Dit is niet per se slecht

Mosselvisserij in de Waddenzee wordt aan banden gelegd, na een uitspraak van de Raad van State.

Volgens mosselonderzoeker Aad Smaal is de visserij niet altijd slecht voor de natuur.

Na vangst worden mosselen gesorteerd op de lopende band, zoals hier in het Zeeuwse Yerseke. Foto Joyce van Belkom Nederland, Yerseke, 04-03-2008 Werkneemster van Roem van Yerseke sorteert mosselen op de lopende band. Foto: Joyce van Belkom Belkom, Joyce van

De Raad van State vernietigde twee weken geleden de vergunning van mosselvissers om in de Waddenzee mosselzaad op te vissen. Broodroof, klonk het vanuit Zeeland, waar de meeste mosselvissers gevestigd zijn. Een terechte overwinning, riepen natuurbeschermers die vinden dat elke vorm van verstoring geweerd moet worden uit de Waddenzee, immers erkend als internationaal natuurgebied.

Maar het is geen van beide, zegt mosselonderzoeker Aad Smaal van de Wageningen Imares. „De rechter heeft een streep door de vergunning gezet omdat de wetenschap niet weet of er schade is aan de natuur in de Waddenzee. Het onderzoek loopt nog. Wij voeren in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het Project Onderzoek Duurzame Schelpdiervisserij uit.” Dat moet over twee jaar af zijn.

Volgens Smaal, sinds kort buitengewoon hoogleraar Duurzame schelpdiercultuur in Wageningen (zijn leerstoel wordt mede betaald door de Coöperatieve Producentenorganisatie voor de Nederlandse mosselcultuur) is het lang niet gezegd dat mosselvisserij schadelijk is voor de natuur in de Waddenzee. Sterker nog, het kon wel eens een gunstig effect hebben op de natuur. „Met mosselkweek is er per saldo namelijk meer biomassa in de zee, en dus ook meer voedsel voor de vogels”, aldus Smaal.

Het afschrapen van mosselzaad van de banken in de Waddenzee geeft toch ook bodemschade? Dat was de reden waarom kokkelvisserij is uitgebannen.

„De eventuele schade die aangericht wordt is te herstellen. Het mosselzaad, kleine mosseltjes van een centimeter groot, worden opgevist van wilde banken en vervolgens uitgezet op kweekpercelen, elders in de Waddenzee. Na twee jaar worden ze definitief geoogst. Zo gebeurt het al zeker tachtig jaar, en altijd is gebleken dat de mosselbanken zich weer herstellen.”

„Bovendien: een heleboel wilde mosselbanken verdwijnen door natuurlijke oorzaken, ze spoelen weg tijdens stormen, worden opgegeten door zeesterren of verdwijnen onder het slib. Als die voordien worden opgevist en elders uitgezet overleven ze wel.”

Wat zou de mosselkweek kunnen bijdragen aan de waddennatuur?

„Zoals gezegd vergroot de mosselkweek de aanwezige biomassa. Mosselen filtreren het water en houden zo de kringloop van voedingsstoffen in stand. Ten slotte vormen schelpdierenbanken een ondergrond waarop andere zeedieren kunnen leven. Zo kan dus de soortenrijkdom vergroten.”

Over twee jaar weet u dat zeker?

„Dat hoop ik wel. We gaan veertig vakken die verdeeld zijn over de Waddenzee volgen in die periode. Dat doen we paarsgewijs, waarbij het ene vak bevist wordt en het andere vak ongemoeid wordt gelaten. De uitkomst van het experiment staat overigens niet op voorhand vast. Het is zeker mogelijk dat er een rijkere diversiteit ontstaat op niet beviste banken.”

Zijn er alternatieven voor visserij?

„Die zijn er wel, maar ze zijn nog niet rijp. Er zijn experimenten met een mosselzaadinvanginstallatie gaande. Volledig overstappen op hangcultuur, een andere methode, zou een flinke systeeminnovatie vereisen. In Zeeland zijn al negen hangcultuurbedrijven, maar voor de Waddenzee is het geen optie, want het vergt beschut water.”

    • Sander Voormolen