Breng ISAF-troepen onder gezamenlijk commando

De regionale inzet van de ISAF-troepen leidt tot verbrokkeling. Laat de 42 landen in Afghanistan opereren onder één commando, schrijven ministers Maxime Verhagen en Ján Kubiš.

Ze worden soms over het hoofd gezien, maar er komen wel degelijk ook positieve berichten uit Afghanistan. Er is vooruitgang geboekt op het gebied van democratie, mensenrechten, onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur. Het aantal meisjes dat naar school gaat is gestegen met 80 procent. De kinder- en moedersterfte zijn in zes jaar gedaald met 40 procent. De economie in Afghanistan vertoont een benijdenswaardige groei van 10 procent. We kunnen met de Afghaanse regering constructieve gesprekken voeren over belangrijke thema’s zoals de doodstraf en vrijheid. [...]

Dit betekent echter niet dat we de ogen mogen sluiten voor de kloof die nog steeds gaapt tussen onze aspiraties en de huidige realiteit. De opbouw van een stabiel Afghanistan blijkt moeilijker dan verwacht en zal nog vele jaren vergen. Met name in het zuiden van Afghanistan, waar Nederland en Slowakije zij aan zij samenwerken met de Afghanen, stuiten we op hardnekkige problemen. [...]

Bijna wekelijks komen denktanks met nieuwe rapporten over Afghanistan en de koers die de internationale gemeenschap het best kan volgen. In die rapporten wordt er soms aan voorbijgegaan dat de regering Karzai eerstverantwoordelijk blijft voor de verbetering van de situatie van het Afghaanse volk. Wij ondersteunen de Afghaanse regering en de Afghaanse veiligheidstroepen, maar het zullen in toenemende mate de Afghanen moeten zijn die voor de bladmuziek zorgen voor het veelstemmige internationale koor.

Deze maand legt de Afghaanse regering de laatste hand aan de Afghanistan National Development Strategy, de blauwdruk voor de wederopbouw van het land. Wij menen dat alle internationale actoren hun hulpinspanningen zoveel mogelijk onder de regie van de Afghanen moeten brengen.

Tot dusver is dit onvoldoende gebeurd. De International Security Assistance Force (ISAF) bestaat uit maar liefst 42 landen. Wij verwelkomen elke bijdrage die het lot van het Afghaanse volk helpt verlichten. Maar de manier waarop we in bepaalde gevallen te werk gaan lijkt onbedoeld te leiden tot verbrokkeling van onze inzet. ISAF heeft Afghanistan verdeeld over vijf regionale commando’s. Binnen deze commando’s hebben de deelnemende landen hun troepen, en vaak ook hun hulpinspanningen, geconcentreerd in Provincial Reconstruction Teams (PRT’s). Dit gaat ten koste van onze flexibiliteit en leidt vooral tot hoofdpijn bij de onderbemande Afghaanse ministeries. De Talibaan en drugshandelaren houden zich niet aan provinciale of regionale grenzen en armoede en analfabetisme al evenmin.

Wat te doen? Coherentie kan bewerkstelligd worden door onze aanpak aan te passen aan het Afghaanse beleid. De Afghaanse regering zal de stammentwisten moeten ontstijgen, het dienen van eigenbelangen een halt moeten toeroepen en aantonen dat zij deze zware verantwoordelijkheid aankan. De Afghaanse autoriteiten moeten de publieke dienstverlening meer en meer zelf ter hand gaan nemen en het Afghaanse leger moet de veiligheid op eigen kracht gaan waarborgen, terwijl de politie over de openbare orde waakt. De Afghanen zullen ook serieus werk moeten gaan maken van de bestrijding van corruptie en de handel in verdovende middelen die hun staat ondermijnen.

Dit alles gebeurt niet van de ene dag op de andere. Zo zal het bijvoorbeeld nodig zijn onze inspanningen ten behoeve van de training en uitrusting van leger en politie te verdubbelen. Dit betekent dat we net zo min als op de Balkan onze handen binnen vijf jaar van Afghanistan kunnen aftrekken. De Verenigde Naties zullen het voortouw moeten nemen zolang de Afghaanse instituties internationale ondersteuning nodig hebben bij het vervullen van deze kerntaken.

Voor deze opzet moeten we bereid zijn de VN het mandaat te geven om de internationale inspanningen te regisseren. Dat betekent dat we onze nationale stokpaardjes opzij moeten zetten. De PRT’s – militaire bases die bij gebrek aan beter als platform fungeren voor hulpinspanningen – waren altijd bedoeld als een tijdelijke oplossing. Een van de hoofdtaken van PRT’s is dan ook zichzelf zo snel mogelijk overbodig te maken, zodat UNAMA (de UN Assistance Mission in Afghanistan) en de Afghaanse lokale overheid deze rol op zich kunnen nemen. Het mandaat van UNAMA is deze maand aan verlenging toe en in dat verband dringen wij aan op versterking van de rol van de VN, in zowel het zuiden als het noorden van het land.

Ook zullen we op militair gebied afscheid moeten nemen van de regionale en provinciale focus. De komende twee tot drie jaar zullen we, terwijl Afghanistans eigen veiligheidstroepen aan kracht toenemen, onze ‘geadopteerde’ provincies moeten loslaten en onze blik op het land als geheel gaan richten. In eerste instantie binnen de regionale commando’s maar uiteindelijk in heel Afghanistan zullen we de ISAF-commandanten de verantwoordelijkheid moeten geven de troepen die we hun ter beschikking stellen op eigen gezag in te zetten. Uiteindelijk zal een reguliere VN-vredesmissie met blauwhelmen binnen handbereik komen.

Maxime Verhagen is minister van Buitenlandse Zaken. Ján Kubiš is minister van Buitenlandse Zaken van Slowakije.

    • Maxime Verhagen
    • Ján Kubiš