Canada gaat door in Afghanistan, maar niet alleen

Het Canadese parlement wil de missie in Kandahar verlengen tot eind 2011. Als er tenminste hulp komt van de NAVO-bondgenoten.

Oorlogsveteranen bewijzen de laatste eer aan de in Afghanistan omgekomen Canadese militair Michael Yuki Hayakaze. Bij gevechten en aanslagen zijn tot nog toe 79 Canadese militairen omgekomen. Foto Reuters War veterans from Branch 580 of the Royal Canadian Legion in Grafton Ontario, pay tribute to Trooper Michael Yuki Hayakaze, as the hearse carrying Hayakaze from Canadian Forces Base Trenton to Toronto, passes them on Highway 401, March 6, 2008. Trooper Hayakaze was killed March 2, 2008 near Kandahar Afghanistan when the vehicle he was in struck an improvised explosive device. REUTERS/Fred Thornhill (CANADA) REUTERS

Voor John Manley, auteur van een gezaghebbend rapport over de Canadese militaire rol in de Afghaanse provincie Kandahar, is er weinig twijfel: de NAVO-operatie om veiligheid te scheppen in zuidelijk Afghanistan is de moeite waard. „Het is een nobele onderneming die past binnen het Canadese buitenlandse beleid”, zei Manley deze week tegenover leden van het Canadese Lagerhuis in Ottawa. Ondanks het omstreden gevechtskarakter van de missie is hij ervan overtuigd dat „Canada er op zekere voorwaarden mee moet doorgaan”.

Manley, een voormalige vicepremier, sprak met de parlementariërs over verlenging van de Canadese missie na februari 2009, wanneer het huidige mandaat afloopt. Vandaag stemt het parlement over voortzetting van de Canadese missie tot 2011. Hoewel er lange tijd een parlementaire meerderheid bestond tegen verlenging van de weinig populaire oorlog, staat het Lagerhuis op het punt daar nu toch mee akkoord te gaan – op voorwaarde dat andere NAVO-landen de 2.500 Canadese militairen in het gevaarlijke Kandahar te hulp komen met zeker duizend manschappen en extra materieel. Bij gevechten en aanslagen in Afghanistan zijn tot nog toe 79 Canadese militairen omgekomen.

De ommekeer is te danken aan Manley. Als voorzitter van een onafhankelijke commissie die het parlement adviseerde over de missie, formuleerde hij een compromis tussen de twee grootste politieke partijen: de Conservatieven van premier Stephen Harper, die met een minderheid regeren, en Manley’s eigen partij, de oppositionele Liberalen, onder wier bewind de kostbare missie in Kandahar ruim twee jaar geleden begon.

De twee partijen steunen nu een motie voor verlenging van de missie in Kandahar, een buurprovincie van Uruzgan. Harper krijgt daarmee zijn zin. De Liberale leider Stéphane Dion, beducht om het kabinet over de hoofden van Canadese militairen ten val te brengen, kwam terug op zijn eis dat de gevechtsrol in Kandahar in februari 2009 volledig zou aflopen. Hij bedong een definitieve einddatum, december 2011, en een herdefiniëring van de operatie. Canada moet zich minder gaan toeleggen op gevechten met de Talibaan, en meer op de training van Afghaanse veiligheidstroepen.

Het politieke akkoord over verlenging wordt bovendien afhankelijk gemaakt van troepenversterking door andere landen. Harper gaat met het parlementaire mandaat op zak begin volgende maand naar de NAVO-top in Boekarest. Gehoopt wordt dat Canada daar duizend extra man, alsmede helikopters en onbemande verkenningsvliegtuigen krijgt toegezegd. Deze eist het naar aanbeveling van de commissie-Manley. Komt die steun er niet, dan dreigt Canada in 2009 te vertrekken.

