China maakt zich los van het Westen

In China is een machtsstrijd gaande. De ‘neocomms’ willen minder democratie en geen aansluiting bij het Westen. Als deze groep aan de macht komt, verandert alles, zegt Mark Leonard.

Tekening Arend van Dam Dam, Arend van

De Olympische Spelen en de Chinese economie trekken veel aandacht. Hierdoor worden fundamentele verschuivingen in het buitenlandse beleid van Peking over het hoofd gezien. De Chinese leiders doen hun best om de macht van hun land te bagatelliseren. Hun geruststellende uitspraken verdoezelen een fel debat over het optreden van China in de wereld.

In dat debat, dat wordt gevoerd in regeringsdenktanks en aan universiteiten, staan vooruitstrevende Chinese internationalisten tegenover neoconservatieven of liver gezegd neocommunisten (‘neocomms’), die zich niets minder ten doel stellen dan een herinrichting van het hele internationale bestel, met China als voorbeeld.

Op dit moment hebben de vooruitstrevende internationalisten de overhand. Tot deze groep behoren theoretici als Zheng Bijian, een voormalige naaste medewerker van president Hu Jintao aan de Centrale Opleiding van de Communistische Partij. Zheng is de bedenker van de formule ‘de vreedzame opkomst van China’. Zij huldigen de opvatting dat China zich moet houden aan de gevestigde regels van het internationale bestel, conflicten moet mijden en de rest van de wereld aan het verstand moet brengen dat China geen gevaar vormt. Volgens Zheng moet China de impopulariteit van Washington uitbuiten om zijn ‘zachte krachten’ – zijn culturele en politiek sterke punten – uit te dragen. Hij vindt dat China als antwoord op de ‘Amerikaanse droom’ van het individuele succes een ‘Chinese droom’ moet bevorderen op basis van economische ontwikkeling (om de armen te helpen) en respect voor soevereiniteit en de internationale rechtsorde (om de onafhankelijkheid van landen te waarborgen).

Hoewel de formule ‘de vreedzame opkomst van China’ niet meer wordt gehanteerd, is dát de beste karakteristiek van president Hu, die kriskras de wereld rondreist om iedereen die maar wil de vriendschap en de hulp van China aan te bieden. Tegelijkertijd verlicht hij de spanningen met het Westen door een soepeler opstelling van Peking in gevoelige internationale kwesties als Darfur, Iran en Noord-Korea.

Daartegenover staan de ‘neocomms’, want zij vertegenwoordigen een nieuwe variant van het beleid uit de tijd dat Mao de westerse hegemonie tartte. Yan Xuetong, een academicus met nauwe banden met het ministerie van Staatsveiligheid, en schout-bij-nacht Yang Yi, een van scherpste geesten van de Chinese strijdkrachten. Deze neocomms betogen dat China zich minder moet toeleggen op het sussen van Washington en meer op Pekings eigen prioriteiten. Die omvatten onder meer verzet tegen propaganda voor de democratie en tegen humanitaire interventie in andere landen. Het doel is China en zijn bondgenoten te vrijwaren van inmenging van buitenaf.

De neocomms hebben zich geworpen op het concept van het multilateralisme. In het Westen denkt men daarbij aan verzwakking van de nationale soevereiniteit, doordat lidstaten verklaren zich te zullen houden aan de regels van supranationale organisaties als de Europese Unie en de Wereldhandelsorganisatie. Theoretici als Yan hebben dit concept omgevormd tot een machtspolitiek instrument om de onafhankelijkheid van China te versterken en zijn banden met andere Aziatische landen aan te halen in constellaties die China’s grote rivaal, de Verenigde Staten, buitensluiten.

Sinds midden jaren negentig heeft Yan onvermoeibaar zijn best gedaan om dit concept te slijten aan het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, dat van oudsher wantrouwig staat tegenover internationale organisaties. Yan voerde daarbij aan dat regionale integratie allerlei praktische voordelen heeft voor China. Langzamerhand is Peking bijgedraaid; zo staat het thans achter het denkbeeld van een ‘Oost-Aziatische Gemeenschap’ naar het voorbeeld van de Europese Unie. Volgens Yan zou zo’n gemeenschap een doeltreffende manier zijn om de macht van China te bevorderen en Japan buitenspel te zetten, want Tokio –- de machtigste bondgenoot van Amerika in Azië – zou waarschijnlijk niet tot zo’n project toetreden. In die nieuwe constellatie zou voor China een centrale rol zijn weggelegd, zoals voor Frankrijk of Duitsland in Europa, terwijl Japan de buitenstaander zou zijn, zoals Groot-Brittannië in EU-verband.

Mettertijd zouden de agressievere neocomms weleens de overhand kunnen krijgen. In het recente verleden heeft China meermalen veranderingen eerst op beperkte schaal ingevoerd en daarna pas uitgebreid. Zo is in eigen land eerst de vrije markt ingevoerd in speciale economische zones, en pas jaren later in het land als geheel. Op internationaal gebied kunnen we iets dergelijks verwachten. Peking heeft al de eerste stap gezet naar een nieuw bestel, door het initiatief te nemen voor regionale organisaties als de Oost-Aziatische Gemeenschap en de Shanghai Organisatie voor Samenwerking. Die samenwerkingsverbanden zijn meer op Chinese waarden en normen gestoeld dan op westerse. Peking zal hierop in de toekomst waarschijnlijk voortbouwen.

Doordat China zich losmaakt van het Westen, ontstaat bovendien een traject van politieke onvrijheid, dat wordt gekenmerkt door een hoge mate van overheidsbemoeienis op economisch, sociaal en politiek terrein. Wellicht zullen andere ontwikkelingslanden – in Afrika, het Midden-Oosten, Midden-Azië en Latijns-Amerika – dezelfde weg inslaan. Hoe rijker en machtiger China wordt, des te aantrekkelijker zal het ‘Chinese model’ waarschijnlijk worden. Des te reëler wordt het gevaar voor het model van de democratische rechtsstaat dat sedert het einde van de Koude Oorlog de internationale situatie heeft beheerst.

Mark Leonard is directeur van de European Council on Foreign Relations en auteur van ‘What does China think?’

© Newsweek Inc.

Meer over China en de Spelen op nrc.nl/spelen

    • Mark Leonard