Europees Parlement steeds machtiger

Het Europees Parlement vierde gisteren zijn vijftigste verjaardag. „We zijn een machtsfactor in de Europese politiek geworden.”

Nergens zijn feestversieringen in het gebouw van het jarige Europees Parlement in Straatsburg. De feeststemming heerst wel in de plenaire vergaderzaal. Wat vijftig jaar geleden begon met een clubje van 142 hobbyisten en andere parttimers is uitgegroeid tot het meest productieve democratisch orgaan, verklaart even later EP-voorzitter Hans-Gert Pöttering. „Wij zijn een factor van macht in de Europese politiek geworden. Wij zijn een voorbeeld in hele wereld.” Voor reflectie en zelfkritiek was de plenaire vergaderzaal gisteren even niet de geschikte plaats.

We moeten het Europarlement niet groter maken dan het is, vindt Joost Lagendijk, die al tien jaar namens GroenLinks zitting heeft in het Europarlement. „Maar we moeten er ook niet minachtend over zijn.” Zo wil Lagendijk voor geen goud neerstrijken in Den Haag. Wat hij in Europa heeft „bereikt”, zou hij als lid van de Tweede Kamer nooit kunnen bewerkstelligen. Lagendijk is voorzitter van de Turkije-commissie en hij is Kosovo-rapporteur. „Als ik in Turkije of Kosovo spreek, wordt er naar me geluisterd. Zo kan ik veel meer bereiken dan als nationaal parlementariër van één van de 27 lidstaten. Ik ben bekender in Turkije dan in Den Haag.”

Dick Toornstra is waarschijnlijk de enige Nederlander die de ontwikkeling van het Europarlement zo lang van zo dichtbij heeft meegemaakt. Al 31 jaar lang werkt hij in dienst van het parlement. Als hoofd van het sector buitenlands beleid is hij momenteel de hoogste Nederlandse ambtenaar in dienst bij het parlement. „Vroeger waren wij ambtenaren de machtige mensen in het parlement”, zegt hij in een van de vele barretjes in het parlementsgebouw. Parlementariërs waren parttimers die hun Europese taak weinig serieus namen, „terwijl zij van het goede leven genoten, handelden wij ambtenaren alle zaken af”. Sinds de parlementariërs direct gekozen worden gaan ze veel professioneler te werk, vertelt Toornstra.

Ook door de toegenomen bevoegdheden van het parlement weten „industrie, belangengroepen en ook regeringen” de weg naar het Europees parlement te vinden. „Wat ze in hun nationale hoofdsteden niet voor elkaar krijgen, willen ze via het Europarlement alsnog te verwezenlijken. Ministers die bot vingen bij hun Europese collega’s willen via Europarlementariërs hun zin krijgen.”

Als een van de geneugtes van het Europarlement noemen Lagendijk en zijn collega Dorette Corbey (PvdA) het ontbreken van oppositie en regeringspartijen in het Europarlement. „Daardoor ligt het strijdtoneel bij ons meer open en kun je op basis van argumenten medestanders verzamelen”, zegt Corbey. Een Tweede-Kamerlid staat misschien wel wat hoger in aanzien, maar Corbey heeft meer invloed op milieu en energiewetgeving, vertelt ze. „Ik ben veel meer rechtstreeks betrokken bij wetgeving dan mijn Nederlandse collega. Die kan hooguit iets proberen te bereiken via de minister, die slechts één van de 27 ministers in de Unie is.”

Net als Lagendijk zou ook Corbey willen dat het Europarlement zich meer bezighoudt met hoofdzaken. De Commissie controleren, meer politieke debatten voeren. Meer politicus zijn, minder ambtenaar. EP’ers houden zich bezig met veel meer terreinen dan Kamerleden en zij regelen alles tot in de kleinste details. Dat vergt veel meer technische kennis dan de meeste EP’ers hebben, betoogt zij.

Corbey en haar medewerker komen er niet aan toe om alle amendementen te lezen, zich meters dikke technische dossiers eigen te maken. Daardoor hebben lobbyisten veel invloed in het Europarlement, erkent zij. „Lobbyisten leveren soms kant en klare amendementen aan parlementariërs.” Heel vaak doet zij er niets mee. Dan ziet zij andere collega’s amendementen indienen die zij eerder weigerde. „Een drama voor de democratie”, zegt Corbey, ook al neemt zij soms wel amendementen van lobbyisten over. Zoals het voorstel van de Gasunie dat zij gisteren indiende, over de ontkoppeling van de energiemarkt. De Gasunie pleit voor een gehele ontkoppeling van de markt, zodat het netwerk niet langer beheerd wordt door producenten waardoor „bureaucratisch toezicht’’ niet langer nodig is. „Dit amendement past in mijn politiek, anders zou ik het niet ingediend hebben. Ik ben geen loopjongen van de Gasunie.”

Het succes van Europa en het Europarlement ziet ambtenaar Toornstra ook regelmatig terug in de vele verzoeken die hij uit de hele wereld ontvangt. Ontwikkelingsregio’s die te kampen hebben gehad met conflicten willen het model van het Europarlement overnemen. En als Toornstra een vacature heeft, ontvangt hij massaal sollicitatiebrieven van ambtenaren van de Europese Commissie. „Er is geen Europees politicus meer die nog denigrerend over het Europarlement durft te praten.”

Beluister de feestredes via nrc.nl/europa

    • Ahmet Olgun