Want, zegt Manley, „we moeten onze jonge mensen niet in gevaar brengen als er geen redelijke kans bestaat dat ze kunnen slagen in de taak die ze met grote moed op zich nemen. Het is een uiterst gevaarlijke omgeving, en we moeten ervoor zorgen dat het leger wordt voorzien van het juiste materieel. We hebben meer helikopters nodig om onze troepen op een veilige manier te verplaatsen. En we moeten beter kunnen zien wat de opstandelingen doen op de grond, vandaar dat de verkenningsvliegtuigen zo belangrijk zijn. Al deze middelen zijn nodig om de veiligheidssituatie te verbeteren.”

De vraag is wie er te hulp komt. Tot nog toe heeft Polen één helikopter toegezegd. Aanvankelijke hoop dat Frankrijk 700 militairen zou sturen is verstomd na berichten dat president Sarkozy hen liever wil inzetten in oostelijk Afghanistan. De kans lijkt groter dat de eisen zullen worden ingewilligd door de VS; gespeculeerd wordt dat de tijdelijke ‘mini-surge’ van 3.200 Amerikaanse mariniers in zuidelijk Afghanistan dit voorjaar wellicht langer gaat duren. „We kloppen bij iedereen aan”, zei de Canadese minister van Defensie Peter MacKay gisteren. „We weten dat de Amerikanen ons in elk geval niet in de steek zullen laten.”

Troepenversterking door de Amerikanen, hoe gewenst uit operationeel oogpunt ook, beantwoordt echter niet aan de intentie van Canada om juist andere bondgenoten te overreden meer te doen in het gevaarlijke zuiden. Al geruime tijd leeft de klacht dat Canada, samen met de VS, Groot-Brittannië, Nederland en enkele andere bondgenoten het zware werk doet in het zuiden, terwijl bondgenoten als Duitsland, Frankrijk en Italië zich beperken tot het relatief rustige noorden van het land. Volgens MacKay zal „spreiding van de lasten in Boekarest opnieuw aan de orde worden gesteld”.

David Bercuson, militair analist aan de universiteit van Calgary, betwijfelt het nut van de NAVO wanneer noemenswaardige steun opnieuw uitblijft. „Als het de Amerikanen zijn die bijspringen, dan blijven de lastige vragen over de NAVO onbeantwoord”, zegt hij. „Amerika is een NAVO-land, dus de Canadese regering zal kunnen zeggen dat aan haar voorwaarden is voldaan. Maar we weten allemaal dat dat eigenlijk niet zo is. Manley heeft terecht de vraag gesteld of er nu een gezamenlijke NAVO-aanpak is of niet. Mogelijk blijft die kwestie weer liggen.”

Ook is het onduidelijk of de nieuwe nadruk van de Canadese operatie op training en wederopbouw – bedoeld om de oorlog meer als een ‘vredesmissie’ te kunnen verkopen aan de Canadese bevolking – in de praktijk betekenis heeft. Hoge Canadese militairen hebben gewaarschuwd dat hulp in Afghanistan niet kan worden gescheiden van gewapende strijd met opstandelingen, ofwel ‘combat’. Sommigen bepleiten juist meer gevechtseenheden om de taak in Kandahar met succes te volbrengen. Een verdubbeling tot 5.000 troepen zou daarvoor pas echt een verschil maken.

De Canadese generaal Rick Hillier verzet zich bovendien tegen beperking van de bewegingsvrijheid van militairen in het gevechtsgebied. Zo volstaat het volgens hem niet om militairen alleen de bevoegdheid te geven te vechten uit zelfverdediging. „Als we onszelf willen verdedigen, kunnen we beter gewoon thuis te blijven”, aldus Hillier. Hij wil de bevoegdheid behouden om opstandelingen „actief op te sporen en aan te vallen”.

In de parlementaire motie voor verlenging wordt deze kwestie opzettelijk vermeden. Oppositieleider Dion heeft gezegd dat operationele beslissingen moeten worden overgelaten aan militaire bevelhebbers, op basis van de realiteit ter plekke. Tegenstanders van de missie, het separatistische Bloc Québécois en de sociaal-democratische NDP, blijven daarom tegen. „Deze motie stuurt ons voor nog eens drie jaar het verkeerde pad op, een pad van oorlog in plaats van een pad naar vrede”, zei NDP-leider Layton. „Het is triest dat de Liberalen daaraan meewerken.”

    • Frank Kuin