Een drassig weiland, maar nog steeds geen vogelplas

Vier jaar lang zijn plannen gemaakt voor een ondiep meertje in de weilanden bij Krommeniedijk. Goed voor grutto, scholekster en kieviet. De sluis staat open, maar waar is het water?

Zestien hectare weilanden binnen de Stelling van Amsterdam wordt voor het eerst sinds 1945 onder water gezet. Op de achtergrond het Fort bij Krommeniedijk dat deel uitmaakt van de oude verdedigingslinie. Foto Bram Budel Een polder bij Fort Krommeniedijk in Uitgeest wordt onder water gezet om een drassig gebied te cre‘ren voor weidevogels. Achteraan het vhoogde gedeelte onder de bomen het fort. FOTO: BRAM BUDEL waterbouwkunde inundaties forten polders water Budel, Bram

Hester van Santen

Waar een ondiep meer had moeten zijn, loopt Johan Stuart door een drassig weiland. Elke stap maakt een soppend geluid. Dan gaat hij door de knieën, tussen de modder en de ganzedrollen. „Hier komt een laagje te staan van vijf tot tien centimeter”, wijst hij aan met vlakke hand. De regendruppels vallen van zijn wangen.

Stuart, woordvoerder van Landschap Noord-Holland, dat eigenaar is van het gebied, dacht maandag nog dat hij vandaag al met de voeten in het water zou staan. Toen ging even ten noorden van het Fort bij Krommeniedijk de sluis open om een deel van de Stelling van Amsterdam, voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog, weer onder water te zetten. Niet als maatregel om boerenland definitief terug te geven aan de natuur, zoals elders in Nederland gebeurt, maar als tijdelijke rustplek voor weidevogels die van ondiep water houden.

„We hadden gehoopt dat het vandaag onder zou staan”, zegt Stuart. Nog twee of drie dagen, dan moet een gebied van zestien hectare ten noordwesten van het fort veranderd zijn in een ondiepe watervlakte.

„Dan komt het tot dáár”, wijst de woordvoerder naar wat houten hekken, achterin het weiland. Tot midden volgende week mag het water blijven staan. „Het had wel mooi geweest als het wat langer kon, maar dan gaan het gras en de bodemdieren dood.”

De Stelling van Amsterdam is een verdedigingslinie rond de hoofdstad, die een eeuw geleden werd aangelegd. Het is een ring met een omtrek van 135 kilometer, die onder water gezet kon worden om de vijand buiten de deur te houden. Op de weilanden zou het water een halve meter water diep zijn – genoeg om de oprukkende infanterie af te remmen, te ondiep voor schepen. Forten bewaakten de toegangsroutes.

Twee keer werd een deel van de stelling geïnundeerd. De eerste keer was door het Nederlandse leger tijdens de bezetting in 1940. Uitgebreider was de inundatie door de Duitsers, die de noordwestkant van 1944 tot 1945 onder water zetten, als linie achter de Atlantikwall. Op foto’s uit die tijd is rond Krommeniedijk een watervlakte te zien, met wat palen en riet er bovenuit.

Zo hoog als in de oorlog zal het water nu niet komen. Dat wil het Landschap Noord-Holland niet. Hoewel cultuurhistorie meespeelt bij het project, is de overstroming vooral een service voor weidevogels als grutto, scholekster en kieviet. Die overnachten graag in ondiepe watervlaktes.

De gruttostand in Nederland is sinds 1990 met ongeveer 40 procent afgenomen, en Noord-Holland is een belangrijk broedgebied voor deze vogelsoort. In het gebied rond Krommenie liggen wel veel meren, maar die zijn te diep. Elders in de provincie, bij andere landeigenaren, werd boerenland al tijdelijk onder water gezet voor de weidevogels.

„Je ziet dat de greppels aan het overstromen zijn”, zegt Stuart. Hij neemt een grote stap over een streep water die op het weiland ligt. Even verderop is een greppel gegroeid tot een breedte van enkele meters.

Het Landschap is vier jaar bezig geweest met de plannen voor de inundatie. Stuart: „Het duurde wel even voor de neuzen dezelfde kant op stonden.” Zes boeren pachten de weilanden van de landschapsorganisatie; zij krijgen een vergoeding voor de schade. Ook was geld nodig voor nieuwe sloten en dijkjes. Het plan is om het meertje elk jaar te laten opkomen.

Vlotten wil het deze eerste keer alleen niet. Eerst zat de wind tegen: het waaide hard tegen de stroom in. Daarna bleek dat het water te snel – via een stuw – het gebied uitliep, en dat er via de opengezette sluis geen water meer binnenkwam. Het drassige weiland was nog steeds geen plas.

Vandaag komen er aanpassingen, zegt Onno Steendam, beheerder van het gebied. „We hebben een extra plank in de stuw gezet, want daar liep het water overheen. Die moet nog vastgezet worden. En we gaan water opmalen, met een pomp achter een trekker.”

Het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft verkeerde berekeningen gemaakt, zegt Johan Stuart. Maar de woordvoerster van het hoogheemraadschap zegt dat er geen berekeningen gemaakt zijn.

Onno Steendam: „We weten niet precies wat de oorzaak is. De mensen die er destijds mee bezig zijn geweest, werken er niet meer.”

Steendam blijft positief gestemd. „Met deze maatregelen komt het water nog wel vijftien centimeter omhoog. Dat zou voldoende moeten zijn. Dan staat het in het weekend onder water.”