Banken moeten vermogen vergroten

Noodinjecties van liquiditeit, zoals de 200 miljard dollar die de Federal Reserve (het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) eergisteren ter beschikking stelde, zijn het gevolg van een kapitaaltekort in het financiële systeem. De autoriteiten zijn tot wanhopige maatregelen gedreven uit angst dat een bank of een zakenbank failliet zou kunnen gaan – zo lijkt het althans. Als de banken meer vermogen achter de hand zouden hebben gehouden, zouden ze minder bang zijn geweest om elkaar geld te lenen, en zouden de autoriteiten ze niet te hulp hebben hoeven schieten.

Als kortetermijnoplossing zijn deze noodmaatregelen waarschijnlijk het minste van twee kwaden. Maar vergis u niet: ze zijn niet goed. Ze stellen banken en zakenbanken in de gelegenheid om de verantwoordelijkheid voor hun daden te ontlopen. Daardoor worden deze instellingen aangemoedigd om zich in de toekomst opnieuw aan overmatig riskant gedrag te bezondigen. En de kosten worden afgewenteld op onschuldige belastingbetalers en spaarders.

Een gezondere oplossing op de middellange termijn zou zijn dat de banken hun vermogensposities verbeteren. Sommige banken, zoals Merrill Lynch en Citigroup, zijn daar al mee begonnen. Maar de meeste banken zijn lang niet ver genoeg gegaan. Citi keert bijvoorbeeld nog steeds dividenden uit. Bear Stearns, wiens problemen de hele kredietcrisis hebben helpen veroorzaken, heeft nauwelijks enig kapitaal weten binnen te halen.

Het is makkelijk te begrijpen waarom financiële instellingen niet zo veel zin hebben om hun vermogen aan te vullen. Op het hoogtepunt van een financiële crisis kost dat handen vol geld. De aandeelhouders zouden hun belangen zien verwateren: kijk maar eens wat er is gebeurd met de Amerikaanse obligatieverzekeraar Ambac. Daarom is het volkomen logisch als ze de neiging hebben deze verplichting op de lange baan te schuiven en zich afhankelijk te maken van de goedertierendheid van de Fed.

Maar de Fed – en andere toezichthouders als de Europese Centrale Bank, de Amerikaanse beurswaakhond SEC (Securities and Exchange Commission) en de Britse beurswaakhond FSA (Financial Services Authority) – mogen dat gedrag niet belonen. Sommige toezichthouders lijken de sector ertoe aan te zetten om kapitaal binnen te halen. Maar hun pogingen lijken te bescheiden.

Er zijn diverse manieren om de financiële kracht van de banken op peil te brengen. In de eerste plaats kunnen de dividenduitkeringen worden opgeschort – dat is een uitstroom van kapitaal. In de tweede plaats kunnen de bonussen van werknemers worden gekort – dat zou kapitaal besparen. En tenslotte zouden de banken aandelen kunnen uitgeven. Als de staatsbeleggingsfondsen het spel niet meer willen meespelen, zijn claimemissies tegen zware kortingen een voor de hand liggende mogelijkheid. En als de aandelenkoersen van de banken instorten, dan moet dat maar. Zij hebben de ellende tenslotte zelf veroorzaakt en moeten nu de pijn dragen.

    • Hugo Dixon