi van Die Linke in de Bondsdag, „kunnen heel precies aangeven wat ze als onrecht in Duitsland beschouwen.”

Zo wordt de abrupte beslissing van Nokia om de fabriek in Bochum te sluiten algemeen als onrechtvaardig gezien. Aanvankelijk gaf het Finse concern nauwelijks een toelichting. Pas toen het verbijsterde personeel begon te protesteren, volgde een excuus en een aanzet tot een sociaal plan. Nokia opent binnenkort in het Noord-Roemeense Jucu een nieuwe fabriek voor mobiele telefoons. Wie wil, mag mee – maar van dat aanbod heeft nog geen werknemer in Bochum gebruik gemaakt.

Die Linke, die deels voortkomt uit het communisme van de voormalige DDR, eist met handige verkiezingsleuzen – maar zonder partijprogramma – meer sociale rechtvaardigheid. Ze wil onder andere algemene invoering van het minimumloon en een langere duur van de uitkeringen.

Tot voor kort telde Die Linke alleen mee in het oosten van Duitsland. Maar na recente deelstaatverkiezingen is ze nu ook in de parlementen van Hessen, Nedersaksen en Hamburg vertegenwoordigd. Als vijfde politieke beweging in Duitsland is Die Linke niet meer weg te denken, hoe omstreden ze als de partij van ex-communisten ook is. Haar opkomst in het westen is een mijlpaal in de Duitse politiek. De links-radicalen profiteren van de indruk onder veel Duitsers dat de sociale kloof groter wordt.

Vervolg Duitsland: pagina 14

Links-radicalen profiteren van onlust in Duitsland

Vervolg Duitsland van pagina 13

Er loopt een rechte lijn tussen het electorale succes van Die Linke en de al dan niet gemangelde sociale rechtvaardigheid, de arbeidsonrust en de verbetenheid waarmee sociaal-economische conflicten worden uitgevochten.

Een conducteur van de Duitse spoorwegen becijferde laatst in een interview in deze krant dat hij de afgelopen vijf jaar reëel loonverlies heeft geleden. Hij zei zichzelf te beschouwen als „een van de talloze Duitsers” bij wie de Aufschwung niet is aangekomen. Hij is zestien jaar lid geweest van de sociaal-democratische SPD, maar voelde zich op het laatst door zijn eigen partij verraden en sociaal beroofd.

Inkomensachteruitgang en pensioen vanaf 67 jaar bleken voor hem de hoofdredenen te zijn om zich van de SPD af te keren en op Die Linke te stemmen. Conducteur Nicolai Meyer – netto maandloon 1.350 euro – zei dat voor hem de sociaal-democratie moet staan voor betere levensomstandigheden onder werknemers, werklozen en gepensioneerden. De SPD maakt dat volgens hem niet waar. Die Linke belooft het allemaal.

Waar de links-radicalen het geld voor hun plannen vandaan halen interesseert proteststemmers als Nicolai Meyer niet. Zij hopen dat het succes van Die Linke de andere partijen tot een linksere koers dwingt. Denkbeeldig is dat niet. De opkomst van Die Linke heeft in ieder geval geleid tot een stevig debat in de sociaal-democratische SPD over de opstelling ten opzichte van ‘nieuw links’, en over de vraag of met Die Linke moet worden samengewerkt. De linkervleugel van de SPD wil dat proberen; de rechtervleugel wijst het af. De tweespalt valt slecht bij de kiezer. In opiniepeilingen scoort de SPD en vooral haar voorzitter Kurt Beck lager dan ooit.

De politieke radicalisering en de dieperliggende oorzaken ervan zitten niet alleen de SPD dwars. Ook de andere grote volkspartij in Duitsland, de christen-democratische CDU, maakt zich zorgen. Breed uitgesponnen bedrijfsschandalen als die bij Volkswagen (omkoperij) en Siemens (corruptie) hebben het vertrouwen in het Duitse bedrijfsleven ondermijnd. De belastingvlucht van de voorheen gerespecteerde Klaus Zumwinkel en de bonussen voor Duitse bankiers die miljarden verspeelden op de Amerikaanse hypotheekmarkt hebben tot een crisis geleid van het veelgeroemde ‘Duitse model’, de sociale markteconomie.

De CDU’er Ludwig Erhard was in de jaren ’50 en ’60 – de periode van de wederopbouw in de Bondsrepubliek – de grote man van de sociale markteconomie. Van ‘werk en welvaart voor allen’, het model waarin bedrijfsleven en overheid nauw samenwerkten voor de publieke zaak. Het was een tijd die managers tot een zekere bescheidenheid dwong.

Bondskanselier Angela Merkel (CDU) probeert Erhards erfgoed te bewaken. Het is een publiek geheim dat ze zich stoort aan gevallen zoals met Zumwinkel. De losse moraal van managers brengt volgens haar politieke gevaren met zich mee. Slechte voorbeelden aan de top kunnen tot radicalisering aan de basis leiden. Economie en ethiek liggen voor Merkel in elkaars verlengde. De bondskanselier ontkende laatst in een vraaggesprek met het weekblad Der Spiegel dat de sociale markteconomie een crisis doormaakt. Maar ze haalde nadrukkelijk en met instemming Ludwig Erhard aan. „Hij heeft gezegd dat economie en waarden bij elkaar horen. En dat juist managers en ondernemers de grootste offers moeten brengen en de meeste verantwoordelijkheid dragen”.

