Zullen we schaken ook maar verbieden dan?

Het kabinet gaat bekijken of een verbod op de verspreiding van extreem gewelddadige games haalbaar is.

Men is bang omdat men het medium games niet begrijpt.

Illustratie Daisy Erades Erades, Daisy

Moeten gewelddadige games verboden worden? Na jaren van stilte is deze discussie weer in volle hevigheid opgelaaid. Vorige week kondigde het kabinet aan dat het laat onderzoeken of het mogelijk is gewelddadige games en films te verbieden. In november werd minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) al verzocht om de wet aan te scherpen zodat een dergelijk verbod tot de mogelijkheden zou behoren. Aanleiding was de geplande release van de game Manhunt 2, een spel van Rockstar Games waarbij de speler zijn vijanden op brute wijze een kopje kleiner kan maken. Hoewel de game zwaar leunt op een cynisch gevoel voor humor, vond men het spel in Groot-Brittannië zo sadistisch dat de Britse filmkeuring, de BBFC, een negatief advies gaf. De Amerikaanse ESRB volgde al snel met een AO (adult only)-rating met als gevolg dat de game niet meer door de grote winkelketens verkocht zou kunnen worden. De discussie waaide over naar Nederland waar een Kamermeerderheid opriep tot de haalbaarheid van een verbod op de verspreiding van extreem gewelddadig beeldmateriaal.

De vraag is alleen of een dergelijk verbod wel zin heeft. Want wat is precies een extreem gewelddadige game? Hirsch Ballin wil games verbieden waarin „het doden en misbruiken van mensen tot vorm van vermaak wordt gemaakt”. Deze beschrijving geeft vooral aan dat de minister het medium games niet helemaal begrijpt.

Sinds de begindagen van de videogames is het schieten op elkaar dé manier om als speler te communiceren met de computergestuurde tegenstander. Het is de basis van het medium, net zoals het slaan van paarden en torens de basis vormt van een spelletje schaak. En hoewel ook dat spel lijkt te draaien om geweld, is het in werkelijkheid de achterliggende strategie die het spel interessant maakt.

Zo is het ook met videogames. Wetenschappelijk gezien is er geen enkel onderzoek dat ooit een oorzakelijk verband heeft aangetoond tussen virtueel geweld in videogames en echt geweld. Dat heeft bijvoorbeeld Duitsland er niet van weerhouden om rigoureus op te treden tegen games waarin grafisch realistisch geweld voorkomt. Het resultaat is dat veel uitgevers er in Duitsland voor kiezen games te voorzien van niet-realistisch geweld. Rood bloed werd vervangen door groen bloed, menselijke soldaten werden robots. Veel gamers vonden deze maatregels onzin en kochten hun videogames voortaan bij online gameshops in het buitenland. Op dit ogenblik behoren Oostenrijkse webshops tot de grootste gamestores van Europa. Terwijl de gameverkopen in Duitsland zijn ingezakt.

Mensen die niet bekend zijn met videogames veronderstellen dankzij deze eenzijdige discussie misschien dat games draaien om geweld. In werkelijkheid heeft minder dan 5 procent van alle games het leeftijdsadvies 18+. Slechts een enkele uitzondering bevat extreem geweld. Eigenlijk is er maar één serie waarbij de afgelopen jaren vraagtekens zijn gezet: Manhunt en Manhunt 2. Het is echter vooral de pers geweest die interesse heeft getoond voor dat gewelddadige spel – de serie is niet bepaald goed verkocht. Als daarbij in ogenschouw wordt genomen dat er jaarlijks duizenden nieuwe titels verschijnen, rijst al snel de vraag waar men zich in Den Haag nu zo druk over maakt.

De discussie over het verbieden van gewelddadige games draait om de angst van mensen die het medium games niet kennen of niet begrijpen. Als ouders erop letten dat jonge kinderen geen games spelen die voor volwassenen zijn bedoeld, is het probleem al opgelost. Als ook de winkeliers in de gaten houden dat games voor 18-plussers niet worden verkocht aan minderjarigen hoeven we ons helemaal nergens meer zorgen over te maken. Dan krijgen we hier geen Duitse toestanden, kan de Nederlandse game-industrie uitgroeien tot een creatieve voorloper op de rest van de wereld en kan minister Hirsch Ballin zijn tijd besteden aan het oplossen van echte problemen.

Boris van de Ven is gamejournalist en producent van Gamekings (TMF), een wekelijks tv-programma over videogames.

Meer over tv-programma Gamekings op gamekings.tv.

    • Boris van de Ven