Een Europees Koreaantje

Hyundai i30

Het wordt zo langzamerhand wel heel erg druk in het C-segment van de automarkt, waar wagens als Renault Mégane, Ford Focus, Volkswagen Golf, Citroën C4, Opel Astra, Peugeot 307 en Toyota Auris strijden om de gunst van de consument.

Daar kwam ook nog de Kia Cee’d bij en nu heeft het moederbedrijf van Kia, Hyundai, eind vorig jaar de i30 gelanceerd. En bescheiden zijn ze niet bij de Koreaanse autobouwer, ze gebruiken meteen superlatieven als ‘perfect’ en ‘superieur’.

Voor wie nog steeds nachtmerries krijgt van een cockpit vol lichtjes en overbodige knopjes bij de gedachte aan een Koreaanse auto: het interieur is deze keer gelukkig bewust simpel en rustig gehouden, naar Aziatische normen misschien zelfs sober te noemen. Met comfortabele stoelen, een overzichtelijk dashboard en een boordcomputer in bescheiden blauwe letters.

En als er dan toch een frivoliteit is ingebouwd, blijkt die heel erg leuk en handig: een standaardaansluiting voor de iPod. Nooit meer onvoorzichtig zoeken naar je favoriete cd in het opbergbakje. Zowel voorin als achterin is er voldoende beenruimte, en met de opklapbare achterbank is ook voor bagage voldoende plaats.

Ook de buitenkant mag er best wezen. Scherpe neus, sportieve lijn en een achterzijde die met wat goede wil doet denken aan die van de BMW 1-serie. De Koreaan heeft er alles aan gedaan om zich een Europees jasje aan te meten. De auto is ontworpen door een Nederlander (Hans van Gent) en een Duitser (Thomas Bürkle, ex-BMW) en werd getest op de Duitse en Spaanse markt. Volgens Hyuandai wonen in die landen heel kritische autokopers. Vanaf volgend jaar wordt de i30 ook in de nieuwe Hyuandia-fabriek in Tsjechië gebouwd. De huidige modellen komen nog uit Zuid-Korea.

Het ‘Vivid Blue’ waarin onze testauto is uitgevoerd is volgens een medepassagier wel heel erg levendig, maar daar heb je binnenin gelukkig wat minder last van. Rijdend maakt deze Koreaan veel van zijn Europese beloftes waar: een uitstekende wegligging (ook op de natte Nederlandse wegen en in scherpe bochten), een behoorlijke acceleratie met rustig gesnor, zonder oorverdovend lawaai. Bovendien schakelt hij heerlijk sportief. De koppeling is licht en snel en verhoogt het rijgenot. Zo is het vaak wel oppassen voor de snelheidslimiet, maar dat is geen exclusief probleem voor Koreaanse wagens. Voordeel: ook bij sportief rijden blijft het verbruik netjes binnen de beloofde vijf liter.

Maakt dat alles de Hyundai i30 tot een perfecte, superieure wagen? Uiteraard niet. De Australiërs hebben de nieuweling uitverkoren tot Auto van het Jaar 2007, een eervolle vermelding waar Hyundai uiteraard graag mee pronkt. En de i30 kan de andere C-wagens ook gerust frank en vrij in de ogen blikken, zeker gezien de prijs. Deze Koreaan is gewoon goed en degelijk. Ook niet mis.

Dirk Vandenberghe

Dirk Vandenberghe is sportredacteur en rijdt in een Renault Mégane

    • Dirk Vandenberghe