De boekenweek altijd op Nederland 2

Elke dag staan er advertenties in de krant, die ook op de televisie worden uitgezonden, met allerlei schrijversnamen en daaronder „De boekenweek. Altijd bij 2”. Nederland 2 is daarmee bedoeld. Wat er verder bedoeld is, is minder duidelijk. Dat het op Nederland 2 altijd boekenweek is? Dat we de boekenweek altijd al konden vinden op Nederland 2? Of daar altijd zullen vinden? Die laatste twee mogelijkheden lijken minder waarschijnlijk met het oog op veranderende zenderindelingen in het verleden en vermoedelijk ook wel weer in de toekomst. Maar dat het altijd boekenweek is op twee is ook op geen enkele manier vol te houden. En waarom moet een heel kanaal reclame maken voor zichzelf? Vreemd.

Intussen is het wel boekenweek en heeft Nederland 2 ter gelegenheid daarvan allerlei minischrijversportretjes geprogrammeerd onder de titel Op het nachtkastje. Geen angst – ze duren maar vijf minuutjes. Dan is het gelukkig alweer voorbij. Zo kun je voorzichtig even wennen aan schrijvers. Schrijvers zijn heel gewoon. Ze vieren hun verjaardag of varen in een bootje, en verder lezen ze zomaar een stukje uit een boek voor, je weet niet welk boek, je weet niet wat het verband tussen de voorgelezen scène en de rest van het verhaal is, je weet niet waarom er ineens voorgelezen moet worden, maar ze doen het. Dan praten ze wat, kort. En dan zie je ze nóg even op de verjaardag of in het bootje en dat was het dan.

Heel sympathiek bedoeld ongetwijfeld, maar wat er meer bedoeld is dan iets sympathieks doen met schrijvers? Geen idee. De televisie weet altijd maar moeilijk raad met schrijvers. Een goed gesprek over een boek zie je maar zelden. Meestal gaat het helemaal niet over literatuur, maar over de mens achter het boek.

Gisteravond kon je dat in vrijwel zuivere vorm waarnemen in het profiel dat de KRO van Connie Palmen had gemaakt. Tussen feit en fictie hadden ze het genoemd en het grappige was dat de documentaire zelf precies in dat schemergebied terecht kwam. Want blijkbaar dachten de makers, en de meeste geïnterviewden ook, dat je van een roman zomaar weer werkelijkheid kunt maken. Alsof je van vissoep weer een vis kunt maken. Je leest een stukje uit De wetten voor aan een jeugdvriend of een vroegere leraar, en ja, dat herkennen ze, zo is het gegaan, en als ze het zich niet zo herinneren, dan, weten ze, is dat ‘de waarheid van Connie’, voor haar was het zo.

Je snapt best dat mensen dat denken, maar het is toch een gemiste kans voor dat literaire kanaal twee. Want dat Palmen gebeurtenissen op een bepaalde manier beschreef, betekent natuurlijk helemaal niet dat het voor haar zo wás. Het betekent alleen maar dat ze zo schrééf. Het boek schept zijn eigen werkelijkheid en die houdt wel verband met de ‘echte’ en ook met de beleving en de werkelijkheid van de schrijver, maar dat verband moet men zich vooral niet te eenvoudig voorstellen. Het feit dat Palmen een leraar had op de pedagogische academie die veel voor haar betekende, wil niet zeggen dat alles wat ze over een vergelijkbare leraar schrijft in De wetten zonder meer van toepassing is op haar verhouding met de oorspronkelijke leraar – wat de leraar zelf trouwens ook wel begreep, maar hij geloofde toch dat het voor Palmen allemaal wel zo was geweest als daar stond. Zodat het au fond weinig oplevert als je mensen om een schrijver heen vraagt naar wie ze toen was en hoe een en ander ging, in het echt. Alsof die mensen de waarheid wel bezitten. Alsof het om dat soort waarheid gaat.

Het spijtige is vooral dat het werk in zo’n programma, zoals zo vaak, het minst belichte deel van het schrijverschap is. Dat het door iemand geschreven is krijgt alle aandacht, maar wat het zelf te zeggen heeft geen.

Nu ja. De altijddurende boekenweek op Nederland twee. De leescoupé heb je ook nog. Dat gaat, dat moet je dat programma nageven, wel over de boeken en niet over de schrijver. Het wordt ’s avonds na elven uitgezonden en je ziet er mensen in treincoupés zitten en die praten over boeken die ze lezen. Ze vinden die boeken goed, of niet. Het doet er allemaal niets toe.