Baltsen in Belgrado

De woede in Servië wordt nu politiek. De soevereiniteit van Kosovo heeft deze week geleid tot een serieuze crisis in Belgrado. Maandag kwam het tot een breuk tussen de vier partijen die de regeringscoalitie van premier Koštunica vormden. President Tadic van Servië heeft vandaag daarom het parlement ontbonden en verkiezingen uitgeschreven.

Europa is de oorzaak van dit politieke conflict. Volgens premier Koštunica kan er pas sprake zijn van besprekingen met de EU als de lidstaten de erkenning van Kosovo terugnemen. De partij van Tadic wil juist geen onoverkomelijke eisen aan de EU stellen. Anders gezegd: Koštunica denkt in Moskou te kunnen schuilen, Tadic blijft op Brussel hopen.

De Servische kiezers moeten nu uitkomst bieden. Maar het is de vraag of de verkiezingen van 11 mei klaarheid scheppen. Polarisatie ligt eerder op de loer. Hoewel Koštunica op voorhand niet negatief stond tegenover eventuele integratie in de EU, heeft hij alle handreikingen uit Brussel consequent geweigerd. Nu lijkt hij verder weg te drijven in radicaal nationalistische richting. Het is zelfs niet uitgesloten dat Koštunica zich na mei voor een meerderheidscoalitie wendt tot de ultranationalistische partij van Šešelj, die in Scheveningen gevangenzit, in de cellen van het Joegoslaviëtribunaal.

Of de Europeanen in de Servische politiek zullen profiteren van de huidige crisis, is twijfelachtig. Die onzekerheid plaatst de EU voor problemen. Hoever moet Europa gaan om de Serviërs het gevoel te geven dat ze welkom zijn? „We moeten geduld hebben met Servië”, aldus eurocommissaris Rehn die met uitbreiding is belast. VN-bemiddelaar Ahtisaari, die afgelopen jaren vergeefs heeft geprobeerd om Servië en Kosovo con amore te scheiden, vindt daarentegen dat de EU geen duimbreed moet toegeven, zolang generaal Mladic op vrije voeten is. Servië zoekt immers toenadering tot Europa en niet omgekeerd. Belgrado kan volgens Ahtisaari ook lid worden van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS), dat in Moskou resideert.

Nederland volgt tot nu toe de lijn van Ahtisaari. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) blokkeerde anderhalve maand geleden, vlak voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Servië, de ondertekening van het Stabilisatie- en Associatieakkoord, wegens de handel en wandel van Mladic. Dat pakte toen goed uit . De Europees georiënteerde Tadic werd herkozen, ten koste van de ultranationalist die namens de gedetineerde Šešelj was gekandideerd.

De vraag is nu of deze begrijpelijke maar strenge eisen nog te handhaven zijn. Het is naïef te denken dat de EU het stemgedrag in Servië over twee maanden simpel kan beïnvloeden. Maar het blijft de moeite waard de zogeheten ‘soft power’ van Europa, waartegen de attractiviteit van het vermeende broedervolk in Rusland bleek afsteekt, ten volle te benutten om Belgrado niet het gevoel te geven dat een keuze voor Kosovo per definitie ook een keuze tegen Servië is. Het is terecht dat er aan Servië eisen worden gesteld. Maar de EU moet ook een beloning in de aanbieding hebben.