Crisis of niet, de sociale markteconomie in de Bondsrepubliek lijkt groot onderhoud nodig te hebben. De consensus dat dit model het beste voor het land is, is verdwenen. Of is in ieder geval aan erosie onderhevig. De heersende moraal in het bedrijfsleven blijkt de moraal van de heersers te zijn, grapte laatst een Bondsdaglid van Die Linke. Dat is misschien wat overdreven, maar helemaal mis met zijn opvatting zat deze politicus volgens waarnemers niet.

Een opmerkelijk voorstel om de sociale markteconomie te revitaliseren kwam van de voorzitter van de Duitse industriewerkgevers, Jürgen Thumann. Hij is voor hogere nettolonen. „Iedereen moet kunnen delen in het economische succes van dit moment”, zei Thumann in een veelbekeken tv-programma. „We hebben hogere inkomens nodig”.

Anders gezegd: voor behoud van het Duitse model zal betaald moeten worden. Het alternatief is onaantrekkelijk voor zowel economie als politiek: arbeidsonrust, nog meer proteststemmers die hun heil bij partijen als Die Linke zoeken en algemene Politikverdrossenheit, de negatieve houding tegenover politici en politiek handelen.

Die Linke, geleid door oud-SPD’er Oscar Lafontaine en de voormalige Oost-Duitse communist Gregor Gysi, speelt in op de onlustgevoelens bij Duitsers over globalisering en sociale rechtvaardigheid. Ze belooft veel, maar het financiële fundament van haar plannen staat op drijfzand. Met een eindeloze reeks belastingverhogingen zou het bedrag van 150 miljard euro extra per jaar dat nodig is om aan de linkse verkiezingsbeloftes te voldoen, moeten worden gefinancierd.

Op een bijeenkomst met buitenlandse journalisten zei Gysi onlangs dat de SPD het onheil over zichzelf heeft afgeroepen door te kiezen voor „het neoliberale pad van bondskanselier Gerhard Schröder”. Dat heeft volgens hem tot massa’s SPD-verlaters geleid, waar Die Linke nu van profiteert.

Kiezers signaleren volgens hem een grotere kloof tussen modaal en welvarend, tussen de winnaars en de verliezers van de globalisering, tussen de mensen die van de economische groei profiteren en degenen die netto niets extra krijgen.

Peter Struck, fractievoorzitter van de SPD in de Bondsdag, bleek op diezelfde bijeenkomst in zijn analyse niet veel af te wijken van zijn linkse concurrent. Ook hij zei dat er in Duitsland een sterkere bewustwording is over sociaal onrecht. En dat de sociale kloof wordt verdiept door gevallen van zelfverrijking in het bedrijfsleven en slecht toegelichte saneringen bij goedlopende ondernemingen als Nokia, BMW of Siemens. „Geen manager is miljoenen waard”, zei hij. En: „We zullen de globalisering en de gevolgen daarvan beter moeten uitleggen”.

Het verschil tussen beide partijen zit ’em in de aanpak. De SPD accepteert de globalisering, maar wil zich sterk maken voor werknemers die er het slachtoffer van worden. Bijvoorbeeld door een goed sociaal plan te bewerkstelligen. De graaimentaliteit van managers wil de partij aanpakken met specifieke belastingmaatregelen.

Die Linke kiest een koers die Duitsland in een Europees isolement zou brengen, met renationalisaties van geprivatiseerde bedrijven, afwijzing van vrijwel iedere vorm van marktliberalisatie, belastingverhogingen en het ongedaan maken van de sociaal-economische hervormingen van de afgelopen vijf jaar.

Duitsland moet volgend jaar een nieuwe Bondsdag kiezen. Het ziet er naar uit dat Die Linke het vijfde wiel aan de wagen wordt. Dat rijdt niet gemakkelijk, getuige de moeizame politieke formatie in Hessen na deelstaatverkiezingen in januari waarbij de links-radicalen de kiesdrempel ruim haalden. De Duitse oud-president Roman Herzog heeft al gesuggereerd de kieswet aan te passen om eventuele blokkades in de formatie door Die Linke te voorkomen.

Het kwam hem op hoon van het liberale dagblad Die Welt te staan. Niet de kieswet – en daarmee de grondwet – moeten worden aangepast, maar de politieke partijen dienen zich te hervormen.

Daarmee is een belangrijk vraagstuk van de Duitse politiek aangesneden. Alle partijen (behalve Die Linke) verliezen leden. De twee grootste, CDU en SPD, zijn zozeer op elkaar gaan lijken dat ze voor de kiezer haast verwisselbaar zijn. In met name hun financiële en sociaal-economische politiek worden de verschillen als uiterst gering ervaren. Maar het wispelturige electoraal is in één ding onveranderd gebleven: het wil echte keuzes kunnen maken.

    • Joost van der Vaart