Zet harde tv-spotjes in tegen Wilders

Tot nu toe wordt er weinig succesvol gedebatteerd tegen Geert Wilders.

Politici zouden genadeloze tv-spotjes moeten gebruiken om hem te bestrijden.

Illustratie Milo Milo

Geert Wilders domineert het immigratiedebat. De traditionele partijen slagen er onvoldoende in Wilders’ argumenten te weerleggen; hun meningen raken ondergesneeuwd door het retorische geweld en de onorthodoxe methoden van de PVV-leider.

Deze methoden vragen om nieuwe politieke tactieken. De campagnes van de Amerikaanse presidentskandidaten kunnen hiervoor als inspiratiebron dienen. Om Wilders aan te vallen, moeten politieke partijen en maatschappelijke organisaties net als Hillary Clinton gebruikmaken van kritische spotjes op televisie of Youtube.

In Ohio en Texas lukte het Hillary Clinton een reeks nederlagen om te buigen in overwinningen op Barack Obama. Haar politieke spotjes hadden hier een belangrijk aandeel in. Middels de spotjes wist ze eindelijk haar boodschap over Obama’s (vermeende) onervarenheid op het grote publiek over te brengen. Een spotje laat zien dat senator Obama als voorzitter van een subcommissie over Afghanistan nog geen enkele hoorzitting over dit onderwerp organiseerde, terwijl hij in zijn campagne juist het belang van Afghanistan in de strijd tegen terrorisme benadrukt. Het spotje is zo krachtig omdat Obama zelf in beeld is en toegeeft dat hij hier nog niet aan toe gekomen is. De beelden spreken voor zich: Obama’s grote woorden van hoop stroken niet met zijn handelen.

Obama ervaart hoe dodelijk het is om in een politieke campagne voortdurend in het defensief gedrukt te worden en slechts te kunnen reageren op acties van een ander. De vergelijking met Geert Wilders lijkt evident. Hij beheerst de media; de regering en andere partijen kunnen slechts reageren. Reacties zijn echter lang niet altijd even sterk: de aanval is niet voor niets de beste verdediging. De oorspronkelijke boodschap zet de toon en bepaalt het debat.

Om het initiatief terug te pakken moeten de traditionele partijen duidelijk zijn in wat Wilders’ argumenten zijn en wat ze betekenen voor de samenleving. Een spotje zet uitspraken op een rij, toont door de PVV ingediende moties in de Tweede Kamer, toont Wilders’ wijze van debatteren. Een voorbeeld: de Volkskrant kopte op 4 maart dat Wilders categorisch weigert in debat te gaan met maatschappelijke (moslim)organisaties. Combineer beelden van Wilders die in de Tweede Kamer wijst op het belang van vrijheid van meningsuiting met een opsomming van organisaties waarmee hij niet in debat wil gaan – en een spotje is geboren. Net als bij Obama wordt het verschil tussen woord en daad zichtbaar. Beelden zijn krachtiger dan woorden en hebben een groter en diverser bereik dan krantenartikelen.

Een kritische spot is geen anti-Wilders-film. Spotjes zijn bedoeld om concrete uitspraken inhoudelijk in twijfel te trekken en tegelijkertijd hier de eigen visie recht tegenover te plaatsen. Spotjes kunnen wijzen op een inconsistent, generaliserend of ondemocratisch argument.

Ze moeten niet gaan over de vraag of de buitenlandse vrouw van Wilders nu wel of geen dubbel paspoort heeft maar over het beleid dat hij voorstaat. Persoonlijke aanvallen maken de eigen boodschap ongeloofwaardig.

Spotjes kunnen op bondige en krachtige wijze de zwakheden en tegenstrijdigheden van Wilders’ argumenten bloot leggen. In een moderne en volwassen democratie moet men het spel hard maar eerlijk spelen.

Erik Jeene en Jesse Martens zijn studenten politicologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    • Jesse Martens
    • Erik Jeene