VS milder tegenover China

China blijft een autoritair land waar gevangenen gemarteld worden en minderheden onderdrukt, maar hoort wat de Verenigde Staten betreft niet meer bij de ergste mensenrechtenschenders ter wereld. Dat blijkt uit een gisteren verschenen rapport van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De tien landen die het afgelopen jaar de meeste mensenrechtenschendingen begingen waren volgens de VS Noord-Korea, Birma, Iran, Syrië, Zimbabwe, Cuba, Wit-Rusland, Oezbekistan, Eritrea en Soedan. China vormt een aparte categorie van „autoritaire landen die economische hervorming en snelle sociale verandering ondergaan maar [..] die hun burgers basale mensenrechten en fundamentele vrijheden blijven ontzeggen.”

De duidelijkste verbetering in China was het besluit dat doodvonnissen voortaan moeten worden voorgelegd aan het Hooggerechtshof. Verder worden vooral verslechteringen genoemd: de onderdrukking van de Oeigoerse minderheid is toegenomen. De censuur op het internet en Chinese media is aangescherpt. Aan het eind van het jaar zaten 29 journalisten en 51 ‘internetdissidenten’ gevangen. Het aantal veroordelingen op basis van de veiligheidswetten, vaak aangewend om critici de mond te snoeren, is met 20 procent gestegen. Gevangenen werden gemarteld, onder andere met elektrische schokken. In sommige provincies werden vrouwen gedwongen tot abortus of sterilisatie.

China reageert doorgaans gepikeerd op het jaarlijkse Amerikaanse rapport en komt vaak met een tegenrapport over discriminatie van minderheden in de VS. Vanmorgen zei minister van Buitenlandse Zaken Yang Jiechi: „We maken ernstige bezwaren tegen [..] de inmenging in Chinese binnenlandse aangelegenheden uit naam van de mensenrechten.”

Het volledige rapport staat op state.gov