Belterreur

Bedremmeld stapt ze de trein in, en gaat op het bankblok achter mij zitten. Het meisje ziet eruit als iemand die net van een begrafenis komt, of van een verplicht museumbezoek.

„Mamma?”, hoor ik even later. Een korte snik, en dan, in een gierende uithaal: „Het is úit met Job en mij!” Onbedaarlijk, loeiend janken smoort het vertrekfluitje.

Als het aan de directie van de Nederlandse Spoorwegen ligt, stap ik nu op haar af: „Zeg jongedame, kan het iets zachter? Het is nergens voor nodig zo hard in dat microfoontje tekeer te gaan”. NS-directeur Aad Veenman opperde deze week dat hij de ‘belterreur’ wil tegengaan. Ook passagiers moeten elkaar er op aanspreken.

Je kunt nog beter voor de terugkeer van de trekschuit pleiten! De publieke ruimte is onomkeerbaar verhuiskamerd. Elke treinreiziger voelt zich meer verbonden met de mensen op zijn simkaart dan met die in zijn fysieke omgeving.

Twee stations verder heeft de moeder haar dochter stil weten te krijgen. Direct na het ophangen, belt ze een vriendin. „Het is úit met Job en mij!” Even onbedaarlijk barst het snikken weer los. „Nee, met Job! Jób, die jongen van het oud-en-nieuwfeest…”

Blijkbaar weet Aad Veenman nog niet dat de moderne mens in een cocon van virtueel contact leeft en treinreizen zoiets is als veetransport, alleen draaglijk te maken door je af te sluiten. Last van bellers? Koop een iPod en vul deze met Tsjaikovski, Vivaldi en de laatste Simek ’s Nachts. Kijk maar om u heen: iedereen hangt aan een wit infuus van buitenwereldwerend geluid.

In Haarlem stapt ze uit, met uitgelopen mascara. Ik blijf nog lang nadenken over Job, het meisje en het oud-en-nieuwfeest.

Veenman vergeet dat een belangrijk deel van de mensheid professioneel afhankelijk is van afgeluisterde telefoongesprekken: de schrijvers.

Nergens anders laten levensechte dialogen zich beter betrappen, nergens anders wordt je fantasie zo aan het werk gezet als in de rijdende telefooncel die trein heet.

In de Boekenweek – de consumptiemuntjes op het Boekenbal hadden nota bene het NS-logo – is het niet onbelangrijk daar even op te wijzen.

Christiaan Weijts

    • Christiaan Weijts