‘Architect’ Kosovo prijst Nederlandse aanpak van Servië

De voormalige VN-bemiddelaar voor Kosovo, de Finse oud-president Martti Ahtisaari, noemt het „extreem belangrijk” dat Nederland en België zich in de Europese Unie blijven verzetten tegen verdere toenadering tot Servië, zolang dat land niet volledig meewerkt met het Joegoslaviëtribunaal.

„Ik vind het gevaarlijk als landen tot de Europese Unie toetreden zonder oprecht en open te zijn over hun verleden, en zonder te erkennen dat er fouten zijn gemaakt”, zegt Ahtisaari in een interview met deze krant. De Europese Unie verliest volgens hem haar geloofwaardigheid als de van oorlogsmisdaden verdachte generaal Ratko Mladic zich niet hoeft te verantwoorden voor zijn rol in de oorlog in het voormalige Joegoslavië, in de jaren negentig.

Ahtisaari ontvangt vandaag, in aanwezigheid van koningin Beatrix, in de Grote Kerk van Vlaardingen de Geuzenpenning 2008. De prijs, een initiatief van de Stichting Geuzenverzet 1940-1945, wordt jaarlijks uitgereikt aan iemand, of een organisatie, die zich bijzonder heeft ingezet voor democratie of tegen dictatuur, discriminatie en racisme. Vorig jaar kreeg Human Rights Watch de penning. Ook de Chinese dissident Harry Wu, de Tsechische president Havel, de Duitse president Von Weizsäcker, koningin Wilhelmina (postuum) en Amnesty International ontvingen hem. Ahtisaari bemiddelde bij veel internationale conflicten, vaak namens de VN.

In het interview prijst hij de rol van de VS in de kwestie-Kosovo. „Het Amerikaanse beleid was eerste klas. De Amerikanen waren van het begin af aan erg helder over de lijn die ze wilden volgen en ze luisterden naar de Europeanen.”

Hij betreurt dat Rusland in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties niet wilde instemmen met zijn plan voor onafhankelijkheid voor Kosovo. „Degenen die zeiden dat we nog langer hadden moeten onderhandelen, wilden gewoon dat dit voorgoed een ‘bevroren conflict’ zou blijven. Zij wilden helemaal geen oplossing.”

Dat de Veiligheidsraad geen overeenstemming over de kwestie kon bereiken, heeft het gezag van de raad „absoluut” aangetast, aldus de Fin.

Interview: pagina 5

Commentaar: pagina